Snelheid op internet heeft zijn prijs

Er zijn verschillende manieren om toegang tot internet te krijgen. De voor- en nadelen van analoog, ISDN, kabel en ADSL op een rijtje.

Analoog

Analoge toegang werkt via een gewoon modem en een gewone telefoonlijn. De maximale snelheid die mogelijk is met een analoog modem, is 56.600 bits per seconde. Vrijwel alle internetaanbieders in Nederland ondersteunen 56k6-modems (alleen de kabelproviders niet). Wie niet zoveel internet, is met een analoog modem het goedkoopst uit. Een abonnement bij een betrouwbare internetaanbieder (Euronet, Demon, Cistron, Xs4all) kost ongeveer 30 gulden per maand. Een modem kost rond de 200 gulden en een uur bellen kost overdag circa vier gulden per uur en 's avonds, na zevenen, twee gulden. Wie gebruikmaakt van voordeelnummers van KPN of een carrier select-bedrijf kan nog een paar dubbeltjes per uur besparen.

ISDN

Internetten met ISDN is iets sneller dan met een 56k6-modem. ISDN, dat staat voor integrated services digital network, bestaat uit twee telefoonlijnen en een digitaal modem en heeft een snelheid van 64.000 bits per seconde. Beide lijnen gebruiken om te surfen kan ook, maar dan worden de telefoonkosten verdubbeld. Een ISDN-abonnement kost ongeveer twee keer zoveel als een `gewoon' telefoonabonnement bij KPN. Een voordeel van ISDN is dat wie aan het internetten is, nooit telefonisch in gesprek is. Voor huishoudens met partners en/of kinderen die vaak bellen en vaak internetten is ISDN praktisch.

Kabel

Kabelinternet heeft de naam snel en goedkoop te zijn. Voor een vast bedrag per maand (tussen de 50 en 100 gulden) is het mogelijk altijd online te zijn en hoeven nooit meer telefoontikken te worden betaald. In de praktijk valt kabelinternet nogal eens tegen. Het is in veel gebieden in Nederland erg traag en de service van de kabelbedrijven is volgens veel klanten beneden alle peil.

Een nadeel is ook dat veel kabelproviders 200 tot 400 gulden rekenen voor het aansluiten van het kabelmodem en het installeren van de netwerkkaart. Bij sommige aanbieders moet de klant modem en netwerkkaart zelf betalen.

Als de verbinding of het kabelmodem niet goed werkt, begint voor veel gebruikers een lange lijdensweg. De helpdesk (die vaak niet gratis is) is in gesprek, belt niet terug of geeft ondeskundige adviezen, monteurs houden zich niet aan afspraken, zodat de gebruiker met zijn probleem blijft zitten. Daarnaast zijn er bij sommige kabelaanbieders vaak storingen in het netwerk, waardoor e-mail en nieuwsgroepen niet goed werken.

Hoe snel internet via de kabel is, is afhankelijk van verschillende factoren. De meeste kabelproviders zijn niet bereid een minimumsnelheid te garanderen. Kabelaanbieder UPC/Chello wil alleen zeggen dat de snelheden ,,gemiddeld hoger liggen dan met bijvoorbeeld een analoge telefoonlijn of ISDN''. Bij kabelinternet wordt de verbinding gedeeld met medegebruikers in dezelfde wijk. Hoe meer gebruikers, des te lager de snelheid.

Neem alleen een kabelabonnement als u zeker weet dat de snelheid in uw regio hoog is. U kunt buurtgenoten naar hun ervaringen vragen of kijken op de website van gebruikersvereniging Coax (www.coax.nl). Die geeft per postcodegebied de snelheid aan.

ADSL

ADSL (asymmetric digital subscriber line) is een nieuwe technologie om heel veel data over een gewone analoge telefoonlijn te sturen. ADSL is in theorie sneller dan kabelinternet. Het voordeel van ADSL, dat 99 tot 175 gulden per maand kost, is dat je als gebruiker de beschikking krijgt over een eigen verbinding. Je hoeft je lijn niet te delen met de buren.

De snelheden variëren van 512 kilobit per seconde (bij KPN, dat zijn ADSL-verbindingen verhandelt onder de naam Mxstream) tot 8 megabit per seconde (Cistron). Omdat het internetverkeer wordt gescheiden van het telefoonverkeer, is de telefoonlijn niet bezet als u via ADSL online bent.

Niet alle telefooncentrales zijn al geschikt voor ADSL. De introductie van ADSL verloopt veel langzamer dan KPN, dat de telefooncentrales beheert, vorig jaar had voorspeld. Eind 2000 hadden er volgens KPN 100.000 ADSL-gebruikers moeten zijn, maar het zijn er slechts 10.000 geworden.