Kwesties in de polder

Conflicten gaan vaak over geld. De oplossing ervan kost geld. Er zijn goedkopere oplossingen dan de traditionele gang naar de rechter. Binnen de overheid is er inmiddels een scala aan mogelijkheden.

Zolang werkgevers en werknemers steeds hogere eisen aan elkaar stellen, nemen de arbeidsconflicten toe. Doorgaans dient zich al snel een oplossing aan. Soms komen de partijen er niet uit. Dan komt al snel als uiterste redmiddel de Ziektewet in beeld of dreigt een slepende rechtsgang. In beide scenario's zit een hoop ellende ingebakken. Een Haags instituut geeft een steuntje in de rug aan conflictpartijen die het lef hebben een alternatieve weg in te slaan.

De aangeboden diensten zijn alleen weggelegd voor mensen met een baan die met publiek geld wordt gefinancierd. Dus ambtenaren zo goed als personeel in de bijvoorbeeld de gezondheidszorg en het onderwijs; al met al royaal meer dan de helft van de Nederlandse werknemers. De assistentie die het Nederlands Instituut Conflictmanagement Overheid en Arbeid, kortweg NICOA aanbiedt, bestrijkt een scala van alternatieven die samenkomen onder de term ADR. Dat staat voor Alternative Dispute Resolution: alternatieve manieren om een geschil op te lossen. De aanduiding `alternatief' duidt niet op een softe benadering maar wijst op uitwijkmogelijkheden voor de traditionele afhandeling door de rechter.

Het meest in het oog springende alternatief is mediaton. Een enkele jaren geleden uit Amerika en Engeland overgewaaide reactie op de talrijke eindeloze en onvoorspelbare rechtszittingen. De nieuwe aanpak is daar waardevol gebleken; in Nederland moet zij het stadium van de belofte nog ontstijgen. Mediation verschilt maar enkele letters van meditatie maar de activiteiten liggen ver uit elkaar. Het geheim van mediation is dat de partijen die met elkaar overhoop liggen, uit hun schulp kruipen. Onder leiding van een onafhankelijke derde – de mediator – moeten ze zelf een oplossing voor hun conflict uitwerken. Voor een echte polderlander zou dat geen onmogelijke opgave moeten zijn. De mediator bemoeit zich niet met de inhoud van het geschil; daarin verschilt hij van een doorsnee bemiddelaar. Hij zorgt wel voor een zuivere discussie waarbij de betrokkenen echt naar elkaar luisteren en hun creativiteit inzetten om elke mogelijke oplossing te verkennen. Niet alleen juridisch relevante feiten spelen een rol. De gevoelens, de wensen en de belangen van de opponenten nemen vaak een belangrijker plaats in. Een mediaton heeft daarom alleen zin als beide partijen hun nek durven uitsteken en in staat zijn de ander tegemoet te komen. De alternatieve aanpak vergt meer moed dan het volgen van het gebaande pad te weten het net zo lang hameren op het eigen gelijk tot een buitenstaander de knoop doorhakt. Degenen die een mediationpoging aandurven, hebben daar vaak profijt van. De snelheid is emotioneel en financieel een groot goed. Een oplossing kan binnen één á twee maanden binnen handbereik zijn. Het heeft beslist aantrekkelijke kanten het modelleren van het eindresultaat voor eigen verantwoordelijkheid te nemen. De ruimte voor een oplossing is groter omdat niet (alleen) gaat om het recht zetten van onrecht maar meer nog over het creëren van een werkbare situatie voor de toekomst.

Om deze redenen ziet het kabinet veel in mediation. Het gaat er bovendien van uit dat dit alternatief het stijgende aantal rechtszaken kan indammen. De sociale partners in de publieke sector volgen wat schoorvoetend. September vorig jaar openden ze in Den Haag het NICOA als onderdeel van het al langer gezamenlijk gedragen Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel. Het NICOA moet de alternatieve geschillenbeslechting een zetje moet geven. Daartoe heeft het inmiddels de zogenoemde ADR-desk geopend. Ambtenaren en trouwens ook hun chefs, die met een arbeidsconflict zitten of er een aan zien komen, kunnen daar advies inwinnen. Ze krijgen dan een overzicht van de mogelijkheden om hun probleem op te lossen buiten de normale rechtsgang om. Deze dienst is in de gesubsidieerde aanvangsfase nog gratis. Het eerste advies kan men telefonisch of per e-mail krijgen. Is ADR in het voorgelegde geschil perspectiefvol dan volgt stap twee. Een medewerker van NICOA gaat in een wat meer indringend gesprek met de betrokkenen na of het zin heeft met een mediation te beginnen. Pas als beide partijen elkaar aan één tafel kunnen verdragen en bovendien beide hun heilige gelijk ondergeschikt willen maken aan het vinden van een oplossing, vormt mediation een kansrijke optie.

Wat aan de mediationtafel te berde wordt gebracht, blijft vertrouwelijk. Dat betekent dat geen van de partijen na een mislukte mediation de ander zijn eerdere concessies voor de voeten kan werpen. De NICOA-medewerkers voeren zelf geen mediations uit. Ze suggereren de partijen wel de namen van erkende mediators die passen in het profiel dat de betrokkenen opstellen. Overeenkomstig het algemene beeld in Nederland overtreft het aantal opgeleide mediators royaal de vraag naar mediation. Mediators met ervaring zijn evenwel dun gezaaid. De gekozen mediatior werkt niet voor het NICOA. Als kleine zelfstandige rekent hij zijn eigen honorarium. Meestal ligt dat tussen 200 en 300 gulden per uur. Zo rekenend kan de oplossing van een doorsnee arbeidsgeschil om en nabij de 2000 gulden kosten. Doorgaans neemt de werkgever deze kosten voor zijn rekening. Betrouwbare cijfers over de afloop ontbreken. Een grove schatting komt uit op een slaagkans van meer dan 50 procent. Voldoende voor een werkgever om de gepresenteerde nota te zien als een bescheiden investering voor het uit de wereld helpen van een verstorend conflict. Het NICOA kan de partijen ook tijdens een mediation op verschillende manieren helpen. Zo heeft het zaaltjes beschikbaar waar in alle rust gepraat kan worden en kunnen experts tussentijds de juridische positie van de partijen weergeven of de gevolgen van denkbare oplossingen aan de wet toetsen. Daarnaast kunnen ze assisteren bij het opstellen van de slotovereenkomst. Die maakt de uitgewerkte oplossing wettelijk bindend. Ook deze bijstand van het NICOA is nog gratis. De tarieven die het instituut later in rekening gaat brengen, zijn overigens bescheiden. Ze zijn niet afgeleid van de prijzen van commerciële consultants maar van de kostprijzen die overheidsinstanties onderling voor verleende diensten in rekening brengen.

De individuele ambtenaren met problemen op het werk zijn schuchter als het om mediation gaat. De overheidsdiensten lopen ook nog niet storm bij het NICOA. Het instituut wil zijn bestaansrecht in eerste instantie bewijzen door de overheidswerkgevers te bewegen bij arbeidsgeschillen een alternatieve weg in te slaan. De ministeries van Binnenlandse Zaken en van Justitie waren de stuwende krachten achter de opzet van het NICOA; de ministeries van Defensie en Justitie tekenen voor de eerste proefprojecten. Misschien komen er ook proefprojecten bij de politie en in het onderwijs. De vakbonden beperken zich voorshands vooral tot lippendienst. Hun huiver heeft veel te maken met de angst dat het nieuwe initiatief knabbelt aan hun intermediaire rol bij arbeidsrelaties. Dat is niet eens zo'n vreemde gedachte al biedt het mediationproces elke partij de mogelijkheid als ondersteuning iemand mee te nemen die specifiek zijn belangen in de gaten houdt. Het karakter van de mediation als gesprek tussen twee partijen onder neutrale regie, laat onderlinge machtsverhoudingen goeddeels onaangetast.

Een duidelijk zwakkere partij kan er daarom baat hebben om tijdens de mediation terug te kunnen vallen op een ervaren vertrouwenspersoon. De NICOA-adviseurs wegen dergelijke elementen overigens in hun advies mee en respecteren de rol van de vakbond. Het pad van de proefprojecten dat het NICOA nu inslaat, neemt niets weg van de mogelijkheden voor individuele aanmeldingen en voor persoonlijke advisering.

Informatie:ADR-desk: tel (070) 376 57 65. Website: www.nicoa.nl