De logica van Jaki Liebezeit

Voor Jaki Liebezeit in de groep Can pionierswerk verzette was hij freejazz-drummer. De bijna dertig jaar jongere Burnt (eigenlijk Bernd) Friedmann maakt als helft van het duo Flanger bedrieglijk echte `fake jazz' per sampler en computer. Zo waren ze toch nog enigszins op hun plek in de Utrechtse jazzclub het SJU-huis, als afsluiter van het aan `grensverleggende' muziek gewijde Rumor-festival, al heeft de muziek die ze samen maken met jazz niet veel van doen.

In Can, destijds pas echt een grensverleggende groep, onderwierp Liebezeit zijn drumpatronen aan een verregaande reductie, met een onnavolgbaar metronomisch soort swing als resultaat. Gisteravond bleek dat hij sindsdien nog verder aan het reduceren is geslagen, waarbij zijn drumstel niet gespaard bleef. Bassdrum en hi-hat ontbreken, Liebezeits voeten hebben vrijaf.

De op de grond zittende Friedmann, die met kleermakerszit en wierook vervlogen hippietijden trachtte te doen herleven, werd omringd door twee oude Korg-synthesizers, een mengtafeltje, wat minidisc-spelers en effecten. Op zijn deels vooraf ingespeelde partijen , vooral bestaand uit ritmisch georiënteerde `sequences', was het goed trommelen voor Liebezeit.

Hij blonk uit in patronen van verbluffende, bijna hallucinerende helderheid. Zijn partijen waren schijnbaar zo simpel als je kunt verwachten op een drumstel met vier trommels en drie bekkens. Maar schijn bedroog. Soms herhaalde hij een bepaald patroon matenlang, soms wisselde hij per maat van accent, soms verraste hij met een roffel hier of een onverwachte klankkleur daar. Maar bijAna altijd zette hij verbluffende lijnen uit.

Liebezeits spel was van een glasheldere, streng versoberde logica, maar tegelijkertijd was deze slagwerker die wel als de vleesgeworden drumcomputer wordt aangeduid oneindig veel minder voorspelbaar dan zijn machinale soortgenoot. Met enkele stukken kon hij niet veel, waardoor het accent kwam te liggen op de lang niet onaardige geluidsdecors die Friedmann fabriceerde. Maar Liebezeit was de ster van de avond.

Hoe anders ging het toe bij het Zwitserse trio Steamboat Switzerland. Dit trio – basgitaar, drums, Hammond-orgel en nog wat herriemakende elektronica – hanteert een esthetiek van het teveel. Hun aan één stuk afgewerkte set werd grotendeels vanaf notenpapier gespeeld, maar de complexiteit van het materiaal stond een bijzonder energieke en luidruchtige uitvoering niet in de weg. Associaties met Emerson Lake & Palmer zijn onvermijdelijk en werden door toetsenman Dominik Blum ook uitgelokt met zijn woeste riedels op de Hammond, maar de groep staat eerder in een typisch Europese `artrock'-traditie zoals die dik een kwart eeuw geleden bloeide. Imposant, maar vermoeiend.

Wat Steamboat Switzerland teveel heeft, heeft Perlon te weinig. Melodieën waren ver te zoeken bij dit Duitse trio. Slagwerker en gitarist deden hun uiterste best om herkenbare geluiden te vermijden, terwijl elektronicaman Ignaz Schick deze geluidenbrij aandikte met nog meer abstracte klanken. Toch begonnen de verschillende elementen na verloop van tijd op hun plek te vallen en ontstond er alsnog een zekere muzikale spanning. Bij de grensverleggende muziek van nu is meefluiten en er niet bij.

Concert: Rumor-festival. Met Perlon, Steamboat Switzerland en Burnt Friedman & Jaki Liebezeit. Gehoord: 1/3, SJU-huis en Ekko Utrecht.