JOSEPHUS THIMISTER

Welke ontwerpers zijn toonaangevend voor het begin van de 21ste eeuw?

In M aandacht voor de nieuwe garde modeontwerpers en vormgevers.

Josephus Thimister is een succesvolle Nederlander in de internationale modewereld. Commercieel werkend voor het Italiaanse Genny, trouw aan zichzelf in zijn eigen collectie.

Het interieur van zijn appartement in Parijs is zo contrastrijk als de modeontwerper zelf. De muren strak, wit en mat, de vloeren zwart en glanzend. Dramatische, zwartfluwelen gordijnen achter een grote, zwarte wegzakbank. Een opgezette tijger en baby-olifant, stoelllen met krulpoten, slordige stapels boeken en cd's op de grond. Er liggen romans van Céline en Baldwin, kijkboeken van Irving Penn en Rembrandt, tijdschriften. Hij serveert een perfecte espresso met water en mandarijntjes. Op de achtergrond klinkt Chet Baker.

Zijn naam doet anders vermoeden, maar Josephus Thimister is Nederlander. Niet iedereen zal de ontwerper kennen, maar Thimister (stevig gebouwd, blozend gezicht, lachende ogen, appartementen in Parijs en Monaco) draait al ruim vijftien jaar op hoog niveau mee in de internationale modewereld. Hij wordt geroemd om zijn minimalistische en tegendraadse couture en prêt-à-portercollecties onder eigen naam, maar ook om het commerciële talent waarmee hij ingesukkelde modehuizen doet opleven. Zo zette hij het aloude modehuis Balenciaga weer op de kaart en geeft hij alweer enkele seizoenen het Italiaanse modehuis Genny een nieuw elan.

Beruchte jeugd

Zo af en toe komt Thimister nog wel naar Nederland, naar Maastricht, om er zijn vader te bezoeken. In eerder gepubliceerde interviews sprak hij openhartig over zijn strenge opvoeding en zijn moeizame relatie met zijn vader. Maar hij is ouder en milder geworden. Hij wil zijn familie met rust laten, hij heeft in het verleden al genoeg dingen gezegd waarvan hij later spijt had. 'Luister, na je dertigste moet je ophouden met je ouders verwijten te maken.' Bovendien is hij niet onverdeeld negatief over zijn opvoeding: 'Een strenge opvoeding geeft je wel de kans binnen een zeer afgebakend kader een vrijheid van geest te ontwikkelen.'

Die beruchte jeugd was er een van tegenstellingen. Warm en koud, streng en vrij, arm en rijk. Was zijn vader iemand van principes en regels, zijn moeder liet de teugels regelmatig vieren. Zij vond het bijvoorbeeld beter dat kinderen genoeg slaap kregen, dus als de kleine Josephus in bed wilde blijven, mocht dat. 'Ik had het geluk dat ik een heel goede student was', zegt hij nu. En naar eigen zeggen zijn alle tegenstellingen uit zijn jeugd terug te vinden in zijn ontwerpen. 'Thimister is mijn persoonlijke weg. Je vindt er mijn ervaringen in terug, mijn achtergrond. Mijn cultuur is ontegenzeggelijk Noord-Europees, ik heb niets met Zuid-Europa. De collectie Lumière du Nord bijvoorbeeld is geïnspireerd op de kleur van Hollandse luchten.'

Mode en Thimister zijn tot elkaar veroordeeld, lijkt het. Hij schildert, schrijft succesvolle romans in het Engels - een mix van Louis Couperus en James Baldwin en nee, hij vertelt ook nu niet onder welk pseudoniem - maar beschouwt het ontwerpen toch als zijn beste uitlaatklep. 'Echt, ik heb geprobeerd mode te ontlopen door andere dingen te doen, maar elke keer komt het weer op mijn pad. Het is mijn lot. Het staat ook dichter bij me dan schrijven of schilderen. Het is mijn manier om dingen uit te drukken. Mode is direct en communicatief, je raakt er een groter publiek mee, omdat het zo'n lage drempel heeft.'

In zijn jeugd speelde mode een hoofdrol in zijn eigen, geheime wereld. Vanaf zijn vierde jaar tekende hij kleren, vanaf zijn achtste voerde hij ze uit in stof. Pas vanaf z'n achttiende jaar mocht de buitenwereld er van meegenieten. Hij koos voor de Koninklijke Academie in Antwerpen. 'Het is de beste opleiding. Klassiek, met de nadruk op persoonlijke begeleiding. Ze houden je een spiegel voor en die confrontatie met jezelf is soms helemaal niet leuk, maar het leert je wel van binnenuit te ontwerpen. En: je leert er discipline en respect voor het vakmanschap.' Na de academie werkte hij voor Karl Lagerfeld en Patou, haalde hij in vijf jaar het ingedutte modehuis Balenciaga uit het slop, startte hij zijn eigen couturelabel Thimister en nu werkt hij alweer vier seizoenen als ontwerper voor het Italiaanse Genny. Het enige Franse modehuis waarvoor hij nog wel wil werken, is Chanel - 'maar dan moet Lagerfeld eerst onder de trein komen, hahaha'- en voorlopig denkt hij na over een Amerikaans aanbod. Nee, hij zegt niet van wie. Als hij oud is, zullen we alle ins en outs lezen in zijn memoires. Het is nog te vroeg om er iets over te zeggen, hij is per slot van rekening pas 37, maar de werktitel Prince et Pute (Prins en Hoer) zegt al genoeg.

Poëtisch en draagbaar

De prins is hijzelf, legt Thimister uit. Als hij voor zijn eigen modehuis ontwerpt. Als hij mag doen wat hij wil. Als hij zijn stoffen beeldhouwt tot pure, bijna minimalistische creaties. Als hij latex, met verf besmeurd plastic of desnoods tweedehands leger- overhemden verwerkt tot eenvoudige, vrouwelijke kleding. In 1999 introduceerde hij het deconstructivisme in haute couture. Hij hergebruikte oude legerjasjes, canvas tentdoek en militaire khaki-broeken en gaf ze een zijden of satijnen voering. Nogal choquerend in de door overdadige luxe gedomineerde haute couture. Nog nooit had iemand het aangedurfd een baljurk te maken van een legerponcho of een crinoline-rok van een oude canvas tent. Thimister verklaart die extremiteiten kort: 'Couture is voor mij iets maken zonder grenzen. Ik hou van kleren die een statement maken, die overdrijven. Kleren moeten je een gevoel van vrijheid geven.' Het leverde hem publiciteit, roem en klanten op. Anna Wintour, de hoofdredactrice van de Amerikaanse Vogue en zo'n beetje de machtigste vrouw in modeland, noemde hem dé ontwerper van de toekomst.

De combinatie van rauwe en elegante materialen, van zijdezacht en ruw, klassieke stoffen (zoals zijde en satijn) en nieuwe materialen (zoals latex) verraden zijn Noord-Europese wortels en Belgische opleiding: poëtisch, een beetje surrealistisch en controversieel, en toch draagbaar. Thimister weet door enkele ogenschijnlijk simpele ingrepen - een mooi rugdecolleté, het plooien van de stof rondom de torso of een ingenieuze halslijn - zijn creaties een vloeiende lijn te geven die het vrouwenlichaam flatteert.

Uitverkoren door Vogue

Maar het bleef bij twee couturecollecties. Thimister had immers zijn doel bereikt: hij had een naam opgebouwd en was beroemd. Het werd tijd voor een meer betaalbare collectie, die niet meer alleen uit handwerk bestond. In maart 1999 presenteerde hij zijn eerste prêt-à-portercollectie, die zeer enthousiast werd ontvangen. Er volgden nog twee succesvolle collecties. Maar de lovende reacties en het feit dat toonaangevende winkels als Neiman Marcus en Barneys zijn kleding inkochten, waren niet genoeg hem uit de schulden te krijgen. Alleen al het geven van een modeshow kost zo'n zeven ton. Die schuld bij de bank dwong Thimister eind vorig jaar tijdelijk te stoppen met zijn eigen modehuis. 'Je moet op een gegeven moment een afweging maken: blijf ik klein of groei ik door? Als je klein blijft, moet je in een notendop werken, wil je groeien, dan kun je niet alles meer zelf doen. Als je je daaraan waagt, loop je in korte tijd achter je eigen schaduw aan. Ik heb bewust een stap terug gedaan.'

Hij wacht nu op een financier die hem de tijd wil geven een solide modehuis en een eigen oeuvre op te bouwen. 'De meesten willen meteen resultaat zien, daarom heb ik zo'n medelijden met jonge ontwerpers van nu. Ik heb het nog in mijn eigen tempo kunnen doen. Hun wordt geen tijd gegund een eigen stijl te ontwikkelen. Elk seizoen moet er iets anders getoond worden. De mode heeft de laatste jaren niets nieuws te bieden, omdat de ontwerpers geen kans wordt gegeven iets nieuws te ontwikkelen. Ze hebben het te druk met andere dingen. Met imago en geld.'

En dus zit de prins dit voorjaar voor het eerst zonder eigen collectie. 'Ik word er soms gek van. Maar ik wil het per se op mijn eigen manier doen. Ik wil mezelf niet verliezen.' De fotoreportage over jonge, toonaangevende modeontwerpers die de Amerikaanse Vogue vorig jaar organiseerde en waar Thimister ook voor werd uitverkoren, sterkte hem in zijn opvatting. 'Ik was daar zo'n beetje de oudste en wat me opviel, was dat jonge ontwerpers zeer opportunistisch zijn. Toen ik begon, ging alles veel gemoedelijker, was er nooit echt sprake van tactiek of marketing. Dat was een prachtige tijd, realiseer ik me nu. Veel jonge, succesvolle ontwerpers van nu kunnen nooit zichzelf zijn. Laat mij het dan maar zo doen.'

Die houding was uiteindelijk ook de aanleiding voor zijn vertrek bij Balenciaga. 'Ik vond dat het na vijf jaar tijd was om het modehuis verder te ontwikkelen, maar de directie niet. Dat botste. We hebben nogal confronterende gesprekken gehad en uiteindelijk is de samenwerking met allerlei juridisch getouwtrek beëindigd. Dan is het heel wrang als je ziet dat ze nu precies doen wat ik destijds wilde.' Na het vertrek van Thimister nam zijn toenmalige assistent Nicolas Ghesquiere het roer bij Balenciaga over. Hij veranderde de strakke, architectonische lijn die zo kenmerkend was voor het modehuis in een meer rauwe, minder perfecte stijl. En hij slaagde erin het modehuis een nog hipper en avantgardistischer imago te geven. Ghesquiere werd een ster en dit jaar kreeg hij in New York de prestigieuze vh!-Award voor de beste avantgarde-ontwerper uitgereikt.

Seks, kitsch, kleur

Nu speelt Josephus Thimister de spreekwoordelijke hoer bij het Italiaanse modehuis Genny, dat hem in 1999 aanstelde als hoofdontwerper. Per seizoen moet hij zeshonderd stuks kleding bedenken, tekenen en doorpassen. En elk seizoen wordt hij op de verkoopcijfers afgerekend. Het is een doorlopend gevecht met de commerciële afdeling. 'Genny is heel anders dan Thimister. Het staat ver van mijzelf en mijn eigen werk af, daarom heb ik ook ja gezegd op hun aanbod. Zo vermijd ik het mixen van stijlen. Genny is seks, kitsch, kleur, een rollenspel met de vrouw als vamp. Thimister is authentiek, aards, etherisch, artisanaal, is mijzelf. Nee, ik heb er absoluut geen vrijheid. Ik moet presteren, maar word er zeer goed voor betaald en in de watten gelegd. Er staan continu vijf mensen op mijn vingers te kijken en ik moet elke dag verantwoording afleggen. Inmiddels ben ik het gewend, maar in het begin had ik het gevoel alsof er vijf revolvers op m'n kop gericht stonden. Je moet ze alles geven.'

Individualist Thimister blijkt onder die druk prima te presteren. Zijn eerste drie collecties voor Genny waren een groot succes. Opvallend was dat de kleding, hoe commercieel ook, onmiskenbaar het handschrift van de Nederlander droeg: de subtiele kleuren, de flinterdunne stoffen, de laagjes, de grove breisels, de combinatie van tegengestelde materialen. 'Ondanks die druk werk ik graag voor Genny', vertelt hij. 'Ik heb geleerd structuur aan te brengen in mijn werk en ben ook meer vertrouwd met de zakelijke kant van de mode. Dit modehuis is een perfect geoliede machine. Ik vind het ook niet erg dat ik nu alleen voor hen werk. Met het geld dat ik nu verdien, kan ik mooi mijn schulden aflossen. Daarna zien we wel weer verder.' Zijn contract met Genny loopt dit jaar af.

Thimister is terug

Een paar weken later belt Josephus Thimister op. Genny wil zijn eigen modehuis Thimister financieel steunen en de productie op zich nemen. 'Dankzij hen kan ik nu in maart weer een collectie in Parijs laten zien.' De woorden rollen over elkaar heen, zijn stem slaat af en toe over, hij klinkt als een blij kind. 'Het is een gekkenhuis, maar het voelt zo fantastisch goed.' Hij heeft geen tijd om aan andere dingen te denken dan aan de collecties. Zondag 11 maart is de show. Zijn show. De prins is terug. M

Jetty Ferwerda is freelance modejournalist.

Sara Singh (Unit) is illustrator en werkt in New York. Zij publiceerde onder meer in Elle, Marie Claire en Wall Street Journal.

[streamliners] Hij wil nog wel werken voor Chanel. 'Maar dan moet Lagerfeld eerst onder de trein komen.'

'Ik heb medelijden met jonge ontwerpers van nu. Ik heb het nog in mijn eigen tempo kunnen doen.'