Talibaan negeren smeekbede

De Talibaan in Afghanistan zijn begonnen met voorbereidingen om de twee wereldberoemde boeddha-beelden in Bamiyal op te blazen. Vanuit de hele wereld worden pogingen gedaan de vernietiging te verhinderen.

Het in Pakistan gevestigde Afghaanse islamitische persbureau AIP citeerde vanochtend bronnen binnen de Talibaan die zeiden dat thans explosieven worden aangebracht bij de twee enorme, in een rotswand gehakte beelden. Bewoners in de omgeving is opdracht gegeven om zich uit de voeten te maken. Volgens het persbureau AIP zijn de afgelopen dagen al beelden vernietigd in musea in de hoofdstad Kabul, in Herat en in Farm Hadda.

De beeldenstorm, na een bevel daartoe afgelopen maandag van Talibaanleider Mullah Mohammad Omar, heeft wereldwijd scherp afwijzende reacties uitgelokt van geestelijke en wereldlijke leiders en van cultuurkenners. De directeur van het Metropolitan Museum of Art in New York, Phillipe De Montebello, heeft de Talibaan aangeboden de beelden te kopen die onder slopershamers dreigen te vallen. ,,Laat ons (medewerkers van het museum) op onze kosten (naar Afghanistan) komen en laat ons weghalen wat we kunnen weghalen'', zei hij in een telefonisch interview met het persbureau Reuters. ,,Laat ons de beelden onderbrengen in een museum, waar ze worden beschouwd als culturele objecten, kunstschatten, en niet als vereringsobjecten.''

Ook India heeft aangeboden de kunstschatten weg te halen. ,,Als de Talibaan hun erfgoed niet willen behouden, wil India er graag voor zorgen dat al deze kunstschatten, die voor iedereen van belang zijn, worden overgebracht (naar India)'', zei gisteren de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, Jaswant Singh, in het parlement in New Delhi. Hij voegde er aan toe dat zijn land de kunstschatten zal beheren ,,in het volledige besef en met het duidelijke uitgangspunt dat het in de eerste plaats gaat om kostbaarheden van het Afghaanse volk zelf''.

De interventie van India is opmerkelijk omdat hindoenationalisten in 1992, met stilzwijgende steun van de huidige regeringspartij BJP, een uit 1582 daterende moskee in Ayodhya in de deelstaat Uttar Pradesh verwoestten. Het plan is nog steeds om op die plek, volgens de overlevering de plaats waar de hindoegod Ram werd geboren, een hindoetempel te bouwen. De strijd daarover verdeelt niet alleen hindoes en moslims in India, maar heeft ook geleid tot grote spanningen met de islamitische buurlanden. De Talibaan verwijzen naar de vernietiging van dit erfgoed uit de islamitische geschiedenis om de vernietiging van alle afbeeldingen uit de pre-islamitische periode te rechtvaardigen.

De beeldenstorm in Afghanistan die niet – zoals een soortgelijke actie in 1566 in de Nederlanden – het werk is van een opstandige bevolking maar wordt uitgevoerd in opdracht van een overheid, heeft internationaal de discussie doen oplaaien over de vraag hoe waardevol cultuurhistorisch erfgoed kan worden beschermd tegen oorlogsgeweld en religieus fanatisme. De beelden in Bamiyal staan niet op de lijst van Unicef van werelderfgoed omdat het al decennia door burgeroorlogen geteisterde Afghanistan ze daarvoor nooit heeft aangemeld, maar ze worden wel als zodanig beschouwd.

De extremistisch Talibaan beschouwen alle beelden uit de pre-islamitische periode als afgodsbeelden die vernietigd moeten worden. Die visie wordt niet gedeeld door de meeste islamitische landen die ook protest hebben aangetekend. Maar Talibaan-leiders herhaalden niet te zullen zwichten voor de buitenlandse reacties, die opvallend genoeg veel heftiger zijn dan toen afgelopen maand bekend werd dat tienduizenden Afghanen worden bedreigd door hongersnood als gevolg van oorlogsgeweld en barre weersomstandigheden.