De dader heeft het gedaan

Het is nog niet zo lang geleden dat in Nederland daders vooral werden beschouwd als slachtoffers van de omstandigheden: moeilijke jeugd, psychische problemen en andere verzachtende factoren. Ook op het Nederlands Forensisch Instituut, waar alle sporen van misdrijven in Nederland worden verzameld en onderzocht, was DNA-onderzoek in eerste instantie gericht op het vrijpleiten van verdachten, het uitsluiten van mogelijke daders.

Maar die tijd is voorbij. We zijn anders gaan denken over pedoseksualiteit, Nederlanders eisen een hardere aanpak van criminaliteit, of die nou stijgt of niet, en politici zeggen het hen na. Pers, publieke opinie en politiek bijten elkaar hierbij steeds opnieuw in de staart.

Ze krijgen daarbij een steun in de rug van de spectaculaire wetenschappelijke ontwikkelingen in het DNA-onderzoek. De kleinste sporen van een misdrijf kunnen leiden tot identificatie van de dader. Dus gingen er stemmen op de regels voor opslag van dat DNA in een databank te versoepelen. Uit de discussie in de Tweede Kamer over de verruiming van de DNA-wet, vorige maand, bleek dat de volksvertegenwoordiging daarin inmiddels zelfs verder wil gaan dan minister Korthals van Justitie. Bescherming van de privacy is minder belangrijk geworden dan boeven vangen.

Aan het Nederlands Forensisch Instituut zijn deze ontwikkelingen niet ongemerkt voorbijgegaan. De medewerkers kregen de wind mee en interpreteren de wet zo langzamerhand wat ruim.

M portretteert het Instituut, en daarmee de spectaculaire mentaliteitsomslag van de afgelopen twintig jaar. De rekkelijken hebben gewonnen, de preciezen hebben het nakijken.