Relikwie uit de DDR-tijd

Op de voormalige grens van Oost- en West-Duitsland ligt de Harz, een klein, bergachtig gebied dat nog een eigen smalspoorbaan heeft, goed voor een schitterende tocht per stoomtrein. Deel 15 uit de serie bijzondere treinreizen.

Dit verhaal is minder geschikt voor milieubewuste lezers. Waarom? Omdat het gaat over stoomtreinen, in de Harz, op de grens tussen het oude Oost- en West-Duitsland. Voor een retourtje van het dorpje Wernigerode naar de Brocken, met 1142 m de hoogste top van Noord- Duitsland, is 3 ton kolen nodig, wat zo'n 9 ton CO2, oplevert. Oftewel: een ritje van circa 60 km kost net zoveel brandstof als een vlucht Amsterdam-Parijs.

"Ja, dit is inderdaad het voormalige Oost-Duitsland", had de dame aan het loket van de Harzer Schmalspurbahnen in Wernigerode gezegd. "Maar dat is nu allemaal voorbij", voor het geval we iets van de geschiedenis gemist mochten hebben. Wernigerode is hard bezig om zich met behulp van wederopbouwfondsen te ontdoen van het verleden. Veel vakwerkhuizen, zelfs in vervallen staat prachtig, staan in de steigers, er zijn mooie hotels en glimmende winkels gekomen. Maar tien jaar na de omwenteling is het verleden er nog wel. In de vorm van Trabantjes, fabriekskarkassen en opvallend veel heren met Honeckerhoedjes.

Maar de mooiste relikwie uit de DDR-tijd is de Harzer Schmalspurbahn, waar treinromantici nog waar krijgen voor hun geld: hier is het 's winters bij vertrek nog steenkoud in de coupé, pas gaandeweg verwarmt de stoom de verwarmingsbuizen. Hier komt de conducteur nog een gaatje knippen in je kartonnen kaartje en hier kun je tijdens de rit nog gewoon de deur openen en op het balkon kijken naar de langswaaiende stoom en roetwolken. De wagons zitten dan ook vol met stevige fototoestellen en dito heren, die bij elke bocht hun hobby-object vanuit een andere positie fotograferen. Voor thuis, in het plakboek.

Wie zijn gewetensbezwaren tegen zoveel vervuiling opzij zet, heeft een schitterende reis. Eerst van Wernigerode – waar elke straat van enige betekenis nog een eigen station heeft – naar de Brocken, een ronde berg die in zijn kaalheid doet denken aan de Mont Ventoux. De reis voert door donkere naaldbossen, langs kabbelende beken en biedt af en toe spectaculaire, met flarden mist omgeven vergezichten over de Harz, een bergachtig gebied dat zo klein is dat je het vlakke land erachter kunt zien liggen. We passeren een oude bobsleebaan, die in de gloriejaren van de DDR dienst deed voor professionele wintersport. Het laatste deel van de reis naar de Brocken loopt pal over de vroegere grens tussen Oost en West. Tot tien jaar geleden was de Brocken Sperrgebiet: de Russen hadden er een weer- en satellietstation en de Stasi voerde er al even geheime activiteiten uit. Hier, op deze kale berg, beginnen we te begrijpen waaarom de hereniging zoveel geld kost: bijna alles wat we zijn tegengekomen in dit kleine hoekje Oost-Duitsland is gloednieuw: de uitzichttoren op de Brocken, de supersonische lift naar boven, de vierdubbele ramen in de toren, de natuurstenen vensterbanken, alles.

In schitterend winterlicht dalen we te voet af van de Brocken naar het station Drei Ahnen Hohne, 11 km verderop. De boswandeling voert onder meer langs Trudenstein, een verzameling gigantische rotsblokken, daar in de ijstijd gedeponeerd. De Harzer bergbeklimmersvereniging voorzag de rotspartij in 1894 van trappen en leuningen, zodat de steenmassa nu redelijk toegankelijk is. De top van Trudenstein biedt weids uitzicht over de Harz. Via de rookpluimen die opstijgen uit het dichte bos beneden je kun je de gang van de onzichtbare, maar goed hoorbare stoomtreinen volgen.

In Drei Ahnen Hohne stappen we weer op de trein, die we op honderden meters van het station al hadden geroken, en reizen verder. Even na vieren komt de conducteur de lampen aandoen in de coupé, die niet veel meer dan een vaal, geel licht verspreiden. We zijn inmiddels in Sorge, ook al zo'n dorp dat je niet in de voormalige DDR zou situeren: de enorme houten huizen lijken op Villa Kakelbont en doen denken aan Scandinavië.

Het is mistig en bijna donker als we in Eisfelder Talmühle aankomen, een vervallen stationnetje, midden in een naaldbos. Hier moeten we overstappen. De nevel, de schemering en de dampende locomotief, die hier water moet tanken, zorgen voor een filmisch decor. Het romantische beeld wordt wreed verstoord door de komst van een hypermodern, metro-achtig gevalletje met schel licht, een krakend omroepsysteem en een machinist achter een computerdashboard, dat ons naar Stiege zal brengen, de plaats van overnachting.

In het aardedonker komen we in Stiege aan. Aan het station – althans, de plek waar het metrootje stopt – te zien, hebben de herenigingsgelden Stiege nog niet bereikt. Perrons zijn er niet, naambordjes Stiege ontbreken en de laatste verfbeurt van het stationnetje is lang geleden. Over een modderige weg vol gaten lopen we in de richting waar we bebouwing vermoeden. Kan hier een hotel zijn? We vragen de weg in de winkel waar men behalve garen en band ook gettoblasters en kerstballen verkoopt. "De heuvel op en de heuvel af", wijst de mevrouw achter de toonbank. Aan de andere kant van het levenloze dorp bevindt zich inderdaad als een fato morgana, een fraai hotel, gelegen aan een meertje. We zijn de enige gasten.

De trein die ons de volgende ochtend naar Alexisbad brengt is een oude versie (1954) van de superklinische metro van de avond ervoor. Een schattig rood wagonnetje dat weggelopen lijkt uit een modelspoorbaan. We rijden mee in de cabine van de machinist, die er een soort toeristische toer van maakt en meneer Helmuth heet. "Hier is het muizenvallenmuseum", wijst meneer Helmuth in Güntersberge. "En hier links hebben wilde zwijnen gewroet". De naaldbossen van de vorige dag hebben plaatsgemaakt voor uitgestrekt, heuvelachtig weidegebied. De trein volgt zoveel mogelijk de loop van de Selke, een meanderende beek die zijn naam gegeven heeft aan dit deel van het smalspoor: de Selketalbahn. De meeste stations zijn reeds lang geleden gesloten, een enkele wordt tegenwoordig bewoond door jongeren. Bij elke overgang wordt stevig getoeterd, want slagbomen zijn een nog vrijwel onbekend verschijnsel in dit stukje Duitsland.

"Na de volgende bocht zien we een vos", kondigt meneer Helmuth aan. In een klein beekdal zit inderdaad een grote vos voor zijn hol. Hij zit hier altijd en hij kent me, verkondigt meneer Helmulh triomfantelijk, terwijl hij de trein even inhoudt. Hij zwaait nog net niet naar zijn vos.

In Alexisbad nemen we afscheid van meneer Helmuth en verruilen we de rode wagon weer voor een stoomtrein met een locomotief uit 1935, een van de oudste exemplaren van de Harzer Schmalspurbahn. Seinen en wissels worden hier nog met de hand bediend. Door beukenbossen, langs wildkansels, meren en sparren die staan te wachten tot hun beurt voor kerst is aangebroken, vervolgen we onze reis naar Gernrode, waar we met pijn in het hart uitstappen.

Vraag aan de milieubeleidsmakers van Europa: als u CO2 beperkende maatregelen neemt, wilt u de Harzer Schmalspurbahn dan ontzien?

INFORMATIE

Treinreis

Informatie over reizen op het 130 km lange traject van de Harzer Schmalspurbahnen is verkrijgbaar via het Duits verkeersbureau, Postbus 12051, 1100 AB Amsterdam. Tel 020-6978066. Email: duitsland@d-z-t.com.

Of direct bij de Harzer Schmalspurbahnen, Friedrichstrasse 151, 38855 Wernigerode (stuurt op verzoek een dienstregeling en tarieven). Tel 004939435580. Fax 00493943558148. Email: hsb-wr@t-online.de www.hsb- wr.de

Prijzen: retour Wernigerode-Brocken 42 DM; Drei Ahnen Hohne-Gernrode enkele reis 19 DM

Hotels

Hotel Am Anger, Breite Strasse 92-94, 38855 Wernigerode. Tel 0049394392320. Fax 00493943923250. Email: Hotel.Am.Anger. Wernigerode@t- online.de 70 DM pppn

Hotel-restaurant Haus am See, lange Strasse 2, 38899 Stiege. Tel 0049394597480. Fax 00493945974850. Prijs: 99-175 DM per appartement. Beide hotels zijn rustig, nieuw en hebben ruime kamers.

Wie vanaf het eindpunt Gernrode terugwil naar Wernigerode, kan de bus nemen (rijdt weinig).

Wandeling Brocken-Drei Ahnen Hohne: 11 km/2,5 uur. Overal in de Harz zijn wandelingen uitgezet.

Afstand Randstad-Harz: ca 550 km

Wernigerode is per trein bereikbaar via Hannover