Mathieu Knippenberg

Hoewel hij is opgeleid als beeldhouwer (Tilburg, Jan van Eyck Akademie in Maastricht), heeft de vijftigjarige Limburgse Mathieu Knippenbergh zich ontwikkeld tot een beeldend omnivoor met een voorkeur voor soms bizarre experimenten. Zoals zijn project met vliegen. Op reis door verre hongergebieden en ook via televisiebeelden werd hij gefrappeerd door vooral kinderen die zich er niets van aan schenen te trekken dat hun zieke gezichtjes werden overdekt met vliegen. Zij ondergingen deze plaag gelaten.

Hij besloot hun ervaring aan zichzelf te onderzoeken. In een tent in zijn atelier ging hij op rottend vlees vliegen kweken. Toen de maden zich inderdaad tot vliegen hadden ontpopt smeerde hij zich in met een mengsel van leem en perensap en ging hij in de vliegenruimte op een stoel zitten. Inderdaad werd hij onmiddellijk overdekt met een gretig wriemelende laag en vond uit hoe dat te kunnen verdragen. Bijvoorbeeld door zich te concentreren op het schrijven van een brief, door zich bewust niet tegen het walgelijke gekriebel op zijn lijf te verzetten.

De met hem samenwerkende fotograaf Hans van de Beele maakte een serie foto's waarvan er nu enkele te zien zijn in de Drentse Galerie De Lange in Emmen. Het zijn griezelige, afstotende en tegelijkertijd fascinerende voorstellingen waarnaar je steeds terugkeert om met ongelovige ogen de haarscherp afgebeelde vliegen stuk voor stuk opnieuw te bekijken.

Op de verder aan zijn ruimtelijk werk en tekeningen gewijde expositie valt voorts het object op dat twee tegenover elkaar op stoelen zittende figuren omvat. De gestalten bestaan uit heel fijn geknoopt dun ijzerdraad, een alle lichaamsvormen nauwkeurig volgend gaas. Ze werden rondom de lijven van de kunstenaar en een vriendin geknoopt. Daarna werden ze opengeklapt zodat de modellen er uit konden stappen, met evenveel zorg werden ze weer gesloten, waarna de figuren in de letterlijke zin transparante beelden werden.

Knippenburgh houdt van dergelijke onverwachte projecten, waarvoor hij de meest uiteenlopende materialen gebruikt. Een uit geteerd touw in elkaar gewoelde antiek aandoende vaas bijvoorbeeld. Of een groot hangend object uit leisteen, dat een rondtollende maalstroom van kleine visjes, ook van leisteen, verbeeldt. De kunstenaar woont in een boerderij in het Limburgse dorp Swolgen dat dicht bij zijn geboorteplaats Venlo ligt. Bij die boerderij behoort een stuk grond waarop hij bezig is een labyrint te bouwen, een doolhof met muren van brokken beton die op allerlei sloopplaatsen bijeen gesprokkeld worden. Midden in het doolhof, waarop de plattegrond al getekend is, gaat Knippenberg zijn atelier bouwen. Hun weg daarheen zoekende personen passeren onderweg allerlei kunstwerken. Mogelijk is bijvoorbeeld een fijne nevel van een waterdruppels verstuivende machine. De nevelwolk moet dan de drager zijn van allerlei erin geprojecteerde voorstellingen. Hoe die er uit zouden kunnen zien blijkt uit de lange serie tekeningen die ook in Emmen wordt geëxposeerd, alsmede uit de samen met de cineast Rob Hodzelmans uit filmbeeldjes opgeblazen geheimzinnige schimmige figuren.

Mathieu Knippenbergh, tot 26 maart in Galerie De Lange, Westeneschermerstraat 56, Emmen. Vrijdag van 11-17, zaterdag van 12-17, zondag van 13-17 uur of na afspraak via 0591-640147