De culturele restauratie

Voorzitter Oosting van de commissie die de vuurwerkramp in Enschede heeft onderzocht, zette deze week bij de presentatie van zijn eindrapport hoog in. Wat na het gebleken falen van diverse overheidsinstanties nodig is, is een `culturele revolutie'. Alleen op die manier kan volgens hem de overheid het geschonden vertrouwen herwinnen.

Hoe groter de ramp, des te groter de woorden. We waren er al enigszins aan gewend geraakt dat bedrijven of organisaties die tegenwoordig nog enigszins willen meetellen, bezig zijn met een `cultuuromslag'. Dat gebeurt dan onder leiding van een regisseur of verandermanager die de `probleemeigenaar' van zijn probleem af moet helpen. Maar als het aan Oosting ligt, is voor de overheid de tijd van de kleine stapjes voorbij. Daarom: revolutie!

Het klinkt strijdvaardig, maar is er ook werkelijk een voedingsbodem voor? Zeker, het publieke ongenoegen is met het rapport van de commissie-Oosting volop bediend. Er is nogal wat onkunde blootgelegd. Oostings bevindingen komen erop neer dat als iedereen gewoon had gedaan wat hij had moeten doen, de ramp zich niet had kunnen voordoen. Het verwijt treft alle direct en indirect betrokkenen: de vuurwerkonderneming, de lokale overheid en de landelijke overheid. Maar juist die veelheid aan `schuldigen' maakt het welslagen van het doel van de culturele revolutie zo onzeker.

Want ook al functioneert de overheid dankzij de revolutie optimaal, dan nog is zij op een gegeven moment afhankelijk van het gedrag van individuen. Dat is de grote onberekenbare factor die letterlijk tot rampzalige gevolgen kan leiden. Enschede is wat dat betreft een uitstekende case study. Want, hoewel de autoriteitenparade van de afgelopen dagen anders doet vermoeden, is de fout waardoor de ramp kon ontstaan allereerst gemaakt door het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks zelf. In de ruimte waar de eerste brand ontstond, had geen vuurwerk mogen liggen. Tenminste als er, zoals op de bewuste rampdag, niet werd gewerkt. Daar is het dus allemaal mee begonnen. Vervolgens ontstond een kettingreactie, die kon ontstaan omdat op het terrein een heleboel zaken niet conform de voorschriften waren geregeld.

Dat neemt niet weg dat zonder een falende ondernemer niets zou zijn gebeurd. En falend ondernemerschap valt nimmer uit te sluiten. Ergens houdt de verantwoordelijkheid van de overheid op. Of, zoals in het rapport van de commissie-Oosting staat: ,,De samenleving mag immers van een ondernemer verwachten en verlangen dat deze zijn eigen verantwoordelijkheid onderkent en waarmaakt.''

Dit gegeven relativeert de `stoere taal' die nu overal wordt gebezigd. Minister De Vries van Binnenlandse Zaken mag dan wel naar aanleiding van het rapport opmerken dat je sommige dingen `gewoon vanaf de top, met dwang en met druk' moet regelen, maar dat garandeert nog geen rampvrije samenleving. De gretigheid waarmee de bevindingen van Oosting worden aangegrepen om ze te verbinden met andere Haagse modieuze thema's, zoals de organisatie van de overheid, doet zelfs het ergste vrezen als het gaat om de realisatie van goede voornemens.

De overheid in Enschede heeft bijvoorbeeld gefaald waar het ging om het verlenen van vergunningen en de controle op naleving van de voorschriften. Dat heeft, zoals Oosting terecht in zijn rapport stelt, niets te maken met gedogen. Gedogen wil zeggen dat een overtreding welbewust wordt toegestaan. Hiervan was in Enschede geen sprake. Er is daar buiten medeweten van de politiek verantwoordelijken simpelweg niet gecontroleerd waar dat wel had moeten gebeuren.

In een vraaggesprek met deze krant legde minister De Vries een rechtstreeks verband met de wijze waarop bij de overheid wordt gewerkt. ,,We behandelen informatie alsof die allemaal geschreven en aangereikt moet worden en in een kast moet worden opgeborgen. Maar het moet een open informatieagenda worden, de marktsector heeft dat al begrepen.'' Prachtig proza uit het handboek management. Maar of het ook klopt? In elk geval ging die `open informatieagenda' met daaruit voortvloeiend verantwoordelijk gedrag niet op voor het vrijemarktbedrijf S.E. Fireworks.

Het rapport-Oosting is in essentie één grote aaneenschakeling van niet naar behoren functionerende mensen of instanties. Maar ze hebben elk voor zich op hun eigen manier en om hun moverende redenen niet gefunctioneerd. Dat maakt containerbegrippen als `culturele revolutie' en een `nieuwe overheid' zo onwerkbaar.

Het grote probleem is dat de Nederlandse samenleving haar eigen overheid met een onmogelijke, want paradoxale opgave heeft opgezadeld: men eist zoveel mogelijk met rust gelaten te worden door een streng optredende overheid. Vanuit die mentaliteit ontstaan diffuse oplossingen als `horizontale democratie', waarbij een rotsvast vertrouwen in zelfregulering een belangrijke pijler is.

In de slotbeschouwing van zijn rapport stelt Oosting dat het verdere debat over rampen zoals die in Enschede en Volendam de spanning tussen de verschillende opvattingen van de rol van de overheid niet zal kunnen ontlopen. Het is een ten onrechte voorzichtige formulering, want hij raakt hierbij de kern van de zaak. Wie een daadkrachtige overheid wil, vraagt om een strenge overheid. Een heldere overheid ook, met afgebakende verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Kortom: een ouderwetse overheid. Om die te krijgen is geen culturele revolutie nodig, maar een culturele restauratie.