De dominostenen van Zuidoost Azië

Eind januari 1964 kwam generaal Nguyen Khanh na een coup aan de macht in Zuid-Vietnam. Defensieminister Robert McNamara kreeg meteen een telefoontje van president Lyndon B. Johnson: ,,My god Bob, I wanna see you on television with that guy.'' Amerika snakte naar stabiliteit in chaotisch Zuid-Vietnam, de staat die door het Witte Huis werd beschouwd als cruciale buffer tussen China en Zuidoost-Azië. Generaal Khanh moest worden omarmd. Dus reisde McNamara naar Vietnam, stak voor de camera's de armen van de nieuwe leider omhoog en sprak zijn eerste woorden Vietnamees. Dat laatste ging mis, vertelt Khanh 25 jaar later met pretogen. McNamara wilde zeggen `Lang leve Vietnam', maar omdat hij de klemtoon verkeerd legde zei hij `Vietnam wil gaan slapen'. Dat riekt naar Kennedy, die in Berlijn verklaarde dat hij een gebakje was - de klassieker `Ich bin ein Berliner'.

Smakelijke anekdotes, de driedelige documentaire The Vietnam War - Descent into Hell over de aanloop tot de Vietnamoorlog bevat er vele van. The stuff that history is made of, zou je kunnen zeggen, of in ieder geval de details die geschiedenis zo fascinerend maken. De Britse tv-producent Brian Lapping presenteert ze in zakelijke reconstructies, waarbij alle betrokkenen voor de camera komen.

Uitgangspunt voor The Vietnam War: hoe raakte Amerika betrokken bij Vietnam in het algemeen en de oorlog in het bijzonder? Het antwoord ligt besloten in de grafische vormgeving van de titel, waar foto's elkaar als dominostenen omver kegelen. De dominotheorie, de nimmer onderbouwde politieke theorie die veronderstelt dat communistische landen elkaar aansteken, bepaalde decennia lang de Amerikaanse politiek ten aanzien van Zuidoost-Azië. Als Vietnam valt, dan valt Laos, dan valt Cambodja, dan valt Thailand. De documentaire doet aan gedetailleerde geschiedschrijving, niet aan het grote gebaar, en geeft dan ook geen antwoord op de vraag waarom al die presidenten heilig geloofden in een onbewezen theorie.

Wel zien we hoe die presidenten – de verdeling is grofweg Truman en Eisenhower in deel 1, Kennedy in deel 2 en Johnson in deel 3 – vanaf 1945 de verkeerde beslissingen namen. Dat begint met het negeren van het steunverzoek van rebellenleider Ho Chi Minh (filmbeelden van Ho die zijn door Jefferson geïnspireerde onafhankelijkheidsspeech tikt in een junglehut!), en loopt via militaire steun aan Frankrijk in de onafhankelijkheidsstrijd en het installeren van de gehate marionet Ngo Dinh Diem in Zuid-Vietnam tot aan het opblazen van het incident in de Golf van Tonkin, de directe opmaat tot `full scale war'.

Dat alles wordt verteld door oudere heren in inwisselbare woonkamers. En toch is het smullen. Luister naar Jack Valenti, de latere Hollywoodambassadeur en destijds presidentsadviseur. ,,Als adviseur maak je option papers voor je baas. Optie 1: Surrender. Optie 2: Nuke them. Optie 3: Start some bombing. Ach, eigenlijk heb je dan al gekozen voor optie 3.'' The Vietnam War heeft maar één manco en dat is het commentaar van Martin Sheen. Het leek zo'n goede keus, de enige good guy uit de ultieme Vietnamfilm Apocalypse Now en de president uit tv-serie The West Wing. Maar hier spreekt Sheen op z'n alleramerikaanst, met elke zin als climax. Deze documentaire heeft dergelijke opwinding niet nodig.

The Vietnam War - Descent into Hell. VPRO, zondag, Ned.3, 21.38-22.35u. Deel 2 en 3: 11/3 en 18/3.