INDUCTIEKOKEN

Zet nooit iets van ijzer in de magnetron want het wordt gloeiend heet en kan zelfs doorbranden. Dat weet iedereen met een magnetron. De precieze oorzaak hiervan staat uitgelegd in ieder natuurkundeschoolboek. Oplettende ontwerpers van keukenaccessoires zagen perspectieven in deze vorm van het genereren van hitte. Door een gewone kookplaat te vervangen door een sterke elektromagneet kan metaal boven het aldus verkregen magnetisch veld worden verwarmd. Hoe sterker het veld, des te warmer het metaal.

Wanneer nu voor `het metaal', een `ijzeren pan' wordt gelezen, wordt de werking van het inductiekoken meteen duidelijk. De warmteafgifte kan eenvoudig worden geregeld door de stroomtoevoer te verminderen of te vergroten. Pannen van non-ferrometalen, zoals aluminium, zijn in een inductiekeuken nutteloze voorwerpen geworden.

Doordat conventionele gasbranders of elektrische kookplaten indirect de pannen verwarmen, gaat veel energie verloren. Fabrikanten van inductiekookgerei spreken van een efficiëntie van meer dan 80 procent, waar een gewoon kooktoestel ongeveer 50 procent haalt. Doordat het magnetisch veld boven een inductiekookplaat andere elektromagnetische karaktereigenschappen heeft dan die van de magnetron, kan het ook geen kwaad om een hand boven de plaat te houden.

Over de voor- en nadelen van inductiekoken in relatie tot gewoon koken met gas of elektriciteit zijn de meningen verdeeld. Met die voors en tegens is het een beetje zoals met de ledikanten die in Willem Elsschot's Lijmen door Boorman worden aangeprezen. Houten ledikanten zijn niet zo koud en kwetsbaar voor roest als ijzeren ledikanten. Maar ijzeren bedden zijn op hun beurt onkwetsbaar voor houtworm en piepen niet zo als de houten sponde.

Inductiekoken heet zuiniger te zijn dan kokkerellen met gas. En ook veiliger. Maar de aanschafwaarde van inductiekookgerei ligt juist weer hoger dan die van een huis-tuin-en-keuken-fornuis. En ook aan inductiepannen kun je lelijk je fikken branden.