De schroef erop

TOEN JAN WILLEM Beukelszoon uit Biervliet in de veertiende eeuw de techniek van het haringkaken ontwikkelde, legde hij de grondslag voor een bloeiende bedrijvigheid die in belangrijke mate bijdroeg aan de latere Hollandse welvaart. Maar het gevoel van romantische trots over de noeste, rechtschapen vissers is verdwenen met de opkomst van de industriële visserij, waarbij de schepen groter werden, de vangstgebieden steeds verder weg lagen en de zeeën in hoog tempo leeggevist werden.

De vissers zijn voor hun inkomsten afhankelijk van de natuurlijke omstandigheden in de zee. Hun `oogst' moet de tijd krijgen om zich te kunnen ontwikkelen. Maar door de aard van de visserij beconcurreren vissers elkaar in de uitputting van de visstand: geen enkele visser is er bij gebaat om als enige terughoudendheid te betrachten en minder te vangen, want dat heeft slechts als gevolg dat een concurrent vollere netten zal binnenhalen. Het is het economische verhaal van de free rider, die zonder gedragsaanpassing profiteert als anderen afzien van winstmaximalisatie. Zonder ingrijpen van bovenaf dreigt uiteindelijk uitputting van de visgronden. Visserij vraagt dus om regulering en dat gebeurt in Europa in het kader van het visserijbeleid.

OP GROND VAN biologische gegevens stelt de EU jaarlijks visquota vast, waarbij overigens de zakelijke belangen van de visserijsector allesbehalve uit het oog worden verloren. In Brussel werd dit jaar besloten tot een – tijdelijk – vangstverbod op kabeljauw. De vissers zagen zich geconfronteerd met inkomstenderving: schepen aan de wal, minder vangst en minder opbrengst. Ze eisten compensatie in de vorm van een stilleg-regeling, zoals die in België van kracht is. Maar staatssecretaris Faber (Visserij, PvdA) hield de hand op de knip: gezien de overbevissing in het verleden hadden de vissers méér verdiend met kabeljauw dan goed was voor de visstand en nu moesten ze als ondernemers de financiële tegenslag van het vangstverbod zelf opvangen.

De vissers dachten daar anders over en zetten hun vloot in om de toegang tot de Nederlandse zeehavens te blokkeren. Net als vrachtwagenchauffeurs, machinisten en boeren toonden ze aan met hun productiemiddelen over spectaculaire actie-instrumenten te beschikken. Het valt Faber te prijzen dat ze niet voor dit machtsvertoon is gezwicht. Na spoedoverleg en de dreiging van enorme boetes kwam er gisteravond een akkoord met de visserijbonden en ging `de schroef er weer op'. De kotters maakten rechtsomkeert.

EEN GOEDE AFLOOP, maar bevredigend is de gang van zaken niet. Ten eerste stond het actiemiddel in geen verhouding tot de eisen. Ten tweede vertoont het EU-beleid gaten als het ene land (in dit geval: België) wél een vorm van compensatie aanbiedt en het andere land niet. Dat was bij de acties van de transportsector tegen de hoge dieselprijzen, eind vorig jaar, ook al het geval. Faber heeft de vissers overigens versnelde betaling van de toen toegezegde subsidie voor de hoge dieselprijzen in het vooruitzicht gesteld. Ten derde is het probleem van de overbevissing niet opgelost. Faber streeft met haar beleid naar verduurzaming van de visserij met grotere nadruk op het behoud (en herstel) van de visstand. Daarvoor is meer nodig dan zes weken vangstverbod op kabeljauw. Voor een gezonde, duurzame visserij-industrie moeten de vissers tegen zichzelf beschermd worden.