`Multatuli bracht de archieven voor mij tot leven'

De Leidse historicus Cees Fasseur, die vorige week het slot van zijn Wilhelmina-biografie publiceerde, werd getroffen door de springlevende stijl van de `Max Havelaar'.

,,Ik werd meegesleept door Multatuli's prachtige manier van schrijven, maar niet overgehaald om zijn standpunt te delen.' Professor dr. Cees Fasseur, biograaf van koningin Wilhelmina, werd rond zijn dertigste getroffen door de Max Havelaar, een boek dat besluit met de oproep aan een andere vorst, koning Willem III, om een eind te maken aan de mishandeling van de Javaan. Een mooi opgeschreven slot, vond Fasseur, maar pathetisch.

Heeft het lezen van Multatuli bij Fasseur dan geen morele verontwaardiging losgemaakt over het Nederlands koloniaal bestuur? ,,Nee. Ik had me al in die tijd verdiept, en het was me duidelijk dat het geen kwestie van zwart-wit was. Alles heeft zijn keerzijde, voor alles is een verklaring aan te voeren. Dat is ook mijn juridische scholing: ik heb als jurist geleerd dat je altijd twee standpunten hebt, en dat er voor elk argument tegenargumenten zijn. Ik heb als historicus een relativerende benadering, en daarin past alleen bij hoge uitzondering morele verontwaardiging. Wel vond ik dat Multatuli mooi en kernachtig zijn standpunt verwoordde.'

In Fasseurs kamer op de faculteit Letteren in Leiden staat een schoolplaat van `De oliestad Balik Papan'. Fasseur werd er in 1938 geboren, zijn vader was employé van de Bataafse Petroleum Maatschappij op Balikpapan. Als historicus zou Fasseur zich later specialiseren in de Indische koloniale geschiedenis; bekendheid bij een groter publiek verwierf hij door zijn biografie van koningin Wilhelmina, waarvan vorige week het tweede deel uitkwam: Wilhelmina. Krijgshaftig in een vormeloze jas.

De oratie die Fasseur in 1987 in Leiden uitsprak bij de aanvaarding van het hoogleraarschap, op de honderdste sterfdag van Multatuli, handelde over de betekenis van de Max Havelaar voor de koloniale politiek. Fasseur schreef ook over Multatuli in zijn boeken Indischgasten en De weg naar het paradijs; bovendien is hij voorzitter van het Multatuligenootschap. Multatuli werd als Eduard Douwes Dekker op 2 maart 1820 geboren te Amsterdam, wat morgen door de Multatulianen zoals elk jaar in de voorjaarsvergadering van hun genootschap herdacht zal worden.

Cees Fasseur werd dertig jaar geleden getroffen door de springlevende stijl van de Max Havelaar (1860). Of Wilhelmina dit boek heeft gelezen, kon hij niet achterhalen; wel moet ze met de inhoud bekend zijn geweest. De koningin was vooral in religieuze literatuur geïnteresseerd, vertelt Fasseur. ,,Wilhelmina werd getroffen door `Het gebed van den onwetende', een gedicht van Multatuli. In 1942 schreef ze vanuit Engeland, in een brief aan Juliana, dat Multatuli in dat gedicht `zo teer en fijn weergeeft wat werkelijk ons innerlijk bezit is, dat er alleen maar het positieve (geloof) aan ontbreekt'. Het is inderdaan een goed gedicht. Het eindigt met de woorden: `O god, er is geen God'. Dat drukt precies de geloofstwijfel uit die heel veel mensen destijds hadden, en nog wel hebben.'

Fasseur kreeg op het Leids gymnasium alleen een paar fragmenten uit de Max Havelaar onder ogen. Pas rond 1970, toen hij werkte aan zijn dissertatie over Java in de negentiende eeuw, heeft hij het boek voor het eerst grondig gelezen. ,,Op dat moment vond ik dat ik toch echt de Max Havelaar van begin tot eind moest lezen. En ik herinner me nog de sensatie, toen ik ontdekte hoe ontzettend goed en levendig dat boek geschreven is. Het had gisteren geschreven kunnen zijn. Ik kan me goed voorstellen dat het boek een verpletterende indruk heeft gemaakt op zijn tijdgenoten.

,,Al die stijlen die Multatuli beoefent, dat vond ik erg knap. Hij schrijft gedichten in het boek, en het prachtige Indische verhaal over Saïdjah en Adinda. Daarin worden alle registers van de Romantiek opengetrokken, en tegelijk is het een felle aanklacht tegen het Nederlands bestuur. Je hebt in het boek de stijl van Droogstoppel, de Amsterdamse burgerman en makelaar in koffie, en daarnaast de stijl van dominee Wawelaar en die van Multatuli zelf, in zijn oproep aan koning Willem III. Zelfs de betoogtrant van Droogstoppel vind ik heel aansprekend overkomen. Misschien is het ook wel een goed moment om de Havelaar rond je dertigste te lezen, want als je zestien bent kun je een figuur als Droogstoppel nog niet waarderen.'

Fasseur wordt zelf geprezen om zijn heldere en ironische stijl. ,,Dresden schrijft in De structuur van de biografie dat de biograaf zijn subject het beste op een lichtelijk ironische manier kan benaderen. Dat heb ik ook geprobeerd in mijn Wilhelmina-biografie. Dat betekent dat je de betrekkelijkheid van de heldin in haar tijd inziet, en tegelijk ook je eigen benadering relativeert. Je bent je bewust van de beperktheid van je kennis, want in hoeverre kun je iemand kennen? Als je denkt dat je een ander kunt doorgronden, ben je heel verkeerd bezig. Toen ik begon met de biografie dacht ik, ik ga wat boekjes over psychologie en over Freud lezen. Maar dat is zo'n dilettantische aanpak, dan zit je daar als een eerstejaars psychologiestudent.'

Nadat hij in 1965 in Leiden was afgestudeerd in Nederlands recht en geschiedenis, werd Fasseur ambtenaar op het ministerie van Justitie. ,,In negen jaar tijd heb ik me in mijn vrije tijd gezet aan het schrijven van mijn dissertatie, kultuurstelsel en koloniale baten, dat in 1975 verscheen. Over de tijd waarin de Max Havelaar speelt, wist ik dankzij mijn onderzoek al heel wat. Veel tijdgenoten van Multatuli was ik tegengekomen in de archieven. Multatuli heeft toen veel voor me betekend, omdat hij de geest blies in dood archiefmateriaal. Ja, ik ben altijd gecharmeerd geweest door de archieven, door de verhalen die je daarin kunt vinden nadat je de touwtjes hebt afgehaald van vaak onooglijke en dikke bundels stukken. Ook bij het schrijven van de biografie van Wilhelmina heb ik me voornamelijk gebaseerd op de koninklijke archieven, voorheen onbekend materiaal zoals brieven en aantekeningen.'

Terug naar Multatuli. Die heeft zich na publicatie kwaad gemaakt over het feit dat de meeste mensen de Havelaar wel als een mooi boek beschouwden, maar de boodschap negeerden. Zou Multatuli niet hebben gevonden dat Fasseur zijn boek niet begrijpt? ,,Ik zou daar graag met Multatuli over in discussie treden. Ik heb me lang beziggehouden met de vraag hoe je de situatie op Java nu moet beoordelen. Multatuli staat in vuur en vlam, de verontwaardiging heeft zich van hem meester gemaakt. Hij wilde opkomen voor de Javaanse bevolking, diende een aanklacht in tegen het bestuur, en werd uiteindelijk ontslagen; hem, Multatuli, is onrecht gedaan, omdat hij recht wilde doen aan de Javaan.

Multatuli's persoonlijke lotgevallen in Lebak zijn niet te scheiden van de Max Havelaar, het boek is een aanklacht, maar ook een zelfrechtvaardiging, en dat maakt het moeilijk om de boodschap eenvoudig te verwerpen of te aanvaarden. Trouwens, heel vaak is gezegd dat Multatuli niet deugde, hij was bijvoorbeeld wat slordig in de omgang met vrouwen, en daarom zou dat boek eigenlijk ook niet deugen. Maarten `t Hart vindt dat, en hij is de enige niet. Ik vind dat onbegrijpelijk. Alsof je het werk niet los van de levenswandel van de auteur zou kunnen lezen en waarderen.'

Multatuli: Max Havelaar of De Koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy.

Querido/Salamander klassiek, 322 blz. ƒ18,-