OM HET EIGEN IK VAN DE LERAAR

`Het hart gaat uit het onderwijs als je alleen let op bekwaamheden van docenten.'' Aldus prof. dr. Fred Korthagen. Hij roeit tegen de stroom in. Want terwijl de lijst van competenties waaraan leraren moeten voldoen steeds verder gespecificeerd wordt, pleit hij voor erkenning en waardering van kwaliteiten die niet in een vaardighedenlijstje te vangen zijn: inspiratie, bezieling, het met hart en ziel leraar zijn. Eerder dit jaar hield Korthagen, hoogleraar te Utrecht in `de didactiek van het opleiden van leraren', zijn oratie. Hij begin met een citaat van de Amerikaanse onderwijskundige Hamachek: `Consciously, we teach what we know; unconsciously, we teach who we are'.

Wie de film `Dead poets society', (1989, met o.a. Robin Williams) heeft gezien, weet wat Korthagen bedoelt. In deze film wordt een indringend beeld geschetst van een leraar die met zijn bevlogenheid zijn leerlingen enorm weet te inspireren. Dat soort bezieling wordt in het huidige onderwijsbeleid weggerationaliseerd, vindt Korthagen. ``Decennialang was de ontmoeting tusen de leraar en de leerling een centraal thema in de pedagogiek. Daar gebeurt iets tussen twee mensen dat niet in woorden is te vangen. Ik ben bang dat het belang hiervan steeds verder op de achtergrond raakt, nu de tendens is dat de pedagogiek steeds verder in het verdomhoekje is geraakt.''

Korthagen is voorzichtig in zijn uitlatingen. Hij heeft slechte ervaringen met journalisten die zijn uitspraken uit hun context halen. En hij wil niet als een `softie' worden neergezet. Een term als `positief denken' is besmet met het Emiel Ratelband-virus, vertelt hij, en peptalker is wel het laatste etiket dat Korthagen opgeplakt wil krijgen. Het woord `bezieling' roept tegenwoordig weer een heel andere weerstand op, heeft hij gemerkt. ``Mensen koppelen het aan spiritualiteit, iets zweverigs. Dan krijg je al snel de reactie dat men zo iets `New Age-achtigs' niet nodig heeft op school.'' Korthagen heeft geleerd zijn taalgebruik aan te passen. `Bezieling' is taboe, maar `inspiratie' kan wel en `positieve ervaring' is vervangen door `succesverhaal'.In het gedachtegoed van pedagogen als Philip Kohnstamm (1875-1951) werd het onderwijs vooral gezien als een bijdrage tot menswording, tot het worden van gelukkige volwassenen die zich kunnen ontplooien. Nu wordt het onderwijs vooral technocratisch benaderd, vindt Korthagen: ``Denk maar aan het studiehuis. Op zich is het een prima ontwikkeling dat leerlingen het vermogen ontwikkelen zelf kennis te vergaren, maar het wordt vaak te eenzijdig ingevuld. Woorden als identiteitsontwikkeling en het verkrijgen van zelfvertrouwen komen er veelal niet aan te pas. Die zijn kennelijk uit de mode geraakt. Aan die ontwikkeling wil ik tegenwicht bieden.''

Korthagen is bezorgd dat de Nederlandse overheid bezig is het wiel opnieuw uit te vinden om er vervolgens op terug te komen, vertelt hij in zijn werkkamer thuis in Utrecht. ``In de jaren zeventig was de competence based teacher in zwang in de Verenigde Staten. Er ontstonden ware telefoonboeken vol preciseringen waaraan een leraar moest voldoen. Dat is volledig doodgelopen. Men kwam er achter dat goed leraarschap niet in een lijstje te vangen is, maar dat het er om gaat wie er voor de klas staat.''

De mens voor de klas, dat is volgens Korthagen essentieel voor goed leraarschap, ook al betekent dat impliciet dat er goede en minder goede leraren zullen zijn. Niet iedereen beschikt immers over het talent kinderen te inspireren. ``Je kunt veel bijschaven, maar niet iemands hele `ik''', geeft Korthagen toe. Toch wil hij liever geen eenheidsworst van leraren die weliswaar allemaal voldoen aan de te toetsen eisen, maar die weinig `ik' meebrengen en niet bewust werken vanuit hun eigen sterke punten.

Op de lerarenopleiding van het IVLOS (Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden van de Universiteit Utrecht) brengen Korthagen en zijn collega's deze visie in praktijk. En met succes: 71 procent van de afgestudeerden is zeer tevreden over deze opleiding, tegen 41 procent van de afgestudeerden van andere opleidingen. Studenten leren er de stijl van lesgeven te ontwikkelen die het beste bij hen past, een maatpak als het ware.

Dat eigen `ik' van de aankomende leraren wordt onder meer gevormd uit hun eigen motivatie om voor het vak te kiezen. Korthagen geeft een voorbeeld. ``Veel studenten willen leraar worden omdat ze zelf zo'n leuke docent op school hadden. Als je dan doorvraagt waarom zij diegene zo'n goede leraar vonden, dan komen er aanduidingen boven als `betrokken', `geïnspireerd', `vrolijk', `een goed verteller'. Kortom: eigenschappen die de eigenheid van die leraar aangeven. Die eigenschappen die hen inspireerden gebruiken wij als stimulans voor hun eigen ontwikkeling. Leren reflecteren op jezelf en anderen is daarbij belangrijk.''

Binnen de opleiding wordt veel aandacht besteed aan de idealen van de studenten en hoe deze kunnen botsen met de werkelijkheid. ``Er zijn studenten die het onderwijs ingaan om leerlingen de schoonheid van hun vak te laten zien. Maar dan blijken die leerlingen minder gretig dan zij hadden verwacht en lopen de lessen niet zoals zij zich hadden voorgesteld. Ze moeten politieagent spelen terwijl ze niet weten hoe. Daarom geven wij ze in de opleiding hele praktische tips en leren ze trucjes hoe je een klas stil kunt krijgen, maar we koppelen ook terug naar hun idealen.''

Korthagen hoopt zijn studenten op deze manier te behoeden voor de valkuil dat werkdruk, ordeproblemen en dagelijkse ergernissen hun oorspronkelijke idealen bedelven. ``Leraren vergeten waarvoor ze het doen en dat verlies van idealen gaat hand in hand met zaken als stress en burn-out.'' De afgelopen twee jaar heeft Korthagen samen met collega's een nascholingstraject voor docenten ontwikkeld en getoetst. En hoe eenvoudig het ook klinkt: praten, luisteren en elkaar serieus nemen vormen de uitgangspunten. Korthagen: ``Door de toenemende werkdruk is er op scholen weinig tijd om te praten over de diepere kern van onderwijs. Leraren zijn vaak heel eenzaam met hun problemen.'' In de cursus worden docenten aan de hand van oefeningen aangezet tot nadenken over wat zij belangrijk vinden, nodig hebben en nastreven. Er wordt gezamenlijk gepraat over reële situaties, negatief zowel als positief, waarbij collega's luisteren, meedenken, adviezen geven en, als het goed is, elkaar inspireren. Overigens werkt dit alleen in een team dat daarvoor openstaat en waarin een sfeer van vertrouwen heerst, haast Korthagen zich te zeggen. ``Daar werken we als eerste aan. Maar ik ben geen missionaris, als mensen er niets voor voelen begin ik er niet aan, want dan werkt het niet.''

Korthagen hoopt dat leraren zo weer de smaak te pakken krijgen van het lesgeven. ``Ze moeten weer zien dat het gaat om hun kracht, niet om hun zwaktes. We laten leraren bij elkaar in de klas kijken, maar ze mogen alleen aangeven wat ze goed vinden. We hopen dat ze deze houding dan ook weer krijgen ten opzichte van hun leerlingen: positief denken, dat is voor mij de kern.'' Ook in het buitenland bestaat er belangstelling voor de visie van Korthagen. In de Verenigde Staten verscheen onlangs zijn boek `Linking Practice & Theory'. In het Nederlands is het boek overigens niet verkrijgbaar: een te kleine markt, aldus de uitgever.