HET PUBLIEK

Het lichaam van elastiek. Vederlicht. Behendig. De jonge kampioenen van de brug, de balk, de rekstok, de vloer, de ringen en het paard hebben de volledige controle over hun doorgaans kleine gestel. Ze kunnen draaien, slingeren en soms zelfs een beetje vliegen. Het publiek kan alleen maar gefascineerd toekijken naar wat er allemaal mogelijk is met een menselijk lichaam.

Turnen is de kunst van de beweging. Gracieus, sierlijk, alles in een prachtige balans. Een van de weinige sporten waarbij de perfectie bestaat. De hoogste beloning is een tien. Hoger en beter kan niet. Sommige sprongen zijn zo bijzonder dat ze de naam van de uitvoerster meekrijgen. Zoals de dubbele Schoeschoenova, de Tsoekahara met volledige schroef, en de Tkatchev-spagaat. Maar wie naam wil maken, betaalt een hoge prijs. Wereldtoppers trainen minimaal dertig uur in de week. Duizenden malen in een lege gymnastiekzaal oefeningen herhalen. Bijschaven, perfectioneren. Op het ene moment voor de juryleden moet de uitvoering volmaakt zijn. Bij de Spelen in Sydney klopte vrijwel alles voor 16-jarige Andrea Raducan. Een Spartaans turnleven in Roemenië leverde haar olympisch goud op de individuele meerkamp op. Maar de medaille werd haar weer afgenomen. Ze had een tabletje geslikt tegen een verkoudheid. Pseudo-efedrine. Doping. Niet eerder werd een turnster betrapt. En zo ging de naam Raducan toch de turngeschiedenisboekjes in.

Twintigste aflevering van de serie over publiek