`NOC moet kleine bonden beteugelen'

Tafeltenniscoach Anne Vlieg (45) zal niet kunnen tippen aan de successen van broer Jan (51). Zelfs op de NK, dit weekeinde in Beverwijk, spelen de Nederlandse vrouwen een bijrol.

Vloekend meldt bondscoach Anne Vlieg zich met een opengescheurde envelop in het pand van zijn broer Jan, waar tevens hun tafeltenniscentrum is gevestigd. Het ministerie van justitie heeft geen mededogen getoond. ,,Een boete van 480 gulden, omdat ik 40 kilometer te hard heb gereden'', moppert hij tot leedvermaak van zijn broer. ,,Het zou me verbazen als je tegenwoordig ook het aantal te hard gereden kilometers mag declareren bij de bond'', zegt Jan Vlieg, tot 1993 in dienst bij de Nederlandse tafeltennisbond (NTTB).

De twee broers behoren tot de laatste romantici in de tafeltennissport, die tegen de stroom in oude tijden willen laten herleven. Als speler maakten ze gezamenlijk furore bij het roemruchte Midstars. ,,Daar trokken we volle zalen door ons excentrieke gedrag'', herinnert de 45-jarige Anne Vlieg zich. ,,Na een nederlaag vloekten we in de trein naar huis de hele coupé leeg om elkaar op het station in Groningen weer broederlijk in de armen te vallen'', vertelt zijn zes jaar oudere broer Jan. Anne, quasi-verongelijkt: ,,Je hebt mijn beste wedstrijden nooit gezien, dan lag je weer met je vriendin in bed. Dat neem ik je nog steeds kwalijk.'' Jan: ,,Anne blijft een dominee.'' Diens protest: ,,Jan is de superdominee van ons twee, maar ik trek er nog een heilige bek bij.''

Jan Vlieg is wel de meest succesvolle coach van het rebelse duo. Onder zijn leiding werd Bettine Vriesekoop in 1992 in Stuttgart Europees kampioen, behaalde Mirjam Hooman een bronzen medaille en eindigde het Nederlandse vrouwenteam als tweede in de landenwedstrijden. ,,Een jaar later heeft de bond die succesformule bewust de nek omgedraaid'', meent hij. ,,Vervolgens heeft technisch-directeur Peter Engel ten onrechte de verantwoordelijkheid gelegd bij de clubs en de spelers. In de zes jaar dat Engel in Nederland de scepter heeft gezwaaid, is de bodem onder een gezonde structuur weggeslagen. Daar plukt mijn broer nu de wrange vruchten van. Het roer moet drastisch om, Anne zal fundamentele keuzes voor de toekomst moeten maken.''

Opvolgers voor Vriesekoop, Hooman, Keen en Noor dienden zich immers niet aan. Het huidige team met kopvrouw Muller balanceert net boven de ,,kleuterklas van het internationale tafeltennis'', zoals coach Anne Vlieg de tweede divisie van Europa betitelt. Met hem vraagt het bondsbestuur zich af of het zwakke Nederlandse vrouwenteam wel moet deelnemen aan het peperdure WK in Japan, dat eind volgende maand op het programma staat. Illustratief voor de malaise in het pingpong bij de vrouwen is de status van de nationale kampioenschappen, dit weekeinde in Beverwijk, waar zeven Chinese speelsters en de regerend kampioene uit Rusland de Nederlanders tot een bijrol zullen veroordelen.

Jan Vlieg, ironisch: ,,Met de aanstelling van Anne als bondscoach werd de Vlieg-dynastie in het Nederlandse tafeltennis eindelijk hersteld. Op grond van zijn kwaliteiten is het terecht dat Anne de functie van bondscoach heeft gekregen. Maar onder de huidige omstandigheden mogen van hem geen successen worden verwacht. Toen hij met het Jong Oranje-plan begon, heb ik meteen gezegd dat het een doodgeboren kindje was. Zonder budget en een deugdelijk programma kon hij de spelers niets bieden. Bovendien moet Anne woekeren met een gebrek aan talent in het Nederlandse tafeltennis.''

Maar durft de huidige bondscoach daadwerkelijk op nul te beginnen? ,,Ik vind dat Anne de pas 14-jarige Sigrid van Ulsen moet opstellen'', zegt Jan Vlieg. ,,Anne wil haar voorzichtig brengen, maar dat is onzin. Dat meisje heeft talent en door haar in het Nederlandse team te laten spelen, geef je als bondscoach een duidelijke richting aan.''

Broer Anne, relativerend: ,,Het Nederlandse team moet nu nog worden gedragen door Melissa Muller en Diana Bakker. Maar beide speelsters zijn al dik in de twintig. Ze zullen zich de vraag moeten stellen of ze de komende jaren echt willen kiezen voor topsport. Dan kunnen we voor Muller en Bakker wellicht nog een olympisch traject uitstippelen. Het probleem is dat de bond geen faciliteiten kan aanbieden voor één tafeltennisster met de A-status. Mijn invloed is dus nihil en je moet concluderen dat Muller en Bakker de afgelopen jaren geen progressie hebben gemaakt. En Bakker is zo vaak geblesseerd geweest dat de bond en ik ons afvragen of in haar nog wel geïnvesteerd moet worden.''

Jan Vlieg: ,,Nederland heeft al een onoverbrugbare achterstand opgelopen. Met mijn Chinese zakenpartner Li heb ik vorig jaar in China een WK-revancheduel georganiseerd tussen Zweden en China met een prijzengeld van maar liefst 180.000 dollar. Daar speelt een legende als Waldner echt niet elke dag voor. Die wedstrijd werd gesponsord door een rijke oliefirma en is door tientallen miljoenen Chinezen live op televisie gevolgd. Tafeltennis in China is religie én wetenschap. Europa heeft een tweede route gevonden om de wereldtop te bereiken. Maar die kunnen wij niet volgen, omdat het pingpong in Nederland geen aanzien heeft. Je kunt er als trainer ook niet van leven.''

Anne Vlieg: ,,De naar Engeland uitgeweken atletiekcoach Charles van Commenee stelt terecht dat het in Nederland sociaal en maatschappelijk onverantwoord is om trainer te zijn in een kleine sport. En wie is bovendien de bond? Jan krijgt nog steeds rode vlekken in zijn nek als we praten over de tafeltennisbond, maar wie bedoelen we dan? Talloze bestuurders hebben de NTTB de afgelopen jaren verlaten. De bond heeft geen gezicht meer, maar ik wens me niet te verantwoorden tegenover vrijwilligers zonder kennis van topsport.''

Jan Vlieg: ,,De organisatie van topsport moet niet aan amateuristische bonden worden overgelaten. TVN weet de Nederlandse volleyballers bij de benoeming van een nieuwe bondscoach te bruuskeren met een procedure, waar de rillingen van over je rug lopen. De basketbalbond vergeet zelfs het Nederlandse vrouwenteam in te schrijven voor de EK-kwalificatie, terwijl de judobond terugkeert naar het oude conflictmodel door bondscoach Wijdenbosch eruit te werken. Die bonden zouden door NOC*NSF onmiddellijk in de boeien moeten worden geslagen. Het is ook terecht als ze worden gekort in hun subsidies. Als NOC*NSF dan toch het beleid van die kleine sporten financiert, laat dat orgaan het beleid dan ook bepalen. Dat is pas grensoverschrijdend denken.''