Beinprothese

Ter afsluiting van een kort bezoek aan München stapten we nog even het in neogotische stijl gebouwde Hofbrauhaus binnen. We betraden een enorme ruimte, gevuld met lange tafels waaraan honderden gasten zaten die zich allemaal aan grote pullen bier te goed deden en samen een oorverdovend lawaai voortbrachten. We vroegen ons af of dit de plek was waar Hitler ooit zijn eerste politieke bijeenkomsten had georganiseerd. Het leek ons daarvoor een geschikte ambiance.

Nog nauwelijks van het biertumult bekomen, liepen we terug naar het hotel, pakten onze bagage, en bestelden een taxi.

De chauffeur had een houten been. We wilden van hem weten of ons vermoeden over Hitler en het Hofbrauhaus juist was. Het was natuurlijk enigszins riskant om ernaar te vragen, maar ik besloot het er op te wagen. De chauffeur bleek goed op de hoogte. Hij vertelde dat Hitler zijn eerste nazi-bijeenkomsten had gehouden in de Bürgerbraukeller, een gelegenheid die wel leek op het Hofbrauhaus, maar die na de oorlog met de grond was gelijkgemaakt. ,,Dat is maar goed ook'', zei ik, en dat was het sein voor de chauffeur om los te komen met zijn verhaal.

,,Ja'', zei hij, ,,het was een zootje schurken, die Hitler en zijn trawanten. Ze wilden maar één ding: macht. En wij waren naïef genoeg om hem te geloven. Ik was nog maar een jonge jongen, en nam op mijn zestiende vrijwillig dienst in het leger. Mijn ouders wilden dat ik mijn school afmaakte, maar er viel niet met me te praten. Ik moest en zou in dienst, om te strijden voor het vaderland. Nou, ik heb het geweten. Ik heb nog geluk gehad. Het heeft me een been gekost, maar ik heb het overleefd.''

,,Een paar jaar geleden'', zo ging hij verder, ,,had ik een passagier die naar het Servische consulaat wou. Het was een aardige jongeman, achtentwintig jaar oud, hij sprak voortreffelijk hoogduits. Hij vertelde dat zijn ouders uit Joegoslavië naar Duitsland waren gekomen en hier een garagebedrijf hadden opgebouwd met twaalf man personeel. Hijzelf was in Duitsland opgegroeid. Maar nu was het oorlog, en hij was op weg naar het consulaat om zich te melden als vrijwilliger voor het Servische leger.''

,,Man, je weet niet wat je doet'', had de chauffeur gezegd. ,,Je laat je het hoofd op hol brengen door een stelletje machtswellustelingen. Ik ben ook zo stom geweest, maar ik was nog maar zestien. En kijk wat ik er aan overgehouden heb: een houten been.''

,,Mijn ouders zijn er ook fel tegen'', had de jongeman geantwoord. ,,Mijn vader verklaart me voor gek. Maar mijn vrienden gaan ook, en ik ben vastbesloten om me in te zetten voor Servië.''

,,Ik probeerde nog eens hem op andere gedachten te brengen'', vervolgde de chauffeur, ,,maar zonder succes. Ik begon nog eens over mijn houten been, maar er viel niet met hem te praten. We kwamen bij het consulaat, hij rekende af en liep naar de ingang. Ik noteerde het bedrag en wilde wegrijden toen ik de jongeman zag zwaaien en naar me terughollen. Ik opende het portier en hij nam weer plaats. `Ik heb besloten me niet te melden', zei hij, `uw beenprothese heeft me overtuigd'.''

Het woord beenprothese had grote indruk gemaakt op de chauffeur. Hij herhaalde het met nadruk, en maakte zijn verhaal af. ,,Ik reed de jongeman terug naar zijn huis. Hij rekende af met een biljet van 50 mark. De meter stond op 21 mark. Ik wilde hem geld teruggeven, maar dat wimpelde hij af. `Als mijn vader bij u in de auto had gezeten, had hij u betaald met een biljet van 1.000 mark en ook niets terug willen hebben'.''