Kerk lokt Griekse jeugd met muziek

In Griekenland concurreren een aartsbisschop en een monnikengemeenschap met elkaar om de ziel van de jeugd, door middel van muziek en liedteksten.

Toen aartsbisschop Christódoulos van Athene twee jaar geleden aantrad, begon hij een offensief om de jeugd weer naar de kerk te krijgen. ,,Kom zoals je bent'', riep hij, ,,jongens met hun oorringen, meisjes in broeken.'' Hij tapte moppen en won veel populariteit. Nog elke keer komen de kinderen met spreekkoren: anékdoto anékdoto, het Griekse woord voor mop. Maar de kerkvorst is er mee opgehouden. ,,Het enige dat de media van mij citeren, zijn de moppen'', zei hij onlangs, ,,de rest laten ze weg.''

Dit is niet helemaal waar. De aartsbisschop houdt eclatante toespraken, waar de media met graagte op inspringen. Maar een deel van de aandacht gaat de laatste tijd naar wat hier `de zingende monniken' wordt genoemd, een religieuze groep die met onvervalste rockmuziek de jeugd tracht te winnen. En niet zonder succes, te oordelen naar de verkoopcijfers van hun platen. Van hun eerste cd werden er 75.000, van de tweede 50.000 exemplaren verkocht. Ook internationaal hebben zij grote aandacht getrokken.

De groep is gevestigd in wat tot voor kort een klooster heette, hoog in de bergen bij Návpaktos in Centraal-Griekenland. Er omheen is een groot stuk grond, waarop veeteelt wordt bedreven en een visvijver wordt onderhouden. Alles is zeer monumentaal opgezet, en naar analogie van de moederkerk in Konstantinopel, de Aya Sofia, zijn er 62 kerkklokken en 400 `simandro's', gongen waarop tot gebed wordt opgeroepen. Het is reeds een ,,religieus Disneyland'' genoemd. Alles getuigt van een uiterst moderne techniek, maar de oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord voor monnik, monachós (alleen), valt hier wel sterk weg.

Het meest spectaculaire is dat een kleine groep `monniken' zich met de jeugd bezighoudt, met hun basketbalt, skeltert, kanoot in de nabijgelegen rivier, alles in vol habijt. Op het terrein worden ook zomerkampen voor de jeugd georganiseerd. Aanvankelijk kreeg de hele onderneming bijval van de aartsbisschop, maar onlangs verklaarde hij `dat er ook grenzen zijn'. Hiertoe droeg bij dat de uitgebrachte rockmuziek geen spoor van byzantijnse invloed vertoont.

,,Wij moeten als Kerk de tradities respecteren'', vond ook de orthodoxe synode nadat gebleken was dat het `klooster' zonder synodale toestemming was opgezet en dat de fanatiek ogende `Vader' Pandeléimon, die bijna alle liederen zo fraai zingt, (nog) niet als monnik is gewijd. Het `klooster' noemt zich nu `orthodoxe broederschap', maar gaat op de oude voet verder.

De voormalige abt, archimandriet Nektários, stelt dat zijn gemeenschap de orthodoxe kerk tien jaar vooruit is. Nektários schreef in 1984 onder de titel ,,Wanneer komt het laatste oordeel?'' een fel antisemitische verhandeling waarin Hitler en Mohammed tot joden worden verklaard, de EU een joods product en de joden ,,een door God vervloekt volk'' worden genoemd. De nog steeds drukbezochte broederschap bereidt zich nu voor op een soort concurrentiestrijd met de aartsbisschop inzake het winnen van de jeugd. Christódoulos zou ook qua patriottisme kunnen worden `ingehaald'. De liederen ademen dezelfde geest als zijn preken: de jeugd mag haar Griek-zijn en haar christendom niet verloochenen – boze krachten, regeringen, instanties liggen op de loer om van de hele wereld één pot nat te maken.

De teksten gaan nog niet zo ver de Grieken `het uitverkoren volk' te noemen, zoals de aartsbisschop onlangs deed, maar in het lied `Anti-directiva' staat wel: `de helden verdwenen uit de boeken; godsdienst, vaderland, voor u is er geen plaats meer in de geesten van de kinderen.''

En in het laatste lied van de tweede cd, gewijd aan de Aya Sofia in Istanbul, wordt elfmaal herhaald ,,met jaren en tijden zal zij weer van ons zijn''. Een verzuchting die men meestal hoort van Grieken die een glaasje te veel hebben gedronken.