Vrijspraak in Herculeszaak

De militaire rechtbank in Arnhem heeft de luchtverkeersleider Z. en de voormalige brandweercommandant K. van vliegbasis Eindhoven vrijgesproken in de Herculeszaak. De rechtbank acht niet bewezen dat de twee verdachten een tijdige en adequate hulpverlening bij de vliegtuigramp in de weg hebben gestaan, waardoor er meer doden of gewonden zijn gevallen.

Het openbaar ministerie (OM) had tegen beiden een voorwaardelijke celstraf van drie maanden en een werkstraf van 150 uur geëist. Bij de ramp kwamen op 15 juli 1996 op vliegbasis Eindhoven 34 van de 41 inzittenden om het leven, onder wie fanfareleden van de Landmacht.

Z. zou, aldus het OM, vanaf het begin hebben geweten dat er een muziekkapel aan boord van het vliegtuig was, maar bij het reddingswerk niet het uitgebreidste scenario hebben gebruikt. K. werd verweten de deur van het vlietuig niet op tijd geopend te hebben en te laat met het reddingswerk te zijn begonnen. Het OM vond weliswaar dat er door veel mensen fouten zijn gemaakt, maar vervolgde alleen K. en Z. vanwege hun ,,aanmerkelijke schuld'' aan het falen van de hulpverlening.

De militaire rechtbank vindt dat de beschuldigingen niet met zekerheid kunnen worden aangetoond. ,,Het meest waarschijnlijk lijkt dat de meeste mensen aan boord van het vliegtuig reeds zijn overleden in de eerste minuten na de crash'', aldus het vonnis. Niet aangetoond kan worden dat er bij adequatere hulpverlening minder slachtoffers zouden zijn gevallen, aldus vice-president G. Bracht.

Het OM beraadt zich nog over een hoger beroep tegen de uitspraak. De Stichting Nabestaanden Herculesramp is teleurgesteld over de uitspraak. Voorzitter A. Kempen tegen het ANP: ,,Het is voor mij moeilijk te verwerken dat de militaire kamer zegt dat er geen causaal verband is tussen het overlijden van de slachtoffers en de handelingen van de officieren. En dat terwijl 21 minuten na de crash een overlevende lopend uit het vliegtuig kwam.''