Kunst aan banden

Kandinsky schilderde in 1910 zijn `Eerste abstracte waterverf.' Hoe kwam hij daar zo bij? Volgens Klaas de Jong in Wat een kunst!, een mooi vormgegeven en geïllustreerd nieuw boek voor jongeren over moderne kunst, was hij op zoek naar `abstracte vormen die aansloten bij de spirituele wereld die hij in zichzelf had ontdekt'. Het zweet parelt, volgens De Jong, op Kandinsky's voorhoofd, terwijl hij schildert. `Soms geeft hij zichzelf hardop pratend aanwijzingen: ``In die hoek een donkere kleur!' Het uiteindelijke schilderij biedt geen enkel houvast.'

Drie jaar geleden verscheen een ander boek voor jongeren over moderne kunst, Stil leven van Ted van Lieshout, bij uitgeverij SUN.

Ook Van Lieshout kijkt naar dit schilderij: `Het lijkt of alles door de war raakt of dat een vormpje van het papier af schiet als je het papier schudt. Toch is dit werk niet echt abstract, dat is hooguit per ongeluk. [...] Zo lijkt het onderste figuurtje toch echt heel veel op een vrouwenhoofdje. [...] Ik denk dat Kandinsky naar het schetsvel keek en ineens zag dat al die frutseltjes bij elkaar pasten.'

Wie er gelijk heeft, weet ik niet. De boeken zien er beide aantrekkelijk uit. Maar waar Klaas de Jong zich in zijn beschrijving van `twaalf toppers uit de moderne kunst' in bochten wringt om jongeren tegelijk voor te lichten en te enthousiasmeren, is Ted van Lieshout oneindig veel toegankelijker en geestiger.

Hij keert nadrukkelijk terug naar de allereerste ervaring van het kijken naar een schilderij, in zijn persoonlijke essay. Hij gaat uit van wat hijzelf ziet, denkt en vindt en doorspekt dat met zijn kennis. Het is alsof hij onbevangen door een museum slentert. De Jong heeft de neiging voor te schrijven wat de juiste mening is over een schilderij of een kunstenaar, in weerwil van zijn pretenties.

`Kunst en kinderen – en jongeren – hebben elkaar best wat te vertellen', schrijft De Jong in zijn inleiding. Dat geeft al meteen het moedeloze gevoel van een lange dag in de schoolbanken. Hoe goedbedoeld ook, De Jong weet nergens het gevoel te wekken dat beeldende kunst niet iets vreselijk moeilijks is, dat je met een goed stel ogen al een eind komt.

Vaak kiest hij voor de opdringerige `jij-vorm': `Als je deze schilderijen ziet, verbaas je je over het gemak waarmee hij (Picasso) alles op het doek zet.' Ted van Lieshout zou vertellen hoe verbaasd hij daar zelf over is, zonder te stellen dat `jij' dat dus ook bent. Daarmee ontstijgt hij het schoolmeester zijn.

Klaas de Jong is sterk in boude beweringen. Hij legt de kijker aan banden, hij dicteert aan zijn publiek van jongeren wat ze moeten vinden.

`Picasso wil geen verhaal vertellen of een emotie oproepen'; `Juist al die lagen maken Beuys zo'n fascinerende kunstenaar'; `(Spooner's) beeldje is meer een grap en een knap stukje huisvlijt dan een serieus kunstwerk.' Dit alles maakt Wat een kunst! Twaalf toppers uit de moderne kunst een mislukt boek, hoe boeiend de besproken kunstenaars en hun werken ook zijn.

Klaas de Jong: Wat een kunst! Twaalf toppers uit de moderne kunst. Gottmer, 64 blz. ƒ39,50.

Vanaf 12 jaar.