Als bij een aardverschuiving

Henk van Woerden is schrijver en ook schilder. ,,Ik vind het een opluchting dat je een verhaal uit het schilderij kan laten verdwijnen.'' In Haarlem is zijn werk te zien.

Het gesprek met de schilder en schrijver Henk van Woerden (Leiden, 1947) vindt plaats op de kraamafdeling van het voormalige Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Hij bewoont het atelier met zijn vriendin, een exotische vogel die maar één poot heeft en een bastaard labrador. Kunstwerken hangen er niet. Zijn etsen, tekeningen, pastels en schilderijen bevinden zich in de Haarlemse Vleeshal waar morgen voor het eerst een overzichtstentoonstelling van zijn werk, getiteld Vaarwel Paradijs geopend zal worden. Voorstellingen die opvallen door hartverscheurend mooie kleuren en een stemming van ingehouden melancholie.

In Haarlem zal ook, als opmaat voor de Boekenweek, Van Woerdens Zuid-Afrikaanse Drieluik ten doop worden gehouden door Rudy Kousbroek, dat de nieuwste editie omvat van Van Woerdens romans Moenie kyk nie, uit 1993, Tikoes, 1996 en Een mond vol glas, 1998.

In de schilderkunst kan je geen verhalen kwijt, ben je daarom gaan schrijven?

Henk van Woerden: ,,Nee, dat staat volkomen los van elkaar. Als schilder vond ik het juist een geweldige opluchting om te ontdekken dat je een verhaal of een anekdote uit het schilderij kan laten verdwijnen. Ik heb lang herkenbare voorstellingen gemaakt, landschappen, naakten, portretten... Op Kreta zijn lijntekeningen ontstaan van summier aangeduide figuren. Ik was toen erg bezig met onderwerpen als menselijke verhoudingen, isolement en de onmogelijkheid om de pijn van een ander te voelen.''

In welke omstandigheden leefde je toen?

,,Bij mijn terugkeer in Nederland, in 1968, zat ik met mijn toenmalige vriendin in een flatje boven de Hema in Bussum. Het was net of ik in een tijdmachine terecht was gekomen die mij terugzette in het Nederland dat ik me herinnerde van voor de emigratie naar Zuid-Afrika. Het was of de schaduw van de Tweede Wereldoorlog daar nog hing. Die sfeer van lekkages en natte sokken die in de keuken hangen droog te stomen. Alsof er nooit wat gebeurd was. De benauwenis en de bedomptheid van alles. Ik wilde weer terug naar Zuid-Afrika, ik miste het landschap zo. Maar daar was ik weggevlucht omdat ik tijdens het apartheidsregime het gevoel kreeg dat ik in een dwangbuis opgesloten zat. Ik ben naar Griekenland gevlucht, toen ook geen politiek correct land, naar Kreta. Daar ben ik twee jaar blijven wonen.''

Op je pastels en schilderijen zie je vaak geïsoleerde fragmenten, restvormen en segmenten die zinspelen op hetgeen er uit de voorstelling is verdwenen.

,,Dat is mijn gefragmenteerde manier van kijken. Toen ik een jaar of achttien was en op de kunstacademie in Kaapstad zat, kreeg ik voor het eerst het idee om in een schilderij een breuk in te lassen. De boel verschoof zoals bij een aardverschuiving het geval is, waarbij de stenen over elkaar heen vallen. De continuering houdt op en gaat ietsje verder weer door.

,,Een gek detail is dat ik in diezelfde tijd in Kaapstad in een kamertje woonde met gebarsten ruiten. Het lag boven tegen een heuvel aan waardoor ik over de stad en de haven uitkeek. Door die gebroken ruiten zag je de hijskranen letterlijk door midden geknipt om ietsje verder weer door te gaan. Ik vond het fascinerend om die breuken te ervaren. Ik beschouw ze als onderdeel van mijn werkelijkheid. Uiteraard komt dat voort uit mijn ervaringen als emigrant. Wat mijn schilderkunst betreft, voor zover daar iets concreets over te zeggen valt, is dit toch wel het kernbegrip: de breuk. Of die nu letterlijk in het gezichtsveld ligt of daar buiten. Van mijn manier van kijken ben ik me, in mijn late puberteit, nog op een andere manier bewust geworden. Het oog kan rechte lijnen niet aan, daarin treden halverwege hele kleine breukjes op. Het kan ook met mijn éénogigheid te maken hebben. In Afrika heb ik een glazen oog gekregen.''

Wat gaf je in om je overzichtstentoonstelling `Vaarwel Paradijs' te noemen?

,,Dat gebeurde in een flits. Iemand merkte op dat er in mijn boeken heel veel afscheid wordt genomen. Maar in mijn schilderijen is dat natuurlijk ook het geval. Ook sommige titels als `Adieu Cythère' verwijzen daar naar. In dit geval is het een afscheid van de schilderkunst van Watteau, de maker van `Inscheping naar Cythera', uit 1717.''

Een voorstelling over een paradijselijk eiland, Cythera, waarin liefdesparen zich opmaken voor de inscheping in een zeilschip dat voor de rede ligt te wachten. In jouw Cythère hangt de sfeer van een alles verterend heimwee maar dat geldt bijna voor al je werk.

,,Geen sterveling zal denken dit is van Woerdens versie van Watteau's `Inscheping'. Want daar is helemaal niets van te zien. Een schilderij begint altijd anders. Je hebt een bepaald beeld in je hoofd wat zich aan je opdringt. Maar dat komt niet letterlijk op het doek terecht. Dat oerbeeld is je associatieve materiaal. Het bepaalt de stemming of de gevoelswaarde van de voorstelling. En die drukt zich voornamelijk uit in de kleur en veel minder in de vorm. In de compositie zijn de vormen abstracte onderdelen waarin ik hoogstens zelf een vage omtrek van een oog zie, of een deel van een mast, van een vergezicht, een zeil of de zee die samenvalt met de vorm van een boom. Ik geloof dat een boom ook voor negentig procent uit water bestaat, maar dit terzijde. Als buitenstaander hoef je die vormen niet te kunnen determineren. Een schilderij is geen zoekplaatje. Ik streef juist naar voorstellingen die geen onmiddellijke herkenbaarheid opleveren. Het gaat tenslotte om die vuile, zuivere schilderkunst. De kunst van het weglaten. Reduceren. Doordringen tot de kern van het schilderen tot je de essentie te pakken hebt. Zo is mijn werk gaandeweg abstracter geworden.''

De verfbanen die je soms over een beeld heen schildert, herinneren aan breuken in een raam en glassplinters.

,,Ik zoek naar schilderkunstige middelen om de fragmentatie die altijd al in mijn werk zit, een duidelijker functie te geven. Een van de manieren om de breuken in de voorstelling duidelijk te maken is, het veroorzaken van een ontkenning. Zoals een kind een koppoter tekent, zo'n poppetje, en er vervolgens een kruis doorheen zet, heb ik verfstrepen over de voorstelling getrokken. In taal is het eenvoudiger, je gebruikt gewoon het woordje `niet'. Zo heb ik een serie schilderijen `Het Domein van Glas' en `Niet het Domein van Glas' genoemd. Ook in de kleur kan je een ontkenning laten plaatsvinden. Ik heb kleuren zoals ze moeten zijn, laten overvloeien in kleuren die er uitzien alsof ze heel lang aan het licht zijn blootgesteld.''

Je hebt een heel speciaal kleurgebruik, verzadigde rode en gele okers, leeggewaaide kleuren blauw.

,,De kleur luistert zo ongelofelijk nauw, alsof je een zere plek raakt. Hij hoeft maar een fractie af te wijken van de kleur of kleurcombinatie die je aanvankelijk voor ogen stond en het zit fout. Maar over het domein van kleur kan niet gesproken worden. Het is op zichzelf een spraak waarin het gevoel zich buitengewoon accuraat uit kan drukken. Ik heb mij wel eens afgevraagd of er, net als met taal, een generatieve grammatica van de kleur bestaat. Jij vergeleek een specifiek soort verzadigd rood op mijn schilderij met het rood van de Afrikaanse aarde. Datzelfde rood kom je tegen in in allerlei culturen in het hele mediterrane gebied tot ver in het oosten en ook primitieve culturen. Ik kan het niet bewijzen maar ik denk dat er door verschillende volken eenzelfde betekenislaag aan die bepaalde kleur rood wordt toegekend.''

Herinner je je de eerste indruk van jullie aankomst in Zuid-Afrika als negenjarige ?

,,Kaapstad beleefde ik als een sprookje uit Duizend-en-Een-Nacht. Die eerste ochtend dat ik er wakker werd en het Afrikaanse licht zag... Dat maakte zo'n indruk op me. En dat ongelofelijke optimisme van het landschap, dat zo schoon en zo weids was. En het kleurrijke van al die verschillende mensentypen, van al die moskeeën en het geweeklaag dat opsteeg uit de minaretten. En het winkeltje van de Sjamaan, vol rare dierenpootjes, eieren, harten van bavianen en bosjes geheimzinnige kruiden.

,,Vorig jaar ben ik weer eens teruggeweest in Zuid-Afrika. Boven vanuit een doubledecker zag ik een zwarte man zijn zwarte vrouw in elkaar slaan. Ineens dacht ik: ik ben weer thuis. Je kan heimwee naar het geweld hebben, moreel is het verwerpelijk, maar er zit nog een andere kant aan. De beleving in Afrika is zo intensief. Je wordt er steeds door de dood op de hielen gezeten waardoor het bestaan een geweldige intensiteit krijgt. Dat mis ik hier wel eens.''

Je hebt het wel eens gehad over 'het afgesneden zijn van iets-gevoel', zoals je het noemde, alsof er een stuk uit je leven was weggeknipt. Bekruipt je dat nog wel eens?

,,Het heimwee-aspect blijft maar ik kan ermee werken. En vergeet niet, mijn persoonlijke verhaal is beslist geen `writer's nightmare'. Het is eerder een goudmijn geworden. Aan schilderen kom ik niet meer toe. Het lukt me niet om het schilderen en schrijven naast elkaar te doen. En ik wil het ook niet, ik wil het volkomen gescheiden houden. Het schrijven kan ik voorlopig niet tegenhouden. Het is een soort zwangerschap. Ik sta met een dikke buik op de trampoline en ik moet doorspringen anders val ik er af. Als schrijver heb je veel meer sociale verplichtingen dan als schilder. Door al die vertalingen van mijn romans over Zuid-Afrika heb ik intussen met tien uitgevers te maken. Je moet reizen, lezingen geven, de dialoog met de lezer onderhouden en dan geef ik ook nog twee per week les op de AKI, de academie in Enschede. Met het thema van de boekenweek, `Tussen Twee Culturen' ben ik het niet eens. Het heeft iets van een stigma. Je denkt meteen aan allochtone schrijvers. Maar iedereen vertrekt en moet afscheid nemen, al was het alleen maar van je ouders. Iedereen die volwassen wordt laat ook een idylle achter. Dat zijn zulke universele zaken. En daar is ook altijd over geschreven en geschilderd en gemusiceerd. Over het heimwee en de nostalgie die je deel zijn als je van de ene plek naar de andere trekt. Dat wist Odysseus al.''

`Vaarwel Paradijs', Vleeshal, Grote Markt 16, Haarlem t/m 6 mei. In Galerie Espace, Keizersgracht 548 Amsterdam, beeldend werk van Henk van Woerden, Breyten Breytenbach en Lucebert; 9 maart t/m 14 april.