In Palika Bazaar is piraterij een recht

Het ondergrondse winkelcentrum `Palika Bazaar' in het hart van New Delhi was ooit duur en luxueus. Het had een eigen parkeergarage, er waren deftige restaurants, trendy boetieks en sjieke juweliers. Maar nadat er een keer een bom ontploft was, bleven de rijke inwoners van Delhi massaal weg. Veel zaken gingen failliet en de wandelpaden veranderden in duistere spelonken.

Plafondtegels en ventilatiebuizen hangen los of zijn naar beneden gekomen, het vuil wordt niet opgeruimd en het stinkt naar urine. De herinnering aan de bomaanslag wordt levend gehouden door metaaldetectors bij iedere ingang en geüniformeerde wachten die af en toe binnenkomende klanten fouilleren.

Wat niet wil zeggen dat het er niet druk is. Op zaterdagen is het dringen bij de winkels die nu heel andere spullen aanbieden: cd's, video's, dvd's, spelletjes voor de gameboy, de computer en de Playstation. Het nieuwste van het nieuwste, voor bespottelijke prijzen. Een film als Gladiator kost omgerekend acht gulden, het autorace-spel Grand Tourismo gaat voor vijf gulden over de toonbank. Want niets is origineel. Palika-bazaar draait op namaak, op kopieerwerk en piraterij.

De schade zou vorig jaar zijn opgelopen tot 300 miljoen dollar, maar de Indiase autoriteiten kunnen er weinig tegen doen. Soms doet de politie een inval en wordt een winkeltje leeggehaald. Maar de meeste winkels zijn al behoorlijk leeg. Pas als een klant vraagt naar een bepaalde film of computergame, wordt de betreffende dvd of cd-rom snel door een koerier ergens vandaan gehaald.

De vraag is of men er iets aan zou moeten willen doen. Piraterij is volgens sommigen geen misdaad, maar een recht. De discussie is op gang gebracht door software-specialisten en jonge academici die zich verenigen in kleine clubs binnen de universiteit. De meest formele van deze clubs is `Sarai', die vorige week een officiële `bedrijfsopening' hield in de kelders van de afdeling voor Sanskrietstudies, compleet met lezingen en tentoonstellingen. Jongeren kunnen hier leren hoe je met goedkope en illegale onderdelen ter waarde van een paar honderd gulden een complete en goed functionerende computer in elkaar zet. Hackers zitten achter de monitoren beveiligde programma's te ontsluiten en programmeurs maken software die gratis via internet verkrijgbaar zal zijn. Het programma bijvoorbeeld om in hindi-schrift te communiceren, kost in de officiële versie meer dan tienduizend gulden. De mensen van Sarai bieden het gratis aan.

Het patenteren en het willen veiligstellen van het eigen `intellectuele eigendom' is volgens Sarai een typische uiting van het laatkapitalisme. En dit kapitalisme krijgt nu geen socialisme tegenover zich, maar een nieuw soort anarchisme, dat zich juist in de software-sector voordoet. Het past ook erg bij de Indiase economie, die voor een groot deel informeel is: zelfs onderdelen van dure buitenlandse auto's worden nagemaakt en recentelijk is een goedkope versie van de AIDS-remmer op de markt gebracht, die in het Westen honderden dollars kost.

Iemand die iets uitvindt of mooie muziek maakt, aldus de mensen van Sarai, verdient uiteraard alle eer, maar niet het recht om er keer op keer geld voor te vragen. Vooral in arme landen als India zou dat namelijk betekenen dat jongeren verstoken blijven van boeken of films waartoe Westerlingen wel makkelijk toegang hebben.

Het is geen kwestie van het recht op het stelen van brood als je er het geld niet voor hebt, verzekert Sarai. Het is een kwestie van het weigeren te betalen voor de uitvinding van brood. De grondstoffen worden zelf opgebracht en het aardige aan software is dat er nauwelijks grondstoffen voor nodig zijn.

Als reactie op deze houding is de Indiase film- en muziekindustrie een campagne begonnen tegen piraterij. Op grote spandoeken met foto's van beroemde sterren staat dat je met een gekopieerde versie juist datgene schaadt wat je lief is. Kopieerders vinden die paniek overdreven: een originele muziek-cd heeft altijd een mooiere verpakking met foto's en teksten. En van een film geniet je pas echt als je die op het grote doek ziet. Men wil creativiteit op zich niet bestrijden, maar het idee dat creativiteit te koop is. `Een goed idee', staat op een affiche bij de universiteit, `is onbetaalbaar. Je moet er daarom niet aan beginnen ook.'