Dansers in weemoedige terugblik op leven en liefde

Shusaku Takeuchu nam de moeite om in het programmaboekje uit te leggen wat het Engelse begrip `windage' inhoudt; iets met de invloed van de wind op de baan van een projectiel. Maar eigenlijk is die toelichting volstrekt overbodig. Uit WindAge, zijn nieuwe dansstuk voor vier NDT3-ers (de ouderengroep van het gezelschap), blijkt wel dat het hem om een vrije poëtische associatie gaat: om de wind die de herinneringen van een op leeftijd zijnd stel als herfstbladeren over het podium laat dwarrelen.

Het koppel Sabine Kupferberg en Egon Madsen symboliseert dat oudere paar dat enigszins weemoedig terugblikt op het leven en vooral op de liefde. Aan de rand van een enorm groot bed dat prominent in het decor staat opgesteld beleven ze in gedachten opnieuw de momenten van tederheid en vervoering. Toeschouwers zijn ze nu. Door de witte kleding zien ze eruit als geesten die vanuit een andere wereld toezien op hun jonge alter ego's. Dat paar (Gioconda Barbuto en David Krügel) beweegt opvallend traag, waardoor ook zij droomverschijningen lijken. Niet alleen de personages hebben iets transparants over zich, ook het bed mist een stevig matras. Regelmatig glijden de vier er in weg alsof het een moeras is, om ineens in een andere hoek op te duiken, met de hoofden net boven het maaiveld uit. Tot slot plooien de vier hun lichamen harmonieus ineen tot een abstract bloemvormig organisme, dat zachtjes wiegt in de wind.

Wie het werk van de Nederlands-Japanse Shusaku Takeuchi kent, weet hoe hij stijlmiddelen van butoh, de expressionistische moderne dans uit Japan, toepast. Niet al te strikt, maar toch. De traagheid en het dierlijk verkrampte bewegen bijvoorbeeld, de witte verschijningen die de sfeer onwerkelijk maken en de subtiele verwijzingen naar de natuur. Maar gelukkig behoort Takeuchi niet tot de harde kern van de pure butoh-kunstenaars. Hij is veeleer verwant aan de poëtische kant die de stijl ook kent. Zijn beeldend danstheater bezit vaak een surrealistisch schoonheid. Dat geldt zeker voor dit werk waarvoor hij zelf nog een prachtig toneelbeeld ontwierp, met kleurige wanden en een doorkijk naar een eveneens fraai belichte achtergrond.

Hoewel Takeuchi afgelopen drie decennia veel locatieprojecten heeft gemaakt in het marginale avantgarde circuit, voelt hij zich nu klaarblijkelijk thuis bij dit illustere gezelschap van veertigers en vijftigers, waar hij voor de tweede keer te gast is. Hij benut optimaal de ervaring van deze oudere dansers, en omgekeerd laten zij zich door hem kneden alsof ze van was zijn. Hun gestileerde aanpak geeft aan zijn dans een zachte glans. Omgekeerd vormt WindAge een welkome afwisseling op het NDT3-repertoire. In alle opzichten een geslaagde samenwerking.

Doordat Gérard Lemaitre geblesseerd was, was het programma iets gewijzigd. Met Kyliáns A Way a Lone en Van Manens Two Fases zou dat net goed in balans zijn geweest. Het groteske The Third of 2 had gerust weggelaten kunnen worden.

Nederlands Dans Theater 3. WindAge. Choreografie: Shusaku Takeuchi. Reprises: A Way a Lone (Kylián), Two Fases (Van Manen), The Third of 2 (Marin). Gezien: 1/3 Lucent Danstheater Den Haag. Aldaar 3/3. Toernee t/m 14/4.