De vrouw speelt Onze Lieve Heer

NEW YORK. De kleinste tong die ik ooit had gezien stak half uit de mond. Toen viel de mond nog verder open. Eén mondhoek leek zich te verzetten, alsof die al stijf was geworden. Ze stak haar neus diep in het wijnglas.

Hoe oud ze precies was, wist ik niet, durfde ik ook niet te vragen, op een gegeven moment dragen vrouwen hun leeftijd met zich mee zoals misdadigers hun misdaad. In gedachte noemde ik haar de honderdjarige. Met haar had ik besloten mijn dertigste verjaardag te vieren. Ik neem plezier waar ik het krijgen kan, en er was niets beters voorhanden. Het een volgt logischerwijs uit het ander. De utopie staat erotiek in de weg.

Bovendien hield zij er interessante denkbeelden op na, ik kon van haar leren. Zij vertelde mij dat het leven geen cabaret was, maar een bazaar. Je moest afdingen op het leven om niet jong te sterven of ongelukkig oud te worden ergens in de periferie waar men er slechts één nogal benauwde definitie van schoonheid op nahoudt.

Elke moraal die zich weigert aan te passen aan de omstandigheden, die blind is voor de praktijk, zal zich tegen de levenden keren. Zo'n moraal is een ziekte, een woekerend gezwel.

,,Deze wijn zal je lekker vinden'', zei de oude dame, die overigens Elayne heet.

Haar mond klapte dicht.

De esthetische geldigheid van perversie behoeft nauwelijks verdediging, maar in je eigen leven, in de toch altijd ietwat onwillige praktijk, is het goed die verdediging grondig ter hand te nemen.

Elayne pakte mijn hand. ,,Je hebt een warme hand'', zei ze, ,,dus een koud hart.''

Ik doe zelden iets zonder dat ik meen er vroeg of laat mijn voordeel mee te kunnen doen. Begrijp me goed, ik heb het niet over zoiets armzaligs als financieel voordeel. Er zijn twee betalingsmiddelen die ik erken: verhalen, waaronder ook informatie en kennis vallen, en lichamelijke liefde. Alle andere betalingsmiddelen zijn surrogaten. Om een voorbeeld te geven: Joop van den Ende wil dat ik een filmscript voor hem schrijf, en hij wil me betalen met geld. Hij zei zelfs `veel geld'. Wat moet ik daarmee? Nog beter eten? Ik eet al zo goed.

Sommigen zijn onder de indruk van Van den Ende's vermogen. De stakkers. Ik jaag op iets anders. Ik wil het glas kapot trappen op de ziel van de ander, want elke geredde ziel verdient een huwelijksfeest.

Elayne's hand lag koud in de mijne. Het vlees was grotendeels verdwenen, botten, aderen, slordig verpakt in verdroogde huid.

Geestelijk was ze nog helemaal bij, geestelijk was ze beter bij dan de meeste mensen die ik kende. Ik had twee flessen wijn van haar gekregen, een gedroogde bloem, crème en poeder.

,,'s Avonds laat kunnen mannen zich licht poederen'', had Elayne gezegd. Ik voelde me met dat poeder een beetje de `Master of Ceremonies' uit Cabaret. Dat was geen onaangenaam gevoel.

,,Ik ken alleen mijn eigen zintuigen'', zei Elayne. Ze had een keeloperatie achter de rug, ze rookte veel. Na de operatie was haar verstaanbaarheid aanzienlijk toegenomen. De dood had al gedeeltelijk bezit van haar genomen. Haar zintuigen flakkerden nog één keer op. Die opflakkerende zintuigen waren het ultieme bewijs voor haar minachting voor hem, aan de manier waarop ze haar sint-jakobsschelp at kon je zien dat ze de dood niet als een volwaardige tegenstander beschouwde.

,,Wat bedoel je daarmee?''

,,Dat ik niet weet'', zei ze, ,,wat anderen voelen, ruiken of proeven.''

Geld kan mij niet corrumperen, een verhaal wel. Voor een verhaal doe ik alles. Is dat niet het kenmerk van de romantische liefde, dat je er alles voor doet?

Bijvoorbeeld: twee weken geleden berichtte ik op deze plaats over de dood van Maarten van Traa. Ik kan daar nu niets verder over vertellen, want mijn informant en ik zijn het nog niet eens over de voorwaarden waaronder die informatie wordt geleverd. Maar we worden het eens, geloof me, we worden het eens.

,,Een sigaret'', zei Elayne. Ze stond op en liep naar de bar.

Ik volgde haar.

,,Hoe vind je mijn lingerie?'' vroeg ze, ,,gekocht in Parijs.''

Ze opende de drie bovenste knopen van haar blouse.

Droge, licht gespikkelde huid kan zo mooi zijn. Zoals ook slechte huid een schat aan informatie en schoonheid verbergt.

,,Prachtig'', zei ik. Op Valentijnsdag had ze me een opgezette vlinder cadeau gedaan. Haar voet stootte tegen mijn knie. Mensen keken naar ons. Haar kleding en ons leeftijdsverschil waren inderdaad meer dan een vluchtige blik waard.

,,Ik had niet gedacht dat ik dit nog op mijn leeftijd zou meemaken'', zei ze.

Soms stond ze op het antwoordapparaat: ,,Ik wil alleen maar even je naam zeggen, Arnon.''

Als ze 's ochtends het café binnenkwam, zei ik: ,,Ik heb nu geen tijd voor je, ik moet de krant lezen.'' Op sommige dagen wierp ik haar het sportkatern toe met de woorden: ,,Dit is al wat ik je vandaag aan liefde heb te geven.'' Ik wist welke rol van mij werd verwacht.

,,Zou je het erg vinden als ik je zou verkrachten?''

Ik geloof niet dat ik snel geshockeerd ben, maar ik vond het een onaangenaam idee dat mensen naast ons dit gehoord zouden kunnen hebben.

,,Ik niet'', fluisterde ik, ,,maar mijn moeder wel.''

Ze lachte haar krakende lach. Als je haar hoorde lachen wist je zeker dat de dood kraakte. ,,Bovendien ben ik een engel, en moet ik maagd blijven, anders mag ik niet terug naar de andere engelen.''

Ze kende belangrijke mensen die ik volgens haar ook moest leren kennen. Ik had gezegd: ,,Ik ken niemand in deze stad, ik ben te geraffineerd om contact te maken.''

In haar handen was ik een gereedschap, en zij in de mijne. Allebei kenden we alleen maar onze zintuigen.

,,Mijn vrienden'', zei ze, ,,noemen mijn woning klein-Kosovo, maar het uitzicht is prachtig, wil je meekomen voor een glas dessertwijn?''

,,Waarom klein-Kosovo?''

,,Omdat het er een ravage is.''

Zo ging ik op de avond van mijn dertigste verjaardag naar klein-Kosovo op Park Avenue. De dood had slechts haar halve lichaam verslonden, maar haar hele appartement. Alles was al ingepakt. Zintuigen hebben geen meubelen nodig.

Het uitzicht was inderdaad prachtig, de ravage ook.

,,Ik begrijp dat je me niet wilt aanraken?''

,,Ik mag het niet'', zei ik, ,,ik ben een engel.''

,,Wil je dan misschien mijn haar wassen?''

Ze zette haar hoed af.

De moraal van de slaven is niet de mijne.

,,Natuurlijk'', zei ik.

Ze stapte over de plastic zakken heen en vulde in de keuken een plastic teil met water.

,,Kiehl's'', zei ze, ,,is de beste shampoo.''

Ze zette Jacques Brel op, want daar was ze dol op, net als op de brieven van Thomas H. Huxley.

De teil, een gele, werd op de tafel gezet.

Ze ging zitten alsof ze bij de kapper was. Ik bond haar een handdoek om.

,,In mijn keuken heeft Deep Throat gezeten'', zei ze, ,,je weet wel, de Watergate-affaire, eigenlijk is het allemaal in mijn keuken gebeurd.''

,,Het mag niet verloren gaan, Elayne'', zei ik.

Ik spoot shampoo op haar kapsel.

Nu zag ik het poeder op haar gezicht pas goed, de broze nek, de adamsappel.

Ik waste haar haren.

Wie dertig is heeft nog maar twee dingen nodig om in te geloven.

De dood en ik, we zijn een goed team. We vullen elkaar aan.

Een lucifer zou meer weerstand bieden dan haar nek. Ze moest me nog voorstellen aan belangrijke mensen.

Dat is de kern van erotiek: de man speelt voor noodlot, de vrouw voor Onze Lieve Heer.

,,Nu ben je ingezeept'', zei ik, ,,we laten de shampoo nu drie minuten intrekken.''

Ze zweeg. Misschien genoot ze.

Ik knielde voor haar neer.

,,Wees gerust'', zei ik, ,,ik mag je niet aanraken. Maar ik zal je laatste adem opvangen met mijn mond.''