Het Rijksmuseum moet zich niet opsplitsen

Opdeling van de Nederlandse museum- collecties is een weinig fantasievolle oplossing, die geen recht doet aan de wordingsgeschiedenis, vindt J.P. Sigmond.

De directeur van het Centraal Museum, Sjarel Ex, pleitte op de Opiniepagina van 14 februari voor de ontwikkeling van het Rijksmuseum tot kunstmuseum en de oprichting van een nieuw museum voor Nederlandse geschiedenis. Een nieuw geluid is het niet. Hij borduurt voort op de burenruzie tussen kunsthistorici en historici in musea met gemengde collecties en het onvermogen van de desbetreffende directies om daarvoor een modus vivendi te vinden. Vaak resulteert het in een verdeling waarbij kunst in de etalage staat en geschiedenis in de kelder belandt.

Nederland is van oudsher een gedecentraliseerd georganiseerd land van steden en provincies en daar zijn vaak prachtige collecties bijeengebracht. Het Fries museum, het Groninger museum, de Leidse Lakenhal, het Noordbrabants Museum en niet te vergeten het Centraal Museum in Utrecht van Sjarel Ex. Ook het Rijksmuseum, product van de eenheidsstaat die eind 18de eeuw tot stand kwam, herbergt een conglomeraat aan collecties. Geen van alle zijn het kunstmusea pur sang, tot ongenoegen van sommige museumdirecteuren, zoals Ex. Wie de `gemengde' presentatie van het nieuw ingerichte Centraal Museum bezoekt, kan zich voorstellen dat hij weinig heil ziet in een gemengde opstelling in het Rijksmuseum. Een nationaal historisch museum zou hem wel verlossen van zijn historische collectie en hem in staat stellen zijn museum tot een kunstmuseum te maken.

Maar wie maakt dan uit wat kunst is en wat geschiedenis? Is een geschiedenismuseum denkbaar zonder kunst? Dat lijkt mij niet. Wordt de Nachtwacht dan het centrale topstuk van het vaderlandse geschiedenismuseum? Dat is onwaarschijnlijk. Opdeling van de Nederlandse museumcollecties is een weinig fantasievolle oplossing, die geen recht doet aan de wordingsgeschiedenis. Zit juist niet een meerwaarde in de variatie die Nederlandse musea aan hun bezoekers kunnen bieden? Hoe je dat moet aanbieden, kan een probleem zijn, maar een museumstaf is er om creatieve oplossingen te vinden.

In het Rijksmuseum zal afstand moeten worden genomen van de huidige presentaties, die gedateerd zijn en vaak in slechte conditie. Niet voor niets wordt het museum geheel gerenoveerd. Verder zal de karikaturale opvatting vaarwel moeten worden gezegd dat geschiedenis gelijk is aan educatie en geschiedenispresentatie per definitie gekenmerkt wordt door lange saaie teksten waarachter de objecten bijna schuil gaan.

Dan rest een prachtige collectie schilderijen en voorwerpen. Het unieke van de Rijksmuseumcollectie is dat vrijwel alle objecten een hoge artistieke en historische waarde hebben. Ook de historische objecten, uitgezonderd misschien die paar vaderlandse relieken zoals het stokje van Van Oldenbarneveldt, de kist van Hugo de Groot en de Nova Zemblacollectie, die altijd weer worden aangehaald als argument dat het nodig is een apart nationaal vaderlandse-geschiedenismuseum op te richten omdat ze zich niet laten combineren met kunst.

Ontdaan van deze sjablonen zal nu in het Rijksmuseum met de collectie een nieuwe presentatie worden gemaakt met een chronologisch geordende opstelling Nederlandse kunst en geschiedenis in een internationale context van de Middeleeuwen tot ergens in de 20ste eeuw, en een thematisch gedeelte.

Zalen met kunstwerken met historische kwaliteit worden gevolgd door zalen met kunst die aan die tijd gerelateerd zijn, soms weer afgewisseld met rechtstreeks gemengde ensembles.

Zo kan een zaal gewijd aan de Tachtigjarige oorlog voorafgaan aan een zaal met schutterstukken, die zo als vanzelf mede een historische lading krijgen. En begrippen als feodaliteit, universeel christendom en steden in de middeleeuwen kunnen ordeningsprincipes zijn voor wapenrustingen, kerkschatten en voorwerpen gerelateerd aan gilden. Het wordt een circuit waarin ruimte zal zijn om van individuele kunstwerken te genieten in een historische context die soms impliciet, soms expliciet, duidelijk zal maken hoe de objecten in de tijd functioneerden, waarom ze gemaakt werden en wie ze maakten. Of mag Rembrandt niet in zijn tijd geplaatst worden? Is hij niet ook een historische figuur die in een maatschappij met kapitaalkrachtige opdrachtgevers leefde, waar vraag was naar zijn werk? Kunst is geen geïsoleerd fenomeen, maar heeft alles te maken met de (historische) samenleving waarin deze tot stand komt. Spreken we, zoals in het geval van het Rijksmuseum, over `oude kunst' dan hebben we het ook over een samenleving in het verleden, over geschiedenis. Ook schilderijen, voortgebracht door historische grootheden als Rembrandt, Hals en Van der Helst, zijn historische objecten.

Bovendien kan hetgeen zij verbeelden ons soms een zeker inzicht geven in het verleden. Of is dat niet de reden waarom ze zoveel als illustraties in de geschiedenisboeken worden opgenomen? Natuurlijk, problemen te over. Een monument als gebouw met te weinig ruimte, met sterke en zwakke punten in de collecties, met nationale en internationale stukken. Het zij zo. Vrijwel geen enkele museumcollectie is volmaakt en vrijwel elke collectie van elk middelgroot museum in Nederland is wel op te breken in een aantal nieuwe musea – als het niet in geschiedenis en kunst is dan wel in nieuwe of oude kunst, kunstnijverheid of schilderijen.

Wat hoort eigenlijk allemaal in dat geschiedenismuseum van Ex? Ook de Atlas Frederik Muller van het Prentenkabinet? Knippen we de fotografiecollectie doormidden? Door de Rijksmuseumcollectie in tweeën te splitsen en in aparte musea onder te brengen, ontstaan een groot uitgevallen Mauritshuis en een klein Amsterdams Historisch Museum. Daar zit niemand op te wachten. Het dient alleen de bekrompenheid van de vakidioten en niet het publiek.

J.P.Sigmond is directeur collecties in het Rijksmuseum.