Europese Commissie vecht al jaren tegen overbevissing

De blokkade van de kabeljauwvissers is opgeheven, maar daarmee zijn de problemen nog niet van de baan. De Europese vissersvloot kampt met een chronische overcapaciteit.

De Europese Commissie probeert al ruim twintig jaar de overbevissing in de Noordzee te beperken. Met beperkt succes, zo blijkt onder andere uit de actuele problemen met kabeljauw. Volgens cijfers van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO) bevatte de Noordzee in 1980 nog 270.000 ton kabeljauw. Vooral door intensieve visserij daalde dat getal gestaag. Vorig jaar was het nog maar 65.000 ton. Volgens de ICES, een internationale commissie van deskundigen die jaarlijks rapporteert over de mondiale visstand, moet de paaistand (de dieren die zich kunnen voortplanten) minstens 150.000 ton zijn om de populatie ten minste op gelijk niveau te houden.

In december verlaagde eurocommissaris Franz Fischler (landbouw en visserij) de total allowable catch (de jaarlijks toegestane vangst) al van 81.000 naar 48.600 ton. Een maand geleden kondigde de Europese Commissie een extra noodmaatregel af, om de vangst van kabeljauw in een aantal gebieden in de Noordzee van 14 februari tot 1 mei te verbieden.

In een vorig jaar verschenen rapport schrijft de Europese Commissie dat het probleem van overcapaciteit erg groot is. Kotters vangen te veel vis. En hoewel er schepen uit bedrijf worden gehaald, neemt de technologie op de nog varende schepen toe, zodat de vangst hoog blijft. Schepen maken meer gebruik van sonarapparatuur om de vis beter te kunnen lokaliseren. Ook worden er grotere netten gebruikt. Volgens visserijbioloog Henk Heesen moet 40 procent van de Europese vloot verdwijnen.

In het vorig jaar verschenen rapport probeert de Commissie in zogenoemde meerjarenoriëntatieprogramma's (MOP's) de herstructurering van de Europese vissersvloot te regelen, maar die programma's hebben slechts een beperkt effect. In de periode 1992-1996 probeerde de Commissie de Europese vissersvloot met circa 25 procent in te krimpen. Uiteindelijk bedroeg de krimp slechts 7 procent. In 1997 besloot de Commissie om de visvangst in de periode 1997-2001 verder te beperken, wederom met zo'n 25 procent. De Commissie is bang dat ook die doelstelling weer niet wordt gehaald. Volgens een overzicht in het Commissierapport zijn de Baltische Zee, de Noordzee, het Skagerrak, het Kattegat en de Noorse Zee overbevist. Dat geldt niet alleen voor kabeljauw, maar ook voor andere vissen, zoals heek en wijting.

Fischler heeft vorig jaar herhaalde malen laten weten dat de programma's om de Europese vissersvloot te reduceren niet effectief genoeg zijn. Zo noemde Fischler de Middellandse Zee een ,,gebied dat reden voor bezorgdheid geeft''. Eigenlijk loopt de Europese vissersvloot tegen zijn eigen succes aan. Na de Tweede Wereldoorlog waren de mogelijkheden tot uitbreiden, net als in de landbouw, bijna onbeperkt. Maar nu moeten de sectoren, wegens overbevissing of overproductie, krimpen. Dat gaat met veel moeite.

De Europese Commissie beraadt zich inmiddels op een nieuwe strategie om het hardnekkige probleem aan te pakken. Zo moet er een nieuwe methode komen om de benodigde reductie te berekenen. Ook moet er meer in vissersvloten worden gesneden. De Commissie wil de reikwijdte van het laatste MOP met een jaar verlengen, tot eind 2002. In dat jaar wil de Commissie ook nieuwe regels opstellen voor de maaswijdte van de netten waarmee kotters vissen. De lidstaten zetten hun hakken in zand. ,,Onlangs zijn er in Nederland weer elf kotters uit bedrijf genomen'', aldus een woordvoerder van Visserij. ,,Sinds 1988 zijn 170 kotters gestopt. Wij voldoen aan de eisen van het Europese MOP.''

Ook volgens Jan-Willem de Wilde, visserijdeskundige bij het Landbouweconomisch Instituut (LEI) in Den Haag, moet die overcapaciteit niet worden overdreven. ,,Vorig jaar hebben we alle Nederlandse visvangstcijfers nog eens herberekend en we blijken inderdaad aan de Europese MOP te voldoen. Engeland daarentegen ligt een beetje achter op de doelstellingen. Datzelfde geldt voor Frankrijk en Spanje.'' De Wilde wijst erop dat niet alleen de visvangst van invloed is op de visstand. ,,Net als met het CO2-probleem heb je bij visstanden te maken met schommelingen. De temperatuur van het water kan van invloed zijn, of de aanwezigheid van voldoende voedsel.'' Ook de noodmaatregel om de kabeljauwstand te herstellen, vindt hij onterecht. ,,De Nederlandse vissers worden wel erg hard getroffen.''

De Europese Commissie wil eind dit jaar met nieuwe voorstellen komen om de Europese vissersvloot verder in te krimpen.