Wat moet Oekraïens-Hongaarse Irén straks met haar lege flessen?

Als Hongarije straks lid van de EU wordt, raken de Hongaren die in Roemenië, Joegoslavië en de Oekraïne wonen, nog meer afgesloten van Hongarije dan ze nu al zijn – voor Boedapest reden een speciale wet over hun toekomstige status en rechten op te stellen.

,,Ze zullen toch wel wat verzinnen? Erger dan dit kan het in ieder geval niet worden.'' Irén komt op een piepende en krakende fiets uit de Oekraïne gefietst. Voor- en achterop heeft ze grote tassen gebonden. Ze brengt lege flessen mee uit haar woonplaats Beregovo, tien kilometer verderop de Oekraïne in. Ze gaat ze verkopen in Beregsurány, vijf kilometer Hongarije in.

,,Ik neem meestal een stuk of twintig flessen mee. Daar krijg ik een paar honderd forint (een paar gulden) statiegeld voor en daar kan ik dan meel of olie voor kopen. In de Oekraïne is al maanden geen meel, olie of reuzel meer te krijgen. We bakken allemaal ons eigen brood.''

Vrouwen op fietsen onderhouden de levenslijn tussen de straatarme Oekraïne en het veel rijkere oosten van Hongarije. Mária is drieënzestig. Haar fiets is minstens even zwaar beladen, ze is voor haar kinderen en kleinkinderen fruit komen kopen. Ook dat is er niet, thuis in de Oekraïne.

Mária en Irén spreken vloeiend Hongaars, het is hun moedertaal. Ze zijn Hongaren die wat hen betreft per ongeluk aan de verkeerde kant van de grens wonen. Nu kunnen ze nog makkelijk de grens over. Er zijn speciale regels voor de inwoners van het grensgebied. Maar als Hongarije straks lid wordt van de Europese Unie en vervolgens toetreedt tot de Schengen-landen, gaat hier de grens potdicht.

Mária, die familie aan weerszijden van de grens heeft, kan het zich eenvoudig niet voorstellen. Irén wil haar dochter in Hongarije laten studeren. Dan zit tenminste een deel van de familie aan de goede kant. Maar paspoorten en officiële papieren zijn duur, onbetaalbaar bijna voor iemand die in de Oekraïne woont, ook al is hij Hongaar.

Sinds het vredesverdrag van Trianon dat Hongarije na de Eerste Wereldoorlog in 1920 door de grootmachten werd opgedrongen woont ongeveer eenderde van de Hongaren buiten de landsgrenzen. De grootste groepen wonen in wat nu Roemenië (ruim anderhalf miljoen) en Slowakije (700.000) is. Maar ook Joegoslavië (400.000) en de Oekraïne (200.000) hebben substantiële Hongaarse minderheden binnen hun grenzen. Het zijn er volgens de Hongaren in totaal ruim drie miljoen. Van 1920 tot na 1945 waren zij inzet van de vergeefse Hongaarse strijd om `het onrecht van Trianon' teruggedraaid te krijgen. De opeenvolgende regeringen richtten al hun energie op het wijzigen van de grenzen. Over een speciale status voor de Hongaren die van hun vaderland waren afgesneden werd niet gesproken. Tijdens het communisme was het evenmin een onderwerp.

De huidige centrum-rechtse regering van Viktor Orbán is de eerste die het onderwerp op de agenda heeft gezet – deels uit zorg voor de Hongaarse cultuur in de oude gebieden, deels om te voorkomen dat Hongarije straks overspoeld wordt door Hongaren uit de buurlanden op het moment dat het lid wordt van de Europese Unie. Want dat is volgens staatssecretaris Zsolt Németh van Buitenlandse Zaken een reëel probleem. ,,Zeker een kwart van de Hongaren aan de andere kant van de grens wil binnen afzienbare tijd naar Hongarije verhuizen. Dat kan onze samenleving nooit aan.'' De `statuswet' die de regering voorbereidt is er dan ook in eerste instantie op gericht om de Hongaren te laten blijven waar ze zijn.

Boedapest wil de Hongaren over de grenzen identiteitsbewijzen geven waarmee ze bepaalde voorrechten kunnen krijgen. Daar waar ze wonen, maar ook binnen Hongarije zelf. Het gaat vooral om sociale en culturele rechten, om kinderbijslag voor gezinnen met twee kinderen of meer op Hongaarstalige scholen, om onderwijs in Hongarije, om medische zorg. De Hongaren `over de grens' krijgen ook het recht om drie maanden per jaar in Hongarije te komen werken.

De statuswet zal veel minder ver gaan dan aanvankelijk de bedoeling was. Tijdens de verkiezingscampagne sprak de Fidesz, de partij van Jonge Democraten waar ook Németh uit voort komt, nog over dubbele nationaliteiten voor de Hongaren in de buurlanden die al bijna een eeuw tussen wal en schip hangen. Maar dat bleek niet haalbaar omdat landen als de Oekraïne en Roemenië geen dubbele nationaliteit toestaan.

Het is zelfs de vraag of de sterk verwaterde statuswet zoals die nu op tafel ligt wel haalbaar is. De EU houdt niet van discriminerende maatregelen. Voorrechten voor Hongaren met Roemeense paspoorten betekenen automatisch discriminatie van Roemenen met Roemeense paspoorten die niet zomaar in Hongarije mogen komen werken of studeren.

Boedapest beroept zich op bestaande praktijken binnen de EU waarbij bijvoorbeeld inwoners van de landen van het Gemenebest gemakkelijker via Groot-Brittannië visa kunnen krijgen. Er zijn overeenkomsten maar ook verschillen en Brussel houdt de Hongaarse plannen zeer kritisch in de gaten.

Németh moet toegeven dat er voor vrouwen als Irén en Mária uiteindelijk ook visumbepalingen komen. Daar is geen ontkomen aan als Hongarije mee wil doen met Schengen. Boedapest droomt nu nog van ruimhartige visumregelingen voor de eigen mensen, maar erg reëel lijkt dat niet in landen waar niet alleen honderdduizenden Hongaren maar ook nog eens miljoenen Roemenen en Oekraïeners de grens over willen.