Duitsland worstelt met Sitte

De Duitse schilder Willi Sitte was in de voormalige DDR een vooraanstaand schilder. Het nieuwe Duitsland weet niet goed wat het met hem moet: onlangs werd een expositie van hem afgelast.

Ruim tien jaar na de Duitse hereniging bestaat ook in de culturele wereld nog een pijnlijke kloof tussen Oost en West. Hoe devoot of kritisch schilderden de `staatskunstenaars' in de vroegere DDR? Daarom draait het in het conflict rondom de schilder Willi Sitte.

Dat Sitte in de verenigde Berlijnse Republiek omstreden is, was al langer duidelijk. Zowel in Oost als in West wordt Sitte of geprezen of verguisd. Vriend en vijand waren dan ook verrast dat het museum van Neurenberg onlangs de Sitte-expositie alsnog naar 2003 verschoof. De tentoonstelling zou ter ere van Sitte's 80ste verjaardag op 28 februari aan zijn leven en werk zijn gewijd.

Maar kennelijk kwam het museum van Neurenberg nu pas tot de ontdekking dat Sitte een kritisch maar toegewijd aanhanger was van de boeren- en arbeidersstaat. Het gaat om een ,,kunstenaar die verstrikt was in de politiek in een dictatoriale staat als de DDR'', zo luidde het argument van de Beierse minister van Cultuur, Hans Zehetmair (CSU), om de tentoonstelling te verschuiven.

Het geval-Sitte maakt opnieuw duidelijk hoe moeilijk de Duitsers de omgang met het verleden maken. De Werdegang van Willi Sitte was immers een open boek. De publieke stilte gisteren rondom Sittes verjaardag staat in schril contrast met de dag toen hij 65 jaar werd en de hele communistische leiding aantrad om hem geluk te wensen. ,,Je persoonlijke en culturele loopbaan is nauw met de ontwikkeling van onze arbeiders- en boerenstaat verbonden'', zei Erich Honecker, de toenmalige communistische leider van de DDR. Volgens Honecker had Sitte met zijn omvangrijke werk een wezenlijk aandeel geleverd aan de ontwikkeling van het socialistisch realisme in de Duitse Democratische Republiek.

Hoe kon het zover komen met Sitte? Een stalinist is hij nooit geweest. ,,Ook ik heb twintig jaar onder het stalinisme geleden'', bekende hij onlangs. En Honecker heeft Sitte, behalve op tentoonstellingen, nooit gesproken. Wel was Sitte een overtuigd communist, vooral een anti-fascist. Zowel zijn vader als opa waren mede-oprichters van de communistische partij in het toenmalige Tsjecho-Slowakije, waar de familie vandaan komt. De Sittes waren altijd politiek georiënteerd; dat was ook tijdens het Derde Rijk niet anders.

Als student aan de kunstacademie in Kronenburg (Eifel) protesteerde Sitte destijds met anderen tegen misstanden ten tijde van het nazi-regime. Sitte werd van de universiteit gestuurd en moest in 1941 het leger in. Het einde van de Tweede Wereldoorlog beleefde Sitte als deserteur en partizanenstrijder in Italië. Toen hij zich na de oorlog in 1946 in het Oost-Duitse Halle vestigde, begon zijn loopbaan als DDR-schilder.

Sitte ontwikkelde zich tot een van de prominentste vertegenwoordigers van het socialistisch realisme, dat zich steeds strijdlustig tegen het `formalisme' van de moderne kunst richtte en zocht naar de verbeelding van de mens in de klassenstrijd. Sitte beschouwde de mensen als handelende subjecten van de geschiedenis. Zelfs zijn liefdesparen waren bij hem politieke wezens. Hoewel Sitte met werken als Leuna 21 en Warschauer Paar 1943 het socialistisch realisme van de DDR propageerde, ontwikkelde hij ook een eigenzinnigheid in zijn werk. Geïnspireerd door Picasso (Guernica), Beckman en Lovis Corinth experimenteerde hij met menselijke figuren. Ook verwerkte hij Légers geometrische kleurvlakken in zijn werk. Zo ontwikkelde Sitte volgens sommige kunstcritici een `sceptische kunst' in de DDR die ondanks het strenge regime mogelijk was. Zijn Drei Männer unter der Dusche uit 1964 werd zelfs aanstootgevend gevonden en destijds voor een tentoonstelling afgewezen.

Sitte wist in ieder geval volop gebruik te maken van de relatieve vrijheid, die er voor kunstenaars in de DDR bestond. Als voorzitter van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars kwam in 1974 zijn eerste tentoonstelling in West-Duitsland, Hamburg, tot stand. Zo werd de belangstelling gewekt van kopers op de westerse kunstmarkten zoals de ondernemer en kunstverzamelaar Peter Ludwig.

De intensieve contacten tussen Ludwig en Sitte leidden tot exposities van Oost-Duitse kunstenaars in het Westen en westerse kunst in de DDR. De smalle marges van de culturele vrijheid werden optimaal benut. In 1981 benoemde de kunstenaarsbond Taunus in Bad Homburg bij Frankfurt, het `Wassenaar' van Duitsland, Sitte tot erelid. Van de onderneming Metallgesellschaft in Frankfurt kreeg Sitte de opdracht met de nog altijd actuele titel `Wir haben die Erde von unseren Kindern nur geliehen'.

Als president van de kunstenaarsvereniging verdedigde Sitte steeds de positie van de heersende SED (Socialistische Eenheidsbeweging Duitsland), waarvan hij lid werd zodra hij met culturele oppositie werd geconfronteerd. Degenen die niets in de `vredesstaat' zagen, konden het land beter verlaten, vond Sitte. Toch was hij nauw bevriend met dissidenten als Wolf Biermann en Christa Wolf. Hoewel Sitte zich destijds naar eigen zeggen wel degelijk in de cultuur-politieke discussie mengde, was de DDR zijn politieke Heimat die hij nooit wilde verlaten. ,,Een opportunist ben ik nooit geweest.''

Claus Pese, curator van de Sitte-tentoonstelling, vindt de maatregel van het museum in Nürnberg twijfelachtig. Tien jaar na de hereniging blijkt het nog steeds niet mogelijk werk en leven van een `staatskunstenaar uit de DDR' kritisch, maar vrij van vooroordelen tentoon te stellen. Daarmee is de kwestie-Sitte volgens Pese een Duits probleem. ,,Het maakt op bedroevende wijze duidelijk hoe moeilijk we met ons verleden omgaan'', aldus Pese. ,,Duitsland heeft Willi Sitte nodig''. Voor Sitte hoeft het niet meer. De schilder heeft bedankt. Zijn werk zal nu elders te zien zijn, in z'n eigen Heimat Halle.