Meer dan een bedrijfsongeval

De forse devaluatie van de Turkse lira, gevolg van het sinds een week laten zweven van de munt, is meer dan een financiële ramp. Zij maakt een einde aan de verwachtingen van veel Turken dat de huidige regering eindelijk orde op zaken zou zetten in de economie. Zelfs vooraanstaande politici, die direct na de koersval in koor verzekerden dat dit een bedrijfsongelukje was, beginnen somberder te worden.

Woedend beent de man weg bij de sigarettenkiosk in de Istanbulse wijk Sultanahmet. ,,Kan ik er wat aan doen dat ik geen Marlboro Light meer heb'', vraagt de verkoper aan de andere klanten terwijl hij de boze man nakijkt. Geen van hen reageert op de opmerking, maar of ze de verkoper geloven is vers twee. ,,Natuurlijk heeft hij wel Marlboro Light maar hij houdt ze vast'', zegt iemand. ,,Nergens in Istanbul kun je momenteel buitenlandse sigaretten krijgen. Turkse sigaretten zijn al duurder geworden en daarom verwacht iedereen dat ook buitenlandse in prijs omhoog gaan. Dus houden de handelaren ze vast. Ze hebben ze voor de oude prijs ingekocht, en willen extra winst maken door ze voor de nieuwe prijs te verkopen.''

Een week nadat de Turkse autoriteiten de nationale munteenheid lieten zweven, is de inflatoire dans in volle gang. Welbeschouwd begon die al direct toen de koers van de nationale munt, de lira, werd vrijgegeven. Veel huurcontracten in Turkije zijn in dollars, en bij elke procent die de nationale munt daalt, gaat de huur een procent omhoog. Eind vorige week heerste er daarom bij de geldwisselkantoren in Istanbul een grafstemming. Onthutst keken grote menigten toe hoe de lira in korte tijd ongeveer eenderde van zijn waarde verloor. Het verval van de munt was zo groot dat zij enige tijd onder de magische grens van een miljoen lira tegen de dollar schoot. De elektronische valutaborden van sommige wisselkantoren waren daar niet op berekend – op het Taksimplein bijvoorbeeld, in Istanbul, moest er bij een van de kantoren met de hand een `eentje' op het bord worden bijgeplakt. Inmiddels is de lira iets uit dat dal omhooggekropen, maar het verlies is, vergeleken met voor de crisis, nog altijd meer dan twintig procent.

Weinigen betwijfelen dat dit nog maar het eerste deel is van de rekening die Turkije uiteindelijk zal moeten betalen. Zelfs vooraanstaande politici, die direct na de koersval in koor verzekerden dat dit een bedrijfsongelukje was en meer niet, beginnen wat somberder te worden. Zo zei plaatsvervangend premier Mesut Yilmaz deze week dat ,,de volle omvang en diepte'' van de schade nog niet bekend zijn. ,,Maar het is duidelijk dat de kosten voor het land en de mensen zwaar zullen zijn.'' Op straat is er niemand die daaraan twijfelt. ,,Niemand weet hoe we de komende twee jaar door moeten komen'', zegt een winkelier in verwarmingsapparatuur. ,,We zijn terug bij af.''

Terug bij af – het is een term die vaak op straat en in de media wordt gebruikt. Want de devaluatie is meer dan een financiële ramp – zij heeft een einde gemaakt aan de verwachtingen van veel Turken dat de huidige regering eens orde op zaken zou stellen in de economie. Toen de regering in 1999 aantrad, verwachtte eigenlijk niemand dat zij in eerste instantie zo energiek te werk zou gaan. Premier Ecevit immers, inmiddels 75, had in zijn lange politieke carrière meer gepraat over arbeiderszelfbestuur dan over economische sanering. En zijn coalitiegenoot – de extreem-nationalistische MHP – was zo ongeveer verdeeld over alles, behalve over de noodzaak om PKK-leider Abdullah Öcalan op te hangen. Als deze regering (met als derde coalitiegenoot de ANP-partij van Mesut Yilmaz) al een toekomst had, zou het zeker niet lang duren, was de verwachting.

Toch had deze regering al een paar maanden na haar aantreden een positieve indruk gemaakt op de financiële markten. In sneltreinvaart werd er een groot aantal wetsvoorstellen doorgevoerd om Turkije te saneren. Zo werd de pensioenleeftijd – die tot dan toe in sommige gevallen begin veertig was en mede daardoor uiterst grote financiële lasten met zich meebracht – met zo'n twintig jaar opgetrokken. De saneringspolitiek maakte des te meer indruk op de buitenwereld, omdat Turkije in auguustus 1999 getroffen werd door een zware aardbeving, die enorme schade aanrichtte. Een regering die zich zelfs door zo'n natuurramp niet van de wijs laat brengen, heeft wat in zijn mars, schreven ook veel buitenlandse commentatoren. Zelfs het Internationale Monetaire Fonds, dat in het verleden toch veel tegenslagen in Turkije moest incasseren, werd bij elk bezoek aan Turkije enthousiast over de koers die het land was ingeslagen.

De realiteit bleek weerbarstiger. Een eerste teken dat alles niet zo goed ging als iedereen hoopte, kwam in de loop van vorig jaar, toen de inflatiecijfers iets bleken tegen te vallen. Ambtenaren hadden al langer geklaagd dat de regering hen niet voldoende compenseerde voor de prijsstijgingen, maar voor het eerst kregen zij gelijk van de economische experts. Door de inflatie kwam het kernpunt van het herstructureringsprogramma, namelijk het scheppen van een stabiele macro-economische omgeving, in gevaar. Steeds duidelijker werd het ook dat de lira – waarvan de koers door de autoriteiten onder controle werd gehouden maar die steeds iets in waarde mocht zakken – in feite te hoog stond.

Eind vorig jaar sloeg voor het eerst de vlam in de pan. Oorzaak was een diepgaand onderzoek naar de handel en wandel van de banksector, nadat een aantal banken in moeilijkheden was gekomen. Dat er in die sector al jarenlang van alles gebeurde wat het daglicht niet kon verdragen, was een publiek geheim. Maar het onderzoek – dat gepaard ging met een aantal arrestaties – bewees voor het eerst klip en klaar dat er dubieuze connecties waren tussen een aantal banken en de politiek. De markten verloren hun vertrouwen in Turkije en een ware exodus van kapitaal volgde. Alleen noodkredieten van het Internationale Monetaire Fonds hielden het herstructureringsprogramma op de been.

,,Daarna waren we weer optimistischer'', vertelt een manager van een van de geldwisselkantoren in Istanbul. ,,We wisten dat de lira te hoog stond, maar we hoopten dat dat langzaam hersteld kon worden.'' Uiteindelijk gebeurde dat in minder dan een week. Vorige week maandag liet de president, Sezer, tijdens een bijeenkomst met hoge militairen aan premier Ecevit weten dat de regering zijns inziens niet genoeg doet om de corruptie aan te pakken. De president raakte zo uit zijn humeur dat hij een exemplaar van de Turkse grondwet naar de regeringsvertegenwoordigers gooide. Premier Ecevit beende daarop de zaal uit en liet weten dat er sprake was van een ,,ernstige crisis''.

De rel bevestigde het angstige vermoeden van de financiële markten dat de regering, ondanks al haar daadkracht, uiteindelijk niet mans genoeg zou zijn om het eigen huis op orde te brengen en de leiders van de coalitiepartijen bijvoorbeeld ervoor zouden terugdeinzen om corrupte ministers (in Turkije circuleren inmiddels al lijstjes) aan de dijk te zetten. Een nieuwe kapitaalexodus volgde en de beurs van Istanbul verloor op één dag maar liefst achttien procent aan waarde. Dit keer kon de regering het tij niet keren: de lira ging zweven en daarmee viel een belangrijke pijler van het herstructureringsprogramma weg.

De kosten van het echec van vorige week zullen de komende tijd pas in volle omvang duidelijk worden. Veel Turkse banken gingen op het hoogtepunt van het Turkse optimisme massaal dollars lenen – de rente daarvan is eveneens in dollars, maar deze moeten nu `verdiend' worden in de – nieuwe, veel goedkopere – Turkse lira's. De inflatie – die in het oorspronkelijke herstructureringsprogramma voor dit jaar op 12 procent was gezet – zal volgens de allersomberste prognoses enkele tientallen procenten hoger uitvallen. Premier Ecevit liet vorige week direct weten dat de ,,werkers'' niet de dupe zullen worden van de crisis. Daarmee staat het vrijwel vast dat de inflatiegolf zal resulteren in een nieuwe loon- en prijsspiraal. En zo zal het jaren duren voordat potentiële buitenlandse investeerders Turkije echt serieus gaan nemen als vestigingsplaats.

Maar misschien nog hoger dan de economische kosten zijn de politieke. Voor het eerst in jaren had immers Turkije een regering die een begin van vertrouwen en respect bij de burger wist op te bouwen. Diezelfde coalitie is nu voor de gemiddelde Turk te kijk gezet als een groep zwakkelingen die niet eens in staat is het eigen huis op orde te brengen. Al een week lang roepen de media en vertegenwoordigers van bijvoorbeeld werkgevers dat de coalitie door beschuldigingen van corruptie `besmette' ministers aan de dijk moet zetten. Maar tot woede van veel Turken heeft premier Ecevit laten weten dat van een hervorming van de ministersploeg geen sprake kan zijn. Inmiddels zijn de gouverneur van de centrale bank en een topambtenaar van het ministerie van Financiën wel opgestapt. Een cynische columnist publiceerde deze week een `advertentie' om hun opvolgers te werven. Kennis van de economie is geen vereiste, schrijft hij, maar dubieuze banden met grote firma's en mediaconglomeraten zijn dat wel. Ook belangrijk is dat de succesvolle kandidaten precies weten hoe nepotisme in een zich ontwikkelende economie als de Turkse werkt. Solliciteer zelf niet, voegt hij daaraan toe, maar laat je connecties voor je lobbyen, dat is veel efficiënter.

Op straat is de woede en somberheid over de koersval van de lira overal merkbaar. Die woede zou misschien nog groter worden als de media meer aandacht zouden besteden aan hoe er onder buitenlandse experts gereageerd is op de koersval. Na een eerste schok constateren veel experts tevreden dat het `systeem' zich kranig heeft gehouden. Internationale investeerders zijn voorzichtiger geworden na bijvoorbeeld de crisis in Azië in 1997 en hebben daarom, zo luidt de conclusie, minder belegd in uiterst risicovolle `exposures'. Ook de houding van het Internationale Monetaire Fonds wordt geprezen. In Azië zetten ze de regeringen in 1997 aan om de nationale munteenheid kost wat kost te verdedigen, hetgeen de rente tot opgekende hoogten opstootte en een diepe recessie tot gevolg had. Maar in Turkije zou het Fonds eind vorig jaar al de autoriteiten hebben aangeraden de koers van de lira vrij te geven. Turkije lijkt vooralsnog in de ogen van de internationale markten niet meer dan een schrammetje voor de wereldeconomie.

Een schrammetje – voor de gemiddelde Turk is de koersval van de lira echter veel meer dan dat. ,,Natuurlijk ben ik somber'', zegt een Turkse makelaar, terwijl hij op het Taksimplein naar het bord met de valutakoersen kijkt. ,,Zou jij niet chagrijnig worden als je ziet hoe elke seconde je geld minder waard wordt? Na de aardbeving had ik het al moeilijk, maar dit is een tweede aardbeving. Het leven in Turkije wordt nog moeilijker dan het al was.''