KORHOENDERS GAAN OOK OP DE SALLANDSE HEUVELRUG ACHTERUIT

Korhoenders zijn in ons land bijzonder schaars geworden. Alleen op de Sallandse Heuvelrug komt nog een levensvatbare populatie voor. Jarenlang schommelde de stand daar rond de 30 broedparen, maar de populatie lijkt geleidelijk achteruit te gaan. Vorig voorjaar werden in Salland nog maar 16 korhanen geteld (Tijdschrift voor de Leefomgeving, febr.). Vanouds gebruiken de korhoenders vooral de randen van het natuurgebied, waarbij braakliggende landbouwgrond en kruidenrijke akkers een belangrijke rol speelden. Maar de moderne landbouw biedt geen levensmogelijkheden meer voor het korhoen. De soort is nu vooral op de Sallandse Heuvelrug zelf aangewezen, waar de vossebes of rode bosbes de belangrijkste voedselbron vormt.

De korhanen worden geteld in maart of april, tijdens de balts, een fraai spektakel, waarbij de korhanen zich vroeg in de morgen op hun gemeenschappelijke bolderplaatsen verzamelen. Elke haan bakent een eigen plekje af. Met uitgewaaierde staart en gespreide vleugels staan ze klokkend en sissend tegen hun rivalen te pronken.

Overigens gaat het laaglandkorhoen niet alleen in Salland, maar in heel Noordwest-Europa achteruit. Waarom dat zo is, is niet precies bekend. De schuwe vogels broeden in het verborgene, in goed verscholen nesten in de heide, waar de boswachters maar liever niet naar zoeken. Bij de achteruitgang zou de hogere vossenstand een rol kunnen spelen. Anderen wijzen op de zachte kwakkelwinters, waarin veel larven en poppen van insecten beschimmelen, zodat er in het volgende voorjaar als de kuikens uit het ei kruipen een te laag voedselaanbod voor de kuikens kan zijn. De kuikens leven de eerste weken vooral van dierlijk voedsel, zoals rupsen, spinnen, kevers, pissebedden en mieren. Later schakelen ze over op een menu van jonge heidescheuten, boomknoppen en rode en blauwe bosbessen.

Om de dieren voor uitsterven te behoeden is hun leefgebied op de Sallandse Heuvelrug vergroot van 700 naar 1000 hectare. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben op de Haarlerberg en de Sprengenberg bos gekapt. Op de kale grond kiemde al snel weer heidezaad, dat tientallen jaren in de grond heeft gezeten. Zo is weer een groot, aaneengesloten heideterrein ontstaan. Er is nu weer volop hei voor de korhoenders. Dat is overigens ook gunstig voor andere karakteristieke heidebewoners, zoals zandhagedis, nachtzwaluw en roodborsttapuit.