Ocean Warrior gestrand

De Nederlandse film Ocean Warrior, over walvissenredder Paul Watson, zou een groots en duur spektakel worden. Wat ging er mis?

Ergens op Malta liggen vijf walvissen. Drie `levende' exemplaren, een dode en een baby. Hun huid is van rubber, hun polyester skelet is gevuld met trekkabels, en ze zijn nagemaakt op ware grootte. Nik Williams van het Engelse bedrijf Animated Extras weet niet waar zijn walvissen zijn. Hopelijk liggen ze achter slot en grendel, misschien bij de douane. Williams: ,,Volgende week ga ik naar Malta om ze te zoeken. Ik ga proberen om ze door te verkopen, ik heb al gegadigden.''

De walvissen waren bedoeld voor Ocean Warrior, een film over leven en strijd van milieu-activist Paul Watson, die deels in een Maltezer filmstudio met waterbassins zou worden opgenomen. Dankzij het budget van 135 miljoen gulden voert de film de trotse ondertitel `Nederlands grootste filmproductie aller tijden'. Vooral die ondertitel was aanleiding voor veel voorpubliciteit. Maar twee weken geleden werd Ocean Warrior, genoemd naar Watsons actieschip, voor onbepaalde tijd stopgezet. De financiering komt niet rond. ,,We put her to sleep'', zei producent Bous de Jong toen tegen de verzamelde medewerkers, onder wie veel Engelsen, Canadezen en Amerikanen. De kans dat Ocean Warrior ooit nog ontwaakt, wordt met de dag kleiner.

Doodzonde, vinden alle betrokkenen, want het was een prachtig project. Een grote internationale actiefilm voor een breed publiek moest het worden, met een geëngageerd onderwerp. In een land waar een speelfilm zelden meer kost dan tien miljoen gulden was de omvang van het project sensationeel. Het onderwerp sprak tot de verbeelding: de acties van Paul Watson, beschermheer van alle bedreigde zeedieren, zijn zeer mediageniek. Het wederzijdse belang kwam vorig jaar scherp tot uiting bij een campagne op de Faroër: de film gebruikte Watson, hij gebruikte de film, en samen gebruikten ze de media. Hoofdrollen waren gepland voor de Amerikaanse acteurs Aidan Quinn en Billy Bob Thornton, en naast hen zouden Kim van Kooten en Rutger Hauer schitteren als kokkin en `chief engineer'. Regisseur John Badham, voor eeuwig beroemd dankzij Saturday Night Fever, was al volop bezig met de voorbereidingen.

Omdat ze het zo'n mooi project vinden, blijven veel medewerkers erin geloven tegen beter weten in. Ondanks de signalen die iets anders aangeven.

Eigenlijk zouden de opnamen beginnen in september 2000, ze werden uitgesteld naar begin deze maand. Hoofdrolspeler James Marsden moest daarom worden vervangen door Aidan Quinn. Twee dagen voor de startdatum bleken de borgsommen voor de Amerikaanse acteurs, een eis van hun machtige agenten, niet betaald te zijn. Decors en apparatuur waren naar Malta vervoerd, maar werden niet vrijgegeven omdat de papieren niet in orde waren. De wekelijkse betaling van medewerkers werd gestaakt, rekeningen van facilitaire bedrijven werden niet betaald.

Ondertussen reist producent Bous de Jong kriskras door Europa, van de ene potentiële geldschieter naar de andere. Al twee weken verwacht hij elk moment een doorbraak in de financiering. Een afspraak in het Runway Café op Schiphol (,,Dan ben ik net terug uit Londen, dan weet ik meer'') wordt toch weer afgezegd. Gisteren meldde De Jong zich uit Lissabon. ,,Dat de film gemaakt wordt staat als een paal boven water. De vraag is alleen of we hem kunnen maken zoals we hadden gepland. Vannacht heb ik Aidan Quinn gesproken, hij blijft beschikbaar.'' Mensen die niet meer geloven dat Ocean Warrior gemaakt wordt zijn deze week begonnen met een juridische procedure om hun geld te krijgen. Ze willen niet langer wachten. De duurste Nederlandse film ooit dreigt de grootste Nederlandse flop ooit te worden.

Fiscale voordelen

Negatieve publiciteit over Ocean Warrior wordt gevreesd in filmkringen. Twee letters verklaren die angst: cv. Ook al is de hausse voorbij en een overgangsregeling in aantocht, de Nederlandse film is nog steeds in de ban van de commanditaire vennootschap. Die constructie, waarbij particuliere investeerders in films door de fiscus worden beschouwd als ondernemers en de bijbehorende fiscale voordelen genieten, zorgt sinds 1999 voor meer films en hogere budgetten. Wat werd geïntroduceerd als stimuleringsmaatregel voor de Nederlandse filmindustrie, groeide in korte tijd uit tot een zeer lucratief en risicoloos beleggingsinstrument. Voor Ocean Warrior is het voorspelde rendement 35,4 procent en het minimumrendement 2 procent, ook als de film niet wordt gemaakt.

Ocean Warrior is een cv-constructie, zoals vrijwel alle Nederlandse speelfilms van de laatste twee jaar. Van de voltooide Wilde Mossels en Baby Blue tot de verwachte Harry Mulisch-verfilming The Discovery of Heaven en de Annie M.G. Schmidt-verfilming Minoes, het kan allemaal dankzij beleggers die geen vertrouwen meer hebben in internet-fondsen. Vanaf komende zomer zullen er weer flink wat cv's worden aangeboden, en andere cv-aanbieders vrezen dat de problemen rond Ocean Warrior investeerders zullen afschrikken. Beleggers houden niet van heibel. Meestal ook niet van film, maar dat heeft ze niet verhinderd om in 1999 en 2000 voor 410 miljoen gulden in films te investeren. Volgens dezelfde cijfers van de door Economische Zaken geïnitieerde cv-makelaar FINE BV leverde dat in totaal veertig films op, 17 in 1999 en 23 in 2000. Er waren vorig jaar slechts twee fiasco's, het Hungry Eye Filmfonds en het door Leon de Winter geïnitieerde Delta Lloyd Filmfonds. In beide gevallen waren de filmplannen zeer obscuur, ze leken niet meer dan een noodzakelijk kwaad bij een fiscale constructie. Als de filmplannen concreet en oprecht zijn, werkt de cv-constructie doorgaans goed.

Ocean Warrior is om twee redenen een niet-representatieve cv. Ten eerste zijn de betrokkenen buitenstaanders. Beide producenten werkten de afgelopen decennia vooral in het buitenland. Bous de Jong maakte muziekdocumentaires en concertregistraties in Engeland en Amerika, en produceerde nooit eerder een grote speelfilm. Zijn collega Pieter Kroonenburg, werkzaam in Los Angeles en Montreal, heeft die ervaring wel. Zijn filmografie als producent vermeldt 25 titels, met als bekendste de John Irving-verfilming The Hotel New Hampshire uit 1984. Kroonenburg is verantwoordelijk voor de artistieke kant van de film, De Jong is meer de financiële man.

Een nog grotere buitenstaander is het emissiehuis van Ocean Warrior CV, de aanbieder die de investeerders werft. MPC Capital (voluit Münchmeyer, Petersen Capital BV) is de Nederlandse vestiging van een Duits emissiehuis, gespecialiseerd in vastgoedfondsen. Film is nieuw voor MPC. Directeur J.H. Wolters: ,,Tot voor kort was film niet interessant voor ons, zo'n film die twee weken in dertien universiteitssteden draait vinden we te klein. Ocean Warrior was aantrekkelijk door het scholingseffect voor de Nederlandse filmindustrie en door de goede internationale distributiedeal.''

Concurrenten zijn, op voorwaarde van anonimiteit, weinig lovend over MPC. Een van hen vat het eufemistisch samen: ,,Ze wekken de nodige wrevel op in de markt.'' De gedeelde mening is dat MPC zichzelf heeft overschat. Wolters: ,,Afgunst speelt natuurlijk een rol. In een jaar tijd hebben wij onze positie verdrievoudigd, we beleggen nu 2,2 miljard in dertig fondsen.'' Gamila Ylstra, directeur FINE BV, heeft geen oordeel over de Ocean Warrior CV en MPC, want op verzoek van MPC is ze net de Ocean Warrior CV aan het doorlichten. Ylstra: ,,Ik wil alleen maar kijken of wij de problemen kunnen oplossen.''

Banklening

Afwijkend van andere Nederlandse films ondanks het grote aantal buitenlandse medewerkers geldt Ocean Warrior als Nederlands is vooral het hoge budget. En daar ging het dan ook mis. Het aanvankelijke budget van Ocean Warrior was 114 miljoen gulden. Daarvan zou 72 miljoen `uit de markt' worden gehaald, en 42 miljoen van een bank worden geleend. MPC kwam echter met particuliere investeerders niet verder dan 37,5 miljoen gulden. Ruim 2000 particulieren investeerden 10.000 gulden of een veelvoud daarvan. Relatief kleine eenheden, volgens MPC-directeur Wolters omdat het ,,een product was voor goed verdienende mensen, niet zozeer voor vermogende mensen''. Door het lagere cv-aandeel moest een groter bedrag worden geleend, ook omdat het budget inmiddels was gestegen tot 135 miljoen gulden.

De banklening is het grote mysterie van Ocean Warrior. Als hij bestaat, en dat is allerminst zeker, is hij flexibel van aard. In het prospectus van mei 2000 is sprake van een lening bij de US Bank in Los Angeles, in december werd dat de Union Bank, en in een persbericht van 15 februari gaat het over `alternatieve financiering door een contract met een Amerikaanse trust'. De naam van de trust wil De Jong niet noemen, wel laat hij los dat hij bedoeld is voor grote humanitaire projecten. ,,Ze bieden ons 65 miljoen gulden. Commercieel gezien is het een onverantwoorde investering, maar ze geloven in de film en het onderwerp.'' Wanneer is het geld beschikbaar? ,, Ik kan geen datum noemen, want dan moet ik misschien weer mensen teleurstellen.''

Naast het trust-geld heeft De Jong sinds deze week naar eigen zeggen de beschikking over 46 miljoen gulden `interim-financiering', 30 miljoen uit Duitsland en 16 miljoen uit Portugal. Bedoeld voor betaling van uitstaande rekeningen en de acteurscontracten tot 22 juli, het einde van de opnameperiode. ,,Het is heel duur geld, maar dat kan niet anders als je in twee weken 46 miljoen moet regelen.''

Weer een andere verschijningsvorm van de lening duikt op in een brief van 23 februari, een week geleden, van MPC-directeur Wolters aan de investeerders, waaruit blijkt dat MPC heeft aangeboden om een `tussenfinanciering' op zich te nemen. Wolters wil geen bedrag noemen, maar erkent dat hij De Jong ,,onder bepaalde condities'' een lening heeft aangeboden. Het wegebbende vertrouwen van de investeerders moet worden hersteld, en dat mag wat kosten.

Machinekamer

Samen met het Engelse bedrijf Animated Extras, de maker van de walvissen, is Hollandwood Dekor Produkties de grootste schuldeiser van Ocean Warrior BV. Hollandwood, eerder verantwoordelijk voor de decors van bijvoorbeeld Antonia, Filmpje! en Kruimeltje, transformeerde twee schepen in schepen van Paul Watsons Sea Shepherd Conservation Society, en bouwde onder meer een enorme machinekamer. Vorige week werd op de dag dat het ultimatum verstreek een ton overgemaakt, begin deze week had het nog openstaande bedrag van bijna twee ton er moeten zijn. Omdat die afspraak niet werd nagekomen, onderneemt directeur Rob Bos, ondersteund door advocaat Oscar Hammerstein, nu juridische stappen (Bos: ,,Na World Online begint Hammerstein nu aan Whale Online.''). Zijn pijlen zijn niet zozeer gericht op de producenten. Bos: ,,Bous de Jong is een slechte producent, maar hij is geen bandiet. Iemand anders had het bijltje er misschien allang bij neergegooid, De Jong gaat tot het uiterste om zijn film te redden.''

Het probleem ligt volgens Bos bij MPC Capital. ,,Zij hebben hun toezegging om een bepaald deel van het budget binnen te halen niet waargemaakt, en daardoor de producenten in verlegenheid gebracht.'' Het totale gebrek aan toezicht, dat heeft Bos de afgelopen maanden het meest verbaasd. Normaal is dat de taak van een gespecialiseerde toezichthouder, die na het afsluiten van een soort calamiteitenverzekering (completion bond) garandeert dat de film hoe dan ook wordt afgemaakt. Volgens hardnekkige geruchten ontbreekt zo'n completion bond bij Ocean Warrior. De Jong: ,,De completion bond treedt pas in werking als alle fondsen beschikbaar zijn, dat is altijd zo.''

Bos: ,,Die fiscale maatregelen zijn bedoeld om de Nederlandse filmindustrie te bevorderen. In de meeste gevallen werkt dat prima. Maar omdat zo'n partij als MPC, zonder enige kennis van film, er op afkomt, zitten mensen van Nederlandse filmbedrijven nu zonder inkomen. Dat vind ik schandelijk. Daarom kom ik hiermee naar buiten, ook al vinden veel collega's dat ik dat niet zou moeten doen. Ik wil dat er een einde komt aan die onzekerheid, het komt toch niet meer goed met die film. Mensen moeten het kunnen afsluiten, zich weer op nieuwe klussen gaan richten.''

Oorzaak van de problemen is volgens Bous de Jong dat de productie is begonnen met onjuiste informatie. ,,Het budget bleek lager dan gepland. We konden de uitgaven niet spreiden, want we moesten in 2000 zoveel mogelijk uitgeven vanwege de aftrekposten van de investeerders.'' Overigens is Ocean Warrior BV van De Jong als beherend vennoot van de cv verantwoordelijk jegens de investeerders.

MPC-directeur Wolters wijst op zijn beurt naar producent de Jong, die hem een aantal keren zou hebben verrast met gewijzigde financieringsplannen. ,,Ik verzeker u, het is heel onaangenaam om nieuwe ontwikkelingen rond je project in de krant te moeten lezen.'' Nooit meer een film-cv voor MPC? Wolters: ,,Het is nog steeds een uitermate interessant product, maar we zullen een andere partner moeten zoeken. Een volgende keer eisen we meer inzicht en betrokkenheid vanaf het begin. Bij de vastgoedfondsen werken we wel op die manier, maar door gebrek aan filmervaring hebben we te veel vertrouwd op de expertise van andere partijen.''

En het had zo mooi kunnen zijn. Vooral de samenwerking met Amerikaanse veteranen is decorbouwer Rob Bos goed bevallen. ,,Het was een feest om met die buitenlanders te werken, een buitenkans. Ze waren echt van de categorie `most respected in their field', bij de lunch hoorde je geweldige verhalen over Robert DeNiro.'' Bos beschrijft de verbijstering bij hem en zijn veertig medewerkers toen ze twee dagen voor het begin van de opnamen te horen kregen dat het niet doorging. ,,Alsof we in de finale stonden van de Champions League, zo voelde het. Alsof we door zo'n tunneltje op weg waren naar het veld, met getrappel op de vloer en gejuich van het publiek. En dan, vlak voordat we het stadion binnenkomen, zegt de scheidsrechter dat de wedstrijd niet doorgaat. En dat we vanaf morgen weer bij FC Haarlem spelen.''