Appelschil

Het was een heerlijke dag. De zon scheen. Er stond geen wind. De vogels floten in de bomen. In de verte rommelde af en toe een trein voorbij.

Max en Vera waren een appel aan het schillen. Het was een mooie, rode appel. Max had hem met een punt van zijn trui helemaal glimmend gepoetst. Daarna mocht Vera hem met zijn oude zakmes schillen. De dag eerder hadden ze het andersom gedaan. Toen poetste Vera en had Max het mes.

Het was een wedstrijd.

Wie de langste schil kon maken. De dag daarvoor was Max een heel eind gekomen, maar toen hij bijna de hele appel gedaan had, was de schil toch gebroken. Nu probeerde Vera het.

Ze begon bovenaan, bij het steeltje. Langzaam draaide ze met het mes om de appel heen. De heerlijke geur van appelsap kwam meteen vrij en Max keek ademloos toe.

Vera draaide de appel voorzichtig in haar hand. Het mes gleed precies tussen de schil en het gele vlees van de appel. De schil werd steeds langer. Van spanning stak kwam Vera's tong uit haar mond. Ze beet op het puntje. Ze ging bijna een beetje scheel kijken.

Ze was er bijna.

Nog één rondje en ze was onderaan de appel. In een sierlijke krul hing de schil aan het mes. Een klein stukje nog maar en ze had de hele appel in één keer geschild!

,,Klaar!'' riep ze. De appel was geschild. Vera hield de schillekrul in haar hand. Op haar voorhoofd stonden kleine zweetdruppeltjes.

,,En nu over je schouder,'' zei Max.

Vera knikte.

Dat was deel twee van de wedstrijd. Wie de appel helemaal kon schillen, moest de schil over zijn schouder gooien en de letter die dan op de grond viel, was van het spelletje dat ze gingen spelen.

Vera deed haar ogen dicht.

Max telde. Hij kneep zijn ogen ook dicht. ,,Eén, twee....drie!''

Vera zwaaide met haar hand en liet de appelkrul los. Hij vloog over haar schouder en verdween achter haar rug. Een mooi gezicht. Een zonnestraal die net de kamer binnenviel, raakte de rode glinsterde schil die door de lucht vloog. Jammer dat Max en Vera net hun ogen dicht hadden.

Hij viel met een zacht plofje op de grond.

,,En?'' vroeg Vera.

,,Draai je maar om,'' zei Max.

De schil lag vlakbij de kachel. Hij begon al een beetje bruin aan de binnenkant te worden. Hij was duidelijk in de vorm van een letter neergekomen.

Een g.

,,De guh,'' zei Vera. ,,Wat begint met een guh? Welk spelletje begint met een guh?''

Max dacht na. Vera had de wedstrijd gewonnen, maar hij mocht zeggen wat de prijs was. Jammer genoeg wist hij geen spelletje dat met een g begon. Nou ja, goochelen, maar daar hield hij niet van, dus dat zei hij maar niet. ,,Gitaar spelen!'' riep hij toen.

,,Getsie,'' zei Vera, ,,gitaarspelen.''

,,Ik mocht het zeggen,'' zei Max streng.

Vera knikte.

Max holde naar boven en kwam terug met de gitaar. Het was maar een klein gitaartje, met vier snaren die slap hingen. Het was helemaal nog niet makkelijk om er muziek mee te maken. Max begon aan de knoppen te draaien waarmee je de snaren strakker zette. Er zat een barst in de kast van de gitaar. Toen de snaren strak stonden, keek Max Vera aan.

,,Jij moet zingen, en ik speel gitaar,'' zei hij.

,,Wat zing ik dan?'' vroeg Vera angstig.

,,Dat mag je zelf weten,'' antwoordde Max dapper en hij begon op de gitaar te spelen.

Vera zong zo mooi als ze kon ,,Als ik wist dat je zou komen, had ik de loper uitgelegd...''. Dat was een liedje van een man die Dorus heette.

Max kende het ook wel, maar hij sloeg zo vast met zijn hand op de snaren van de gitaar dat de herrie alles overstemde.