Bekend worden

De grote, alles beheersende vragen van deze tijd, de vragen waarmee het altijd weer begint, gaan niet over de moraal, de invloed van vooraanstaande cabaretiers, schrijvers, columnisten en slechte films op het maatschappelijk gedrag. Niet over het zuipen van de jongeren en het vechten met de conducteur in vertraagde treinen. De vragen waar het in eerste aanleg om draait zijn: hoe kom ik in de publiciteit, of: hoe blijf ik eruit. Aan de ene kant: de schreeuw om aandacht, en aan de andere, de Tarnkappe, de nevelkap die Siegfried in bezit heeft gehad, zonder zich de eigenaar te mogen noemen. Hoeveel mensen zouden dit weekeinde, zelfs iedere dag, een nevelkap willen huren? Ik durf er geen slag naar te slaan.

Het tegendeel van de nevelkap lijkt mij, op het eerste gezicht, het aureool, de nimbus. Die ligt dichter binnen bereik. Daar hebben we de consultants van de pr en de reclame, de bekendheidsmanagers en dergelijke kwakzalvers voor. Er is een oude uitspraak van een reclameman: de helft van de reclame is vergeefs, maar we weten niet welke helft. Stelt u zich voor dat deze wijsheid in bijvoorbeeld de huizenbouw werd toegepast. De helft van dit cement is goed, maar we weten niet welke helft. U kruipt uit de puinhoop. Daar staat de aannemer met de rekening.

De behoefte aan bekendheid is groter dan ooit. Bekendheid kan gemaakt worden – we behandelen het als een product, alsof het uit een machine komt waarvan de deskundigen weten hoe die moet worden bediend. Maar er is geen machine. Publiciteit kunnen we het best vergelijken met een systeem, of liever, een doolhof van onderaardse riolen, waarvan er een paar in zee uitmonden. Op bepaalde plaatsen zijn putten waarin mensen hun boodschap kunnen deponeren. Soms wordt die door een van de hoofdstromen gegrepen, en dan duurt het niet lang voor de openbaarheid van de vrije ruimte is bereikt. Het kan ook zijn dat hij in een zijkanaal belandt en langs een omweg toch in zee terechtkomt, of in een verstopte buis blijft steken. De deskundigen hebben een vermoeden van de structuur van het onderaardse stelsel. Ze weten iets maar lang niet alles van de stromingen. Het belangrijkste geheim van hun beroep is, dat ze de meeste putten kennen, of denken te kennen, waarin ze de boodschap moeten laten vallen, opdat die de grootste kans heeft zo snel mogelijk de openbaarheid te bereiken.

Zo ongeveer. En nu kan het ook zijn dat een amateur in het vak regelrecht het midden van de hoofdstroom treft, zonder deze bedoeling te hebben gehad. Je kunt zo'n voltreffer niet construeren; alleen achteraf herkennen, in factoren ontbinden en verklaren. De mislukte grasmat van Ajax heeft de beroemde club meer publiciteit gebracht dan alle overwinningen van de laatste jaren. Factoren in het complex zijn a. de oude roem, b. het mooie stadion, c. het gedaver waarmee het optreden van Ajax nog steeds gepaard gaat, d. in tegenstelling daarmee, de eigenlijke voetbalprestaties en e. het feit dat deze malaise zich zelfs aan de grassprietjes meedeelt. Dit veroorzaakt de publiciteit, die bestaat uit een bestanddeel treurigheid en een bestanddeel leedvermaak. Er is geen expert die dat alles had kunnen bedenken.

Nu komt de culturele revolutie, zoals te goeder trouw afgekondigd door de heer M. Oosting. Het complex waarin zijn denkbeeld valt, omvat de verwatenheid van het `poldermodel' in zijn scherpe tegenstelling tot de polderpraktijk. Hij heeft een oud begrip nieuw leven ingeblazen, daarbij een nationaal vraagstuk teruggebracht tot de eenvoud van twee woorden, zodat het ogenschijnlijk `hanteerbaar' wordt. Daardoor weer stijgt de kans dat het tot pasmunt in politieke en culturele beschouwingen zal worden, opgenomen in de politiek-Haagse woordenschat, en de heer Oosting onsterfelijk. Ik ben benieuwd hoe het verder zal gaan.

Intussen is gebleken dat, behalve de afbeelding van de spin, nog een symbool van angstaanjagendheid voor de `televisiekijkwijzer' is voorgesteld: het spook. Veel beter, vind ik, want regelrecht verbonden met de nachtmerrie en de oerangsten die iedereen eigen zijn. Waarom de spin onrecht wordt gedaan door haar als symbool van afschrikwekkendheid te gebruiken, heb ik vorige week verklaard. Er is nóg een argument. Het spinsymbool zal ertoe bijdragen dat de kinderen meer spinnen gaan doden, terwijl het niet hun schuld is dat er angstaanjagende films worden gemaakt. De spin draait op voor de hebbelijkheden van de filmmaker. Kleinigheid, zult u misschien zeggen, want wat is tenslotte een spin? In dit geval een dier waaraan een, in beginsel, gruwelijke onrechtvaardigheid wordt bedreven. Pak het spook!