Minder vaak kanker bij mannen

Mannen kregen in het afgelopen decennium steeds minder vaak kanker aan hun longen, stembanden en alvleesklier. De teruggang is waarschijnlijk veroorzaakt doordat in de jaren zeventig steeds minder mannen rookten.

Longkanker bij vrouwen nam in de jaren negentig toe doordat in de jaren zeventig vrouwen juist meer gingen roken. Een toename van slokdarmkanker kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan de grotere alcoholconsumptie.

Dat staat in de Nederlandse `kankerincidentiecijfers' over 1997 die de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIK) gisteren bekendmaakte. De negen regionale kankercentra die de VIK vormen bevorderen de kwaliteit van de zorg voor kankerpatiënten. Het totale aantal nieuw gediagnosticeerde kankergevallen nam in de jaren negentig met twee procent per jaar toe, vooral als gevolg van de groei van de bevolking en de vergrijzing. In 1997 werden 65.000 nieuwe gevallen van kanker gediagnosticeerd. Door de vergrijzing wordt al enige tijd een sterkere toename verwacht, maar die blijft tot nu toe uit. Gecorrigeerd voor de vergrijzing daalt het aantal nieuwe tumoren zelfs.

De meest gediagnosticeerde kanker is borstkanker bij vrouwen, met jaarlijks 10.000 nieuwe gevallen. Een vijfde tot een kwart van de vrouwen overlijdt binnen vijf jaar aan borstkanker. Longkanker (8.800 nieuwe gevallen, waarvan 6.700 bij mannen en 2.100 bij vrouwen) en darmkanker (8.600) staan twee en drie op de ranglijst van meestvoorkomende tumoren. De sterfte aan deze kanker is veel hoger dan het overlijden door borstkanker. Aan longkanker sterftongeveer 90 procent van de patiënten binnen vijf jaar. Voor darmkanker ligt de sterfte net onder de 50 procent van de patiënten binnen vijf jaar. Van alle kankerpatiënten sterft 60 procent binnen vijf jaar na de diagnose. Statistisch gezien is kanker steeds meer een ziekte van oude mensen. Tweederde van de vrouwen en driekwart van de mannen bij wie in 1997 kanker werd vastgesteld waren zestig-plussers.