Komeet

In NRC Handelsblad van 23 februari wordt bericht over de ontdekking van voetbalvormige koolstofmoleculen, in aardlagen die de overgang van het Perm naar het Trias markeren. De overgang tussen deze twee geologische tijdperken, 251 miljoen jaar geleden, wordt gekenmerkt door het uitsterven van een groot deel van de toen aanwezige levensvormen. De gevonden fullerenen zouden van buitenaardse herkomst zijn en zouden er dus op wijzen dat ook het `Grote Sterven' een buitenaardse oorzaak had: de inslag van een komeet of planetoïde.

In het artikel wordt gezegd dat deze inslag ook de oorzaak was van een ongekend grote vulkanische activiteit.

Maar deze vulkanische activiteit, die (tien)duizenden jaren heeft geduurd en in Siberië uitgestrekte basaltplateaus deed ontstaan, was het gevolg van het natuurlijke proces van de zeer langzame bewegingen in de aardmantel. Af en toe stijgt hierbij een grote bel of pluim op, die door de aardkorst heen dringt en tot een lange periode van vulkanische activiteit leidt. Dit supervulkanisme was tot nu toe een van de meest voor de hand liggende oorzaken van het `Grote Sterven'.

In de afgelopen 300 miljoen jaar zijn er minstens tien perioden van zulk supervulkanisme geweest. De meeste vallen precies samen met overgangen tussen geologische perioden en het uitsterven van levensvormen.

Sommige onderzoekers menen dan ook dat deze overgangen door zulk supervulkanisme tot stand zijn gekomen en niet door de inslag van een buitenaards object. Bovendien zou het (tien)duizenden jaren lang vrijkomen van vulkanische gassen en deeltjes ook een veel effectiever dodelijk cocktail voor het leven zijn geweest dan de eenmalige klap van een buitenaards object.

In slechts één geval, de overgang van het Krijt naar het Tertiair (65 miljoen jaar geleden, toen onder andere de dinosauriërs verdwenen), heeft men een krater gevonden die op de inslag van een buitenaards object wijst. Deze `Dino-komeet' lijkt echter hooguit een extra duwtje in het al op gang zijnde proces van uitsterven te hebben gegeven.

En ook de vonds van fullerenen in aardlagen van 251 miljoen jaar oud impliceert nog niet dat de reuzenmeteoriet die deze moleculen meevoerde ook werkelijk de oorzaak van het `Grote Sterven' is geweest.