Een frontsoldaat met volle bepakking

Frits van Eldik (31) is de enige Nederlandse Formule I-fotograaf die fulltime werkzaam is in de autosport. Voor het tweede jaar geeft hij met RTL-racecommentator Olav Mol ook een eigen blad uit, Race Report.

Een Formule I-fotograaf is soms net een soldaat die te voet met volle bepakking grote afstanden aflegt. Frits van Eldik zingt de liedjes die hij leerde in zijn diensttijd nog wel eens, bijvoorbeeld als hij in gevechtstenue stevige wandelschoenen, korte broek, fotografenjack langs het heuvelachtige stratencircuit van Monaco marcheert. Aan het front van paardenkrachten neuriet hij dan militaire marsmelodietjes. ,,Om me over m'n vermoeidheid heen te zetten en de pijn te verbijten.''

Waar veel verslaggevers volstaan met bloknoot en pen, sjouwen Van Eldik en zijn collega's tijdens een race op oorlogssterkte twintig kilo apparatuur mee. Camera's, lenzen, batterijen, films. En water. ,,In Maleisië, waar het verschrikkelijk vochtig is en waar je veel zweet, nam ik twee liter mee.'' Ze moesten eens weten, al die mensen die hem schrijven met de vraag hoe ze Formule-I-fotograaf kunnen worden. Van Eldik doet het al sinds 1991. Net als Michael Schumacher maakte hij dat jaar zijn Formule 1-debuut in Francorchamps.

In '94 fotografeerde hij voor het eerst het hele F1-seizoen, behalve de race op Imola, toen Senna verongelukte. ,,Ik was ziek. Natuurlijk had ik erbij willen zijn, maar de mensen die erbij waren zeiden dat ik dat niet had willen meemaken. Ik was erbij toen Hakkinen in '94 in Adelaide crashte. Wat er dan door de paddock heengaat. Iedereen kent elkaar. Ook als Jos crasht maak ik foto's. Het is je werk. Maar het is wel een vreemde gewaarwording.''

Van Verstappen maakte hij in het najaar in Maleisië een van z'n mooiste foto's. ,,Door die luchtvochtigheid was hij gesloopt. Je werd al moe als je aan werken moest denken. Jos trok zich even terug, vroeg om een ijsje. Als m'n nichtje van twaalf daar had gezeten had ze die foto ook kunnen maken, maar ik zat er! Voor mij is zo'n foto veel waard.'' Net als die plaat van die gloeiend hete remschijf. Met een 500 millimeterlens schoot Van Eldik `meetrekkers'. In de laatste vijf minuten van de trainingssessie maakte hij de perfecte plaat.

Als zoon van een garagehouder/Fiat-dealer groeide hij in Rhenen op in het automilieu. Hield van sleutelen en fotograferen. Tijdens F1-races stond de tv aan. Op z'n twintigste begon hij als nieuwsfotograaf. Voetbal, branden. Met in z'n achterhoofd: `ik zal en moet in de autosport terechtkomen'.

En zo geschiedde, in 1991, bij Van + Van Publiciteit. Al daarvoor, van z'n 13de tot z'n 18de, fotografeerde hij in de weekenden bij rally's en races. De `plaatjes' hing hij aan de muur. Omdat hij nog geen rijbewijs had, moesten vrienden hem daarheen rijden. In 1998 werd Van Eldik freelancer. Kantoorruimte kreeg hij bij zijn grootste opdrachtgever, Formule 1. Een paar maanden later kreeg dat blad een andere eigenaar en kon Van Eldik zijn ideeën er niet meer kwijt. ,,Maak jij maar foto's, dan maken wij het blad wel'', kreeg hij te horen. Zijn ongenoegen daar en zijn wens om de autosport ,,sneller en dichter'' bij het publiek te brengen, resulteerde in het derde Nederlandstalige F1-blad, Race Report. Elke donderdag na een Grand Prix ligt het blad in de kiosk.

Een jaar geleden namen Van Eldik en RTL-racecommentator Mol een gedurfde beslissing. Vijf weken voor de openingsrace in Australië begonnen ze aan hun avontuur, een eigen blad. ,,Het enige wat we toen hadden was een leeg kantoor. Een drukker en een distributeur moesten nog gevonden worden. ,,Iedereen lachte ons uit en zei dat we het niet gingen redden. Inmiddels hebben we 21 nummers gemaakt.'' Van Eldik en Mol hebben er nog geen spijt van dat ze hun spaarpotten omkeerden om hun droom te verwezenlijken. Van Eldik: ,,Ons doel is het beste en grootste Formule I-blad van Nederland te maken. En als we het niet redden, hebben we in elk geval een fantastische tijd gehad.''

Het managen van het blad, nu als directeur, wil Van Eldik niet ten koste laten gaan van het fotograferen. Dus is hij nog present bij elk van de zeventien Formule I-races per jaar. Hij kent de circuits als zijn broekzak. ,,Ik weet precies waar de zon er opkomt, hoe het regent, ik weet bij wijze van spreken zelfs waar de plassen staan op de baan.''

Een Grand Prix-weekend begint voor hem op woensdag, wanneer hij naar de race vertrekt. Donderdag is een relatief rustige dag, met veel persconferenties. Vrijdag de eerste trainingen. Zeven uur op het circuit. ,,Nieuwtjes met buitenlandse collega's uitwisselen. Draaiboek maken voor het weekend. Hapje eten. Plek uitzoeken waar je gaat werken, rekening houden met de stand van de zon.'' Trainingen fotograferen – slechts één collega, van l'Equipe, had vanochtend de crash van Michael Schumacher in de eerste vrije trainingen in Melbourne – foto's seinen, portretten maken van coureurs, foto's voor techniekverhalen. Rond zeven uur weer in hotel. De zaterdag, mét kwalificatietraining, voltrekt zich vrijwel identiek.

Zondag raceday. Van 7.00 tot 22.00 uur. Sinds hij Race Report runt, verricht hij zondagavond ook eindredactioneel werk. ,,De puntjes op de i zetten.''

Maandag terug naar Nederland. En foto's (digitaal) archiveren. Op dinsdag wat laatste zaken afhandelen, apparatuur schoonmaken en voorbereidingen treffen voor de volgende race. Tussendoor fotograferen in Zandvoort en Duitsland. Dat is Van Eldiks cyclus van maart tot november. Zondag vertrok hij naar Australië. ,,Als ik op het vliegtuig stap'', zei hij voor vertrek, ,,heb ik het gevoel dat ik pas in november weer terugkom.''