Oorlog over de oorlog 2

De Tweede Wereldoorlog was niet zo belangrijk als Loe de Jong en zijn generatie geschiedschrijvers doen voorkomen, zegt historicus Chris van der Heijden. `Ze hebben het heroïscher gemaakt om voort te kunnen.'

Elke generatie vormt haar eigen verleden, zegt ook de Amerikaanse onderzoeksjournalist Edwin Black. `We zijn ons nu pas bewust van het belang van IT in oorlog en in vrede.'

Edwin Black, auteur van IBM en de holocaust, is net terug in zijn hotel van een bezoek aan het Anne Frank Huis. Meteen begint hij te praten. Hij haalt documenten tevoorschijn om te bewijzen dat het is zoals hij schrijft: wat IBM in de oorlog deed, was heel verkeerd.

Black (51) praat in oneliners en laat daarmee weinig ruimte voor nuance. ,,Het informatietijdperk begon niet in Silicon Valley'', zegt hij, ,,het begon in 1933 in Berlijn.'' De Amerikaanse journalist is zoon van Poolse joden. ,,Dat feit geeft me het mandaat een obsessie voor de waarheid te hebben.''

Black toont brieven waaruit blijkt dat IBM-directeur Thomas Watson in New York in 1941 correspondeerde met een IBM-directeur in Berlijn over het verplaatsen van ponskaartenmachines van Polen naar Roemenië. Die machines waren nodig voor een volkstelling om in dat land joden te identificeren. ,,Dat kleine meisje'', zegt Black, ,,op een achterkamer in Amsterdam wist in 1942 al dat het mis ging. Als Watson de New York Times had gelezen, dan had hij dat in 1941 ook kunnen weten.''

IBM sloot een `strategische alliantie' met Hitler, zegt Black, die twee weken geleden wereldwijd de voorpagina's haalde met zijn boek. De Hollerith-machines van IBM, genoemd naar de bedenker Herman Hollerith, zorgden ervoor dat de joden geregistreerd werden. En ze maakten dat de treinen zo efficiënt mogelijk reden. De machines stonden niet alleen in Polen en Duitsland, maar ook in Nederland. ,,De holocaust'', zegt Black, ,,zou ook hebben plaatsgehad zonder ponskaartenmachines. Dat bewijst Frankrijk waar ze alleen pen en papier hadden. Maar de holocaust zoals wij die kennen, zeer snel en geautomatiseerd, daarvoor waren de holleriths nodig. Het sterkste voorbeeld daarvan is helaas Nederland.''

Verklaren die machines volgens u het hoge percentage Nederlandse joden dat stierf, 73 procent tegen 25 procent in Frankrijk?

,,In Frankrijk hadden de nazi's moeite om de transporten te vullen, in Nederland waren ze altijd overvol. Maar ik kan niet zeggen dat het percentage in Nederland door die machines verdrievoudigd is. Andere factoren, zoals geografische ligging, hebben ook een rol gespeeld.''

Wat als IBM in de jaren dertig alle banden met Duitsland had verbroken? Hadden de Duitsers die machines dan niet zelf ontwikkeld?

,,Natuurlijk, maar ik denk dat het ze wel een vertraging van twee, drie jaar zou hebben opgeleverd.''

Wat vindt u van de rechtszaak die slachtoffers tegen IBM zijn begonnen naar aanleiding van uw boek?

,,Ik ben daar niet blij mee. Het leidt alleen maar af. Ik geloof niet in compensatie, alleen in bewustwording.''

Als die machines zo belangrijk waren, hoe is het dan mogelijk dat we dat nog niet wisten?

,,Toen ik vijftien jaar geleden een boek over joodse tegoeden schreef, zeiden mensen: hoe kun je een boek schrijven over geld, we proberen ons nog te verzoenen met die enorme moord. Nu heeft iedereen het over de financiële kant van de holocaust. Pas in de jaren negentig hebben computers op grote schaal hun intrede gedaan. We leven nu in het computertijdperk. We zijn ons bewust van het belang van IT in oorlog en in vrede. Tot onze tijd konden we niet weten dat we deze vragen moesten stellen.''

Edwin Black, IBM en de Holocaust, 512 blz., Kosmos-Z&K Uitgevers, ƒ50,50