Ja, ik doe het tóch

De Irakese architecte Zaha Hadid verenigt hoekige gebaren met vloeiende bewegingen. Prins Charles schrok ervan, choreograaf Frédéric Flamand werd erdoor geïnspireerd.

ohn, I want the windows bigger, much bigger, ding-dong!' Het rauwe stemgeluid van architecte Zaha Hadid snijdt door de stilte van haar studio. In het hart van Londen, niet ver van het British Museum, drijft de Irakese ontwerpster (Bagdad, 1950) haar office in een voormalig kinderweeshuis. De bakstenen buitengevel laat zien dat het gebouw nog uit de negentiende eeuw stamt. De bijna vierkante, witte ruimte waar haar medewerkers achter de computer zitten, heeft een hoge, schuin toelopende zoldering, als een kapel.

Aan de muur hangen Hadids immense tekeningen. Achter glas. Luchtbeelden van een fragmentarisch uiteenspattende stad, een nachtelijke momentopname die in volle glorie een exploderende folly laat zien. Het zijn kleurige, abstracte werken met dezelfde esthetische kracht als de kunst van de Russische constructivisten, van Lissitzky, Melnikov, Malevitsj, Rodtsjenko, Leonidov. De vitale utopieën die Hadid ook wel in begeerlijke, driedimensionale modellen laat uitvoeren, hebben haar in de internationale kunstwereld de status van een avant-garde ster bezorgd. Haar gebouwde oeuvre is nog klein, maar daarin komt nu snel verandering.

De ramen die John – ding-dong! – groter moet maken, zijn onderdeel van een nieuw te bouwen centrum voor hedendaagse kunst in Rome. Een prestigieuze, met full contract bezegelde opdracht. Het eerste nationale museum voor contemporaine kunst in Italië krijgt in stereometrische figuren gestalte op de Londense beeldschermen. Zelf is Zaha Hadid geen held op de computer. Zij tekent met de hand omdat het sneller gaat en vooral omdat je het hele ontwerp kunt overzien. Zij is alleenheerseres over de images en laat het aan `de specialisten' over om op de computer de werking van die beelden te onderzoeken.

De specialisten, allen gekleed in zwart of donkergrijs, zijn stuk voor stuk jong en werken aan lange tafels in een opstelling die doet denken aan de inrichting van een klaslokaal. Hun getalenteerde hoofden gaan grotendeels schuil achter het computerscherm. Hadid zit terzijde van de slagorde in een draaibare kuipstoel naast een rond bijzettafeltje met een telefoon. Het is een belevenis om mee te maken hoe deze monumentale vrouw vanaf haar centrale post het commando voert. Scènes uit een opera. De donker gelokte diva is nagenoeg in het zwart gekleed. Haar wijde, zijden broek valt recht en sluik naar beneden en eindigt halverwege de pijnlijk scherpe naaldhakken. Daarboven een pailletten-blouse, een soort maliënkolder met de geheimzinnige, matglanzende kleuren van een torrenpantser, donkergroen, een vleugje blauwpaars en transparant zwart. Over dit alles draagt zij een dunne, openvallende jurkjas – zwart natuurlijk – met onregelmatige, maar zeer weloverwogen, wigvormige happen uit de onderzoom.

Zo, onophoudelijk sigaretten rokend waarbij de filters het felle rood van haar lippen overnemen, zit zij te telefoneren op een toon waaruit blijkt dat zij het oneens is met de gek aan de andere kant van de lijn. Tussen twee gesprekken door roept zij een van de specialisten naar zich toe met een printje van een detail, zoals John zijn ramen moest laten zien. De jongeman gaat op zijn hurken voor haar zitten en krijgt een heilzame douche van kritische geluiden. Dan vliegt zij overeind om zelf iets op een beeldscherm op te zoeken. Heeft ze het gevonden dan moet iedereen in de studio haar commentaar horen. Zij krijst uitgelaten: ,,Ja, ik doe het tóch, want het is extremely expressive.'' En wie wil dan niet weten wát zo buitengewoon expressief is.

Diva

Hadid lijkt op een operadiva, maar wordt ook op handen gedragen als een orakel, als een inspirerende persoonlijkheid die zelden iets overbodigs zegt. En het wonderlijke is, als haar stem wegvalt, haar getier – dat altijd vrolijk klinkt – of haar roestige lach even stokt, dan treedt in de studio de grote stilte in. Het enige geluid dat dan nog klinkt, is getik op toetsenborden, niet meer dan ruisend gefluister.

De directe aanleiding om Zaha Hadid in haar Londense hoofdkwartier op te zoeken is de dansvoorstelling Metapolis, die volgende week in het Amsterdamse Muziektheater wordt uitgevoerd. Het is een productie van het Belgische gezelschap Charleroi/Danses – Plan K. De artistiek leider, de choreograaf Frédéric Flamand, nodigde voor twee eerdere producties, Moving Target en Muybridge, het vooruitstrevende New Yorkse architectenduo Diller & Scofidio uit om het toneelbeeld te ontwerpen. Een ontmoeting met Hadid, drie jaar geleden, bracht hem op het idee om samen met haar een dansvoorstelling over het stedelijk landschap te maken, en natuurlijk over het opheffen van de zwaartekracht en de overeenkomst tussen de ademhaling bij dansers en de ademhaling van architectuur.

Hadid: ,,Nice guy, Flamand. In het begin hebben wij het gehad over landschappen, de organisatie van de stad, de rol van het individu tegenover de massa. Ik heb vier losse elementen voor het toneel ontworpen, aluminium bruggen bekleed met resin, een soort kunststof met stretch. De bruggen kan je vouwen en over elkaar heen schuiven. Zij kunnen over het podium bewegen. Door het resin, dat stroef is, kunnen de dansers nooit uitglijden. Ik heb dat materiaal ook voor een aantal kostuums gebruikt, voor lange groene rokken van de danseressen. Met draden die er doorheen zijn geleid, zoals bij luxaflex, kunnen de rokken omhoog worden getrokken, samengevouwen als een berg. Het is allemaal een beetje Japans.''

We praten in een met boeken en maquettes beladen zijkamer die ook als vergaderruimte wordt gebruikt. Het duurt niet lang. Plotseling moet Hadid weer even naar haar commandopost. Zij laat mij alleen met een videocompilatie van de dansvoorstelling. Bij de band is een publicatie gevoegd. Daarin staat dat Metapolis vorig jaar zijn première beleefde in Charleroi, in Les Ecuries, `de voormalige paardenstallen van de Henegouwse rijkswacht die zijn getransformeerd tot hypermoderne dansruimtes'. Op een buitenproportioneel groot en dik televisietoestel wordt getoond dat choreograaf Flamand zich intens heeft verdiept in Hadids radicaal constructivistische bouwkunst. Zelfs de lichaamsbewegingen van de dansers lijken door haar ontworpen te zijn. Net als in haar architectuur worden in Metapolis lyrische gebaren beheerst door een hoekige motoriek.

De kostuums zijn eenvoudig, uniformen bijna, zonder symmetrie, anders zou de bevolking van deze utopische stad te klassiek ogen. Geen twee gelijkvormige mouwen of broekspijpen, liever één mouw, één pijp. En een verticaal gehalveerd bovenstuk met daaronder niets dan blote huid verwijst bij de vrouwen naar hun opstandige rol als amazone.

Ook Hadids voorliefde voor projectie is aan deze voorstelling niet ongemerkt voorbijgegaan. Overweldigend als in Metropolis M van Fritz Lang worden beelden van de stad op de achtergrond en zelfs op het lijf van de dansers uitgestrooid. Aan het slot het beeld van een danseres die surft zonder zeil. Veelbetekenend, nergens is surfen op de golven van de tijd zo in de mode als in de architectuur en stedenbouw.

Skischans

Hadid is teruggekeerd in de zijkamer. Mijn vraag of zij nog aan schilderen toekomt, wordt beantwoord met geloken ogen en een melancholische blik.

,,Ik schilder nog wel, maar te weinig. De tijd ontbreekt. Er zijn zoveel projecten te doen. Een Science Center in Wolfsburg. Een centrum voor hedendaagse kunst in Rome, maar ook een in Cincinnati, Verenigde Staten. Een skischans in Innsbruck die dit jaar moet worden geopend in de Olympische Arena. Een brug in Abu Dhabi. Voor Salerno maken we een Ferry Terminal die er als een soort oester uit komt te zien, een harde schelp met zachte, vloeiende elementen vanbinnen. Een bewoonbaar viaductencomplex langs het Donaukanaal in Wenen. In opdracht van de gemeente Straatsburg hebben wij een groot tramstation en ook de directe omgeving vormgegeven met een parkeergarage voor achthonderd auto's. Dat wordt nu gebouwd. Ik vlieg over de wereld. Vorige week was ik in Mexico, in Guadalajara. Daar moeten wij, samen met een tiental andere architecten, een reusachtig hotelcomplex maken met conferentie-oord en het hele landschap eromheen. Als een kleine stad komt het te liggen aan de rand van een kunstmatig meer, dat eerst nog gegraven moet worden.''

De loopbaan van Zaha Hadid vertoont gelijkenis met die van Rem Koolhaas. Beiden kregen hun opleiding aan de Architectural Association (AA) in Londen, waar Hadid in 1977 cum laude afstudeerde. Daarna werkten zij samen in het Office for Metropolitan Architecture (OMA) en ging Hadid, gelijk Koolhaas, doceren aan de AA in Londen. De twee zouden jarenlang zogeheten `papieren architecten' blijven. Met hun lezingen en lessen maakten ze in Amerika en Europa furore, aan daadwerkelijk bouwen kwamen zij pas toe in de tweede helft van hun leven. Hadid maakte haar doorbraak in 1993 met de vooral door vakgenoten geadoreerde brandweerkazerne op het terrein van het toonaangevende meubelconcern Vitra in Weil am Rhein. Het eerste gebouw van Koolhaas dat internationaal de aandacht trok was de Rotterdamse Kunsthal, die in 1992 werd voltooid. Er is nog iets dat hen samenbindt: Londen. Koolhaas woont er gedeeltelijk, Hadid woont en werkt er permanent. Toch speelt Engeland in beider oeuvre geen enkele rol.

Hadid: ,,Ik woon al bijna dertig jaar in Engeland en weet dat de Engelsen ongehoord chauvinistisch zijn. Ook houden zij niet van vrouwen. Zij vinden dat een vrouw niets kan, laat staan een Arabische vrouw. Maar zij houden hier ook van excentriekelingen. Gekken worden gedoogd, die mogen los lopen. Ik woon hier graag, ben geen monomane architecte. Alles wat er gebeurt interesseert me, muziek, mode, dans, film, lekker eten en alles wat de straat te bieden heeft. Ik probeer zoveel mogelijk uit te gaan en behoor niet tot het type architect dat zichzelf zo verschrikkelijk ernstig neemt.''

Terug in Nederland lees ik in een Engels kunsttijdschrift dat prins Charles bijna persoonlijk ervoor heeft gezorgd dat de architectuur van Zaha Hadid in Engeland geen poot aan de grond krijgt. In 1994 ontwierp zij voor de stad Cardiff in Wales een schitterend muziektheater, het Cardiff Bay Opera House. In kringen rond de oer-traditionalist Charles ontstond grote weerzin tegen haar ontwerp. De prins kreeg ingefluisterd dat in Cardiff een gebouw zou verrijzen dat getuigt van `absurde architectonische arrogantie'. Het publiek zou het beslist afwijzen, zo werd hem verzekerd. Onmiddellijk kwam de National Lottery's Millennium Commission in het geweer om de gelden voor het Opera House te schrappen.

Tragisch voor Cardiff. Hadids Opera House is een geniaal op de plek toegespitste creatie. Want dat is haar grootste kracht, architectuur vloeiend verenigen met het omringende stedelijk landschap. Voor Cardiff had het triomfantelijke operagebouw evenveel kunnen betekenen als het Guggenheim Museum van Frank Gehry voor Bilbao.

Metapolis-Project 972, Charleroi Danses/Plan K, Frédéric Flamand/Zaha Hadid. Muziektheater Amsterdam, 6, 8 en 9 maart 2001. Tel. 020 625 5455

,,Engelsen gedogen gekken. Ik woon hier graag''