NAVIGATIE

,,Links voorsorteren'', zegt de auto. ,,Doorgaan tot aan de T-splitsing.'' Via een netwerk van satellieten vindt de boordcomputer zijn weg.

Het begon ooit als hulpmiddel voor militairen. Maar inmiddels kunnen ook burgerconsumenten hun positie met een nauwkeurigheid van 10 meter bepalen via GPS (Global Positioning System). De vierentwintig satellieten van GPS zenden uiterst precieze informatie uit over hun eigen positie en de tijd. Dat kunnen ze omdat ze een atoomklok aan boord hebben. En via de wetten van Kepler kunnen ze ook hun eigen positie uitrekenen, af en toe een beetje geholpen door een van de vier GPS-besturingscentra op aarde.

Een GPS-ontvanger luistert tegelijk naar de signalen van verschillende satellieten. Het apparaatje berekent hoe lang elk signaal er over gedaan heeft. En omdat radiosignalen altijd dezelfde snelheid hebben, weet je ook meteen de afstand tot de satellieten. De ontvanger doet dat met drie of meer satellieten tegelijk. De banen van de satellieten zijn zo ontworpen dat er altijd wel een paar tegelijk boven de horizon staan. Uit die driehoeksmeting berekent de ontvanger nauwkeurig wat de eigen positie is. Dat wordt uitgedrukt in kaartcoördinaten, bijvoorbeeld 52°22,650' noorderbreedte en 4°55,672' oosterlengte.

De eerste krachtproef voor GPS kwam in de Golfoorlog. Er was net een aantal GPS-satellieten gelanceerd, maar er waren nog niet genoeg militaire ontvangers. Het satellietsignaal voor burgerontvangers werd in die tijd opzettelijk gestoord, zodat alleen het leger de allergrootste precisie had. De Verenigde Staten zagen zich echter genoodzaakt tienduizend burgerontvangers te kopen en het extra stoorsignaal in de satellieten uit te schakelen.

Sinds 1995 is het satellietsysteem compleet. Inmiddels beschikt de burger ook in vredestijd over de maximale precisie. Schippers, bergwandelaars en automobilisten zijn de belangrijkste gebruikers van GPS. Een handzaam GPS-apparaatje steek je gewoon in je binnenzak. Vaak wordt de GPS-ontvanger gekoppeld aan een computer, waarop kaartinformatie is opgeslagen. Terwijl je rijdt, loopt of vaart zie je dan een stipje op het computerkaartje voortbewegen.

GPS werkt minder goed in stedelijke omgeving. De kans dat de satellieten net schuil gaan achter bebouwing is daar groot. Gedurende die tijd moet de boordcomputer van een auto zelf gissen wat de positie is, bijvoorbeeld op grond van de rijsnelheid. Het kan daardoor moeilijk zijn om de juiste zijstraat te vinden. En als de boordcomputer geen actuele informatie heeft over eenrichtingsverkeer, zit je er ook naast.