De arm van Herfkens

Onderzoekers die samen met collega's uit de tropen een project willen opzetten moeten een land kiezen dat door minister Herfkens is uitverkoren. De nieuwe regels van wotro.

Wie betaalt bepaalt, ook in de wetenschap. WOTRO, de Stichting voor Wetenschappelijk Onderzoek van de Tropen, wil dat samenwerkingsprojecten van onderzoekers uit Nederland en uit ontwikkelingslanden voortaan alleen plaatsvinden in de landen die minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) bilaterale hulp geeft. WOTRO krijgt substantiële financiële steun van DGIS, het Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking. Tot nu toe gold er geen geografische beperking.

Op de `DGIS-lijst' prijken op dit moment 18 landen, van Bangladesh via Mali en Macedonië tot Zambia. Naast `armoede' is het criterium de aanwezigheid van `goed bestuur'. Om die reden is onlangs Rwanda aan de lijst toegevoegd en hebben landen als Kameroen, Mauretanië en Zimbabwe het nakijken. Vier landen die niet geheel aan de criteria voldoen krijgen toch bilaterale hulp: Egypte, Indonesië, Zuid-Afrika en de Palestijnse gebieden.

De beperking tot DGIS-landen is sommige WOTRO-onderzoekers in het verkeerde keelgat geschoten. ``Schandalig'', vindt Mirjam de Bruijn van het Afrika Studie Centrum Leiden. ``WOTRO laat zijn oor hangen naar de politiek en dat is een verkeerd signaal. Nu geldt de beperking alleen nog voor de geïntegreerde programma's, maar ik beschik over aanwijzingen dat individuele subsidies ook ter discussie staan. Het koppelen van wetenschap aan arbitraire politieke beslissingen is zeer zorgelijk. Andere minister, andere landen. Het betekent een schoffering voor de universiteiten en instituten waar we nu niet meer mogen komen. Dit kunnen we als onderzoekers niet tolereren. Het kan juist wetenschappelijk heel interessant zijn om in slecht bestuurde landen aanwezig te zijn.''

Ton Dietz, hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam, is niet minder kritisch. ``De eis is stiekem binnengesmokkeld, een openbare discussie is nooit gevoerd. Moet wetenschappelijk Nederland zich laten ringeloren door de hobby van de minister? Mag WOTRO speelbal zijn van wisselend beleid? Nee!''

Ook Renee van Kessel, directeur van het WOTRO-bureau in Den Haag (de stichting opereert onder de vlag van NWO), toont zich weinig gelukkig met de koerswijziging. ``Hij vloeit voort uit de evaluatie die WOTRO afgelopen najaar heeft ondergaan. De conclusie was dat we prima functioneren, maar dat het aanbeveling verdient de middelen meer geconcentreerd in te zetten. Onder DGIS kunnen we niet uit, ze dragen een flink deel van onze begroting. Ons contract met hen loopt dit jaar af en we moeten nog onderhandelen over verlenging. Het is met pijn in het hart dat we ons tot de landen van Herfkens beperken, bij wijze van compromis voorlopig alleen bij de geïntegreerde programma's. Bij de Stichting Tropenbos in Wageningen speelt overigens iets vergelijkbaars. Die zaten in Guyana, welk land niet op de lijst van Herfkens voorkomt, en moeten nu helemaal overnieuw beginnen in een land als Vietnam.''

WOTRO-bestuursvoorzitter Albert Cornelissen, decaan van de Utrechtse faculteit diergeneeskunde, ziet DGIS niet graag in een kwaad daglicht gesteld. De parasitoloog benadrukt dat de wetenschappelijke criteria onverminderd van kracht blijven. ``DGIS heeft niet getornd aan de kwaliteitsmaatstaven van WOTRO en daar voelen ze ook geen enkele behoefte toe. Dat externe geldverstrekkers randvoorwaarden stellen is in de academische wereld niet ongebruikelijk.''

Wilt Idema, hoogleraar sinologie aan Harvard en voorzitter van de commissie die WOTRO vorig jaar evalueerde, vindt dat WOTRO ``maar moet slikken of stikken''. ``In ons eindrapport van afgelopen november'', aldus Idema, ``bepleiten we evenwicht tussen wetenschappelijk onderzoek en capacity building in het ontwikkelingsland. Het onderzoek moet ter plaatse leiden tot een intellectuele infrastructuur, gedragen door lokale wetenschappers. WOTRO heeft toch een wat koloniale achtergrond, `wij doen het wel voor ze'. Bij de aanpak die wij voorstellen kom je bij de beperkte middelen vanzelf op concentratie uit. Aansluiting bij wat DGIS wil is dan niet zo gek, de facto vindt het overgrote deel van het onderzoek al in de (18+4) landen plaats. Aan de WOTRO-koerswijzinging zal een pittig overleg met DGIS voorafgegaan zijn, maar er zit een zekere logica in. Als WOTRO de handen vrij wil houden, moeten ze geen geld van Herfkens aannemen.''

Zie www.nwo.nl/wotro