Zwijgzame Perkins gaat onverwachts praten

Een hoge ambtenaar van de Europese Commissie heeft onlangs verklaard dat de Amerikaanse geheime dienst het coderingssysteem van de Commissie controleert. Zelfs op diens eigen verzoek, zo blijkt uit interne stukken van de Commissie.

Van de Brit Desmond Perkins, ambtenaar bij de Europese Commissie, wordt verwacht dat hij over zijn werk zwijgt als het graf. Hij is verantwoordelijk voor het systeem van geheime codes waarmee de Commissie boodschappen voor vertegenwoordigingen in het buitenland onleesbaar voor spionnen probeert te maken.

Nog maar kort geleden leek het erop dat hij, sinds hij in 1976 zijn werk in Brussel begon, altijd een voorbeeldige zwijgzaamheid had getoond. Vreemde mogendheden die geheime boodschappen over internationale onderhandelingsposities van de Europese Unie probeerden te ontcijferen, stuitten op barrières die de ervaren Perkins had aangebracht. Die indruk bestond althans van Perkins' werk als hoofd van de afdeling bij de Europese Commissie die boodschappen in geheime codes omzet.

Op 6 februari jl. maakte Perkins radicaal een einde aan zijn zwijgzaamheid. De ambtenaar die ressorteert onder Eurocommissaris Chris Patten (Externe Betrekkingen), had van zijn superieuren opdracht gekregen om vragen van Europarlementariërs te beantwoorden over zijn kennis van coderingssystemen. Perkins moest spreken voor de tijdelijke commissie van het Europees Parlement, die onderzoekt hoe de Verenigde Staten met behulp van hun Echelon-systeem spioneren. Met Echelon zouden wereldwijd elektronische boodschappen worden onderschept.

Jan Marinus Wiersma, Nederlands PvdA-Europarlementariër, was bij die bijeenkomst aanwezig. Hij herinnert zich hoe hij stomverbaasd was over de manier waarop Perkins ongevraagd vertelde over zijn contacten met de Amerikaanse geheime dienst. Als Perkins' verhaal klopt – Wiersma is daarvan overtuigd – betekent dit dat de Amerikaanse National Security Agency (NSA) directe toegang heeft tot het coderingssysteem van de Europese Commissie. De Amerikanen zouden zelfs op Perkins' verzoek de werking van het coderingssysteem hebben gecontroleerd. Zo zou toptechnologie van Echelon niet eens nodig geweest zijn om geheime boodschappen van de Commissie te ontcijferen.

Uit het verslag van de parlementaire commissie komt Perkins over als iemand die trots is op zijn vakkennis en daarover graag vertelt. Hij houdt de Europarlementariërs voor dat hij een ervaren man is : ,,Ik werk in deze sector vanaf mijn vijftiende en ik ben nu vijfenzestig.'' Dan vertelt hij: ,,Ik heb altijd zeer goede contacten gehad met de National Security Agency in Washington, en zij controleren gewoonlijk onze systemen om te zien of ze wel in orde zijn en niet verkeerd behandeld worden.'' Eén systeem zou de NSA na twee weken niet hebben kunnen kraken.

Die mededelingen leidden tot nadere vragen van Europarlementariërs. Kunnen Fransen of Duitsers de werking van de geheime codering van de Europese Commissie niet controleren? Waarom moet de Amerikaanse NSA dat doen? Perkins: ,,Omdat ik familie heb, die daar werkt, daarom. Zo eenvoudig is dat.''

De volgende dag, op 7 februari, vroeg de voorzitter van de parlementaire commissie, de Duitse socialist Gerhard Schmid, schriftelijk aan Eurocommissaris Patten om opheldering omdat Perkins uitspraken ,,enige ernstige vragen doen rijzen''. Maar al voordat hij zijn brief had geschreven was er bij de Europese Commissie alarm geslagen. Direct na Perkins' optreden schreef Commissieambtenaar Rainer Lau al op 6 februari verontrust een interne notitie. Volgens Lau had Perkins in het parlement ,,een incident'' veroorzaakt. ,,Hij verklaarde dat de Amerikanen ons materieel controleren, dat zij alles afluisteren, dat hij familie heeft bij de NSA (National Security Agency).'' Lau vroeg zich onder anderen af of iemand met Perkins' functie familie bij de NSA kon hebben en toonde grote zorgen over beschadiging van de ,,tot nu toe uitstekende betrekkingen met de Echelon-commissie''.

Op 8 februari al kreeg Europarlementariër Schmid antwoord op zijn brief aan Eurocommissaris Patten. Daarin stond dat Perkins in het parlement ,,niet helemaal duidelijk'' was geweest. Bijgevoegd was een kopie van een notitie die Perkins op diezelfde 8 februari aan zijn directeur-generaal, Guy Legras, had gestuurd. In die notitie bood Perkins zijn verontschuldigingen aan voor de ,,misverstanden'' en ,,foute indrukken'' die hij zou hebben veroorzaakt. Hij schreef dat hij door zijn lange loopbaan als specialist voor codering ,,goede vrienden bij de NSA'' heeft gemaakt. ,,Het is ook waar dat ik daar een familielid had werken (dat echter inmiddels is gepensioneerd)'', erkende hij. Maar hij ontkende dat door zijn contacten met de NSA ,,de autoriteiten van de VS enige vertrouwelijke informatie ontvingen over het verzenden van boodschappen door de Commissie, of over de codes die gebruikt worden om ze te ontcijferen''.

Van geregelde controles door de Amerikanen zou geen sprake zijn geweest. Hij had gedoeld op een geval, tien jaar geleden, toen de Commissie nieuwe apparatuur van Siemens wilde kopen. Toen hij hoorde dat deze door de Amerikanen was onderzocht, had hij ook aan hen een verzoek: ,,Ik zei – wetend dat de Amerikaanse diensten in ieder geval ons gecodeerde verkeer zouden onderscheppen – dat ik graag zou weten of zij in staat waren om het te kraken. Dat zou een nuttige controle van de veiligheid van het systeem opleveren. Ik was tevreden om, enige tijd later, te horen dat de Verenigde Staten niet in staat waren geweest om het verkeer te ontcijferen, ondanks inspanningen van twee weken.''

Europarlementariër Wiersma vindt deze achteraf door Perkins opgestelde verklaring ,,een rare zaak''. ,,Dat inslikken slaat nergens op'', zegt hij.

Volgens de woordvoerder van de Europese Commissie, Jonathan Faull, was vanaf het moment dat Perkins in 1976 in Brussel kwam werken bekend dat hij familie had die bij de NSA in dienst was. Perkins zou dit zelf hebben gemeld. Ambtenaren die bij de Commissie werken moeten zulke zaken vertellen omdat wordt nagegaan of er gevaar bestaat dat zij onder druk gezet kunnen worden. Bij de veiligheidsdienst van de Europese Commissie, die samenwerkt met veiligheidsdiensten van de lidstaten van de Europese Unie, zou nooit wantrouwen tegen Perkins zijn gerezen.

Volgens woordvoerder Faull is er geen enkele disciplinaire maatregel tegen de Britse ambtenaar genomen en werkt hij nog steeds als hoofd van het coderingsbureau.

DOSSIER ECHELONwww.nrc.nl