Steun voor plan van Gaddafi voor Afrikaanse Unie

Verscheidene Afrikaanse staatshoofden hebben gisteren hun steun uitgesproken voor de oprichting van een Afrikaanse Unie. Het samenwerkingsverband, dat gemodelleerd moet worden naar de Europese Unie, is een initiatief van de Libische leider Gaddafi. Gaddafi heeft in de Libische kustplaats Sirte een top georganiseerd waar het voorstel tot en met vanavond besproken wordt.

De Togolese president Gnassingbé Eyadema zei gisteren dat 46 van de 53 landen die aangesloten zijn bij de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) de beginselverklaring van de Unie hebben ondertekend. Een tweederde meerderheid van OAE-leden moet het verdrag nog ratificeren voordat het in werking kan treden. De Afrikaanse Unie zou de oprichting inhouden van een overkoepelend parlement, een centrale bank en een internationaal gerechtshof. Ook wil Gaddafi dat het continent een eigen munt krijgt. Het model dat nu ter discussie staat is een losser samenwerkingsverband dan de zogenoemde Verenigde Staten van Afrika zoals Gaddafi dat vorig jaar ter sprake bracht tijdens een top van de OAE.

Het met veel Libische retoriek gelanceerde plan is met de nodige scepsis ontvangen, maar de voormalige secretaris-generaal van de VN, de Egyptenaar Boutros Boutros-Ghali, zei gisteren dat Afrikaanse samenwerking ,,een noodzaak'' was om het rijke Westen het hoofd te kunnen bieden. Sommige afgevaardigden wezen echter op het feit dat slechts 13 van de 21 Afrikaanse samenwerkingsverdragen die de afgelopen jaren zijn gesloten ook werkelijk in werking zijn getreden.

De top wordt bijgewoond door onder andere de presidenten van Oeganda, Zimbabwe, Zambia, Ghana, de Democratische Republiek Congo en Zuid-Afrika. Nelson Mandela en Yasser Arafat zijn aanwezig als eregasten. De top fungeert in ieder geval als podium voor Gaddafi's persoonlijke ambities. Sinds de relatie van Libië met de Arabische wereld verslechterd is, werpt Gaddafi zich vaker op als Afrikaans staatshoofd dan als Arabisch leider. Hij onderhoudt goede contacten met relatief kleine Afrikaanse landen als Togo en Burkina Faso, en heeft het achterstallig lidmaatschapsgeld van de OAE betaald voor ten minste tien landen opdat ze aanwezig konden zijn in Sirte.