Na de ramp

Ik herinner het me nog goed. Een hoorzitting in verband met de hogesnelheidslijn. Bespreking van de `schade aan de woonomgeving' door het kappen van een paar duizend bomen. Keurige heren achter de tafel, buurtbewoners aan de andere kant. Wellevende mensen allemaal. De voorzitter sprak over de situatie voor en na de ramp. Daar werden beschaafde grappen over gemaakt. Een aanwezige protesteerde met gevoel voor humor: ,,Mijn minister zal niet blij zijn met uw woordkeus.''

Zelf bedacht ik de term uitzichtgedupeerde. In die hoedanigheid nodigde ik de commissie uit om de situatie vóór de ramp vanuit mijn huis in ogenschouw te nemen. Zo geschiedde: vijf officiële functionarissen en een secretaresse op mijn natte balkon. Goedgepoetste schoenen netjes geveegd op het neergevlijde handdoekje. Alles uiterst vriendelijk.

Intussen zijn alle bomen gekapt. Nu ervaar ik wat het is om een uitzichtgedupeerde te zijn. Waarom was ik toen niet gewoon kwaad?