Coureurs hoeven niet meer bij de boer te logeren

De macht in de Formule I verschuift, van de voormalige autohandelaar Bernie Ecclestone naar Leo Kirch, een Duitse mediamagnaat.

,,Een sport van Engelse garagehouders.'' Zo omschreef Bernie Ecclestone begin jaren zestig spottend de Formule I. Het waren de jaren dat een legendarische coureur als Jim Clark voor de Grand Prix van Francorchamps bij een boer logeerde in de Ardennen om de kosten te drukken. Shell en BP plakten in die tijd tegen lichte vergoedingen wat stickers op de auto's. Dat veranderde met de komst van Ecclestone, zoon van een trawlerkapitein, die zelf een blauwe maandag racete en daar acuut mee stopte toen een goede vriend verongelukte. Ecclestone verdiende voornamelijk zijn geld met de handel in tweedehands auto's en motoren.

Als teammanager bij het raceteam van Brabham begon Ecclestone de Formule I te reorganiseren. Het begon met het regelen van collectieve verzekeringen voor de teams wanneer zij hun kostbare materiaal uit Europa naar andere werelddelen moesten vervoeren. Daarna stortte hij zich op de televisie. John Player Special zette hem naar eigen zeggen op het spoor. Ecclestone zag dat het sigarettenmerk bereid was honderdduizenden dollars te steken in het team Lotus van de legendarische ontwerper Colin Chapman. Via de autosportfederatie FIA heeft Ecclestone zich tot het jaar 2110 (!) verzekerd van de tv-rechten. Vorig jaar leverden de tv-inkomsten de Formule I 241 miljoen dollar op, waarvan 48 procent werd uitgekeerd als prijzengeld aan de teams.

Jarenlang was Ecclestone alleenheerser in dit imperium. Vorig jaar besloot de Brit een deel van zijn onderneming SLEC, waarin ook de tv-rechten uit de Formule I zijn ondergebracht, voor 1,6 miljard dollar te verkopen aan het Duitse EM.TV. Het Duitse bedrijf kwam in liquiditeitsproblemen waarna mediamagnaat Leo Kirch er als de kippen bij was EM.TV de helpende hand te reiken. Kirch ziet goud in de Formule I. Zeker wanneer hij de beelden op de televisie achter de decoder als betaaltv kan uitzenden. Dat wekt de woede op van Ecclestone en de grote autofabrikanten die de Formule I als hun geestelijk domein beschouwen.

Het `old boys network' van Ecclestone lijkt de zaken niet langer volledig naar zijn hand te kunnen zetten in de Formule I. Het circus is zo langzamerhand onbetaalbaar geworden en degene die de tv-rechten verwerft en zoals Kirch optimaal dreigt uit te buiten heeft de sterkste troef in handen.

Dit jaar worden de elf teams gesponsord voor naar schatting drie miljard dollar. Maar de exposure, voornamelijk via tv, van het FI-circus maakt die bedragen blijkbaar meer dan waard voor grote sponsors als de tabaksindustrie en voor de grote automobielfabrikanten als DaimlerChrysler, Fiat, Ford, Renault, BMW en in 2002 ook Toyota, dat honderden ingenieurs aan het werk heeft en honderden miljoenen investeert om ook aan het spektakel te mogen deelnemen.

Wereldkampioen Michael Schumacher hoeft in een dergelijke ambiance niet meer bij een boer te logeren om de kosten te drukken. Hij verdient naar verluidt alleen dit raceseizoen al meer dan 100 miljoen gulden. Maar volgens de teammanager van McLaren, Ron Dennis, is dat een koopje omdat de kwaliteiten van de Ferrari-coureur ,,nog altijd de goedkoopste manier zijn om je wagen één tot twee seconden sneller te maken''.