KARHI

Hindoestanen op weg naar een bruiloft zeggen dat ze karhi gaan eten. Dat is een soep van meel van gele spliterwten, gevuld met phularies. Vroeger moesten de erwten worden geweekt en gemalen, maar nu is het meel te koop op markten en in Surinaamse winkels. Karhi wordt niet gegeten als voorgerecht, maar tegelijk met roti's met vullingen als gekruide aardappel met kousenband, gekruide pompoen, witte rijst en pittige mangochutney. Van het meel wordt ook de vulling van de soep, de phularies, gebakken. Hindoestanen gebruiken daarvoor een pannetje met een bodem waarin ze met een spijker gaten hebben geslagen.

Het deeg wordt door die gaten boven hete olie uitgedrukt; de slierten die zo ontstaan worden lichtbruin gebakken. Ik gebruikte een grove metalen zeef. Voor de phularies: roer in een kom 150 gram meel en 1,5 deciliter water tot een gladde, dikke pap. Wrijf met de hand eventuele klontjes fijn. Pers twee tenen knoflook uit. Snijd een halve peper in stukjes en wrijf die samen met de geperste knoflook in een vijzel fijn. Roer het mengsel met de helft van de komijn en 1 theelepel zout door het beslag. Verhit een voor frituren geschikte hoeveelheid olie tot de damp ervan afslaat en bak daarin de phularies, in porties, in twee minuten lichtbruin. Op keukenpapier laten uitlekken. (Van meel met 1 dl water kunnen balletjes gedraaid worden en is de zeef niet nodig.) Voor de soep: Pers de rest van de knoflook uit, snipper de andere helft van de peper, pel en snipper de ui, snijd de tomaat in stukjes. Roer de rest van het meel met 1 deciliter water tot een gladde pap en wrijf of zeef de klontjes eruit. Verhit twee eetlepels olie in een pan met dikke bodem en fruit daarin de snippers ui een minuut lang. Doe er de (resterende) knoflook, peper, tomaat en masala bij en bak alles twee tot drie minuten op een matig vuur. Verdun de pap met een liter water en schenk de vloeistof in de pan. Breng de soep al roerende aan de kook. Blijf roeren. De soep moet dik zijn en is na ongeveer tien minuten gaar. Roer de phularies en de bladselderij door de soep. Op smaak brengen met zout en komijn. Warm tot lauw serveren.