`Het moet bij de overheid echt anders'

Rampen zoals die in Enschede en Volendam dienen als `illustratiemateriaal' voor de manco's van de trage overheid, meent minister De Vries. ,,Ik wist niet dat het zo ernstig was.''

,,Sommige dingen moet je gewoon vanaf de top regelen. Met dwang, met druk. Je moet de lagere regionen duidelijk maken dat je het als overheid maar op één manier wilt'', zegt minister De Vries (Binnenlandse Zaken), de middag nadat hij in Enschede het rapport-Oosting in ontvangst heeft genomen. De overheid moet sneller, efficiënter en productiever worden, alleen zo kunnen rampen als Enschede en Volendam voorkomen worden, is de boodschap van de minister. ,,Rampen als die van Enschede en Volendam zijn illustraties die een overheid nodig heeft om in te zien dat er echt dingen anders moeten'', zegt hij. ,,Het is ernstiger dan we dachten. Het is in het hele land aan de orde. We zijn hier te traag met het implementeren van nieuwe ideeën en het grijpen van kansen, we lopen achterop.''

De vorige week uitgekomen nota van de commissie-Van Rijn, waarin de ministeriële gedachten over een `cultuurverandering' in de publieke sector zijn neergelegd, was natuurlijk niet bedoeld als antwoord op de bevindingen van Oosting. Het gaat in de eerste plaats om een modernisering van arbeidsomstandigheden in de publieke sector, die er voor moet zorgen dat ook op de krappe arbeidsmarkt van de hoogconjunctuur de publieke sector (openbaar bestuur, politie, zorg, onderwijs) haar aantrekkingskracht op werknemers behoudt. Nu is de `bedrijfscultuur' van de (semi-)overheid te star, te stijf, en houdt die te weinig rekening met de individuele wensen, belangen en ambities van de werknemers.

Maar op deze middag – het rapport van Oosting torent op het ministeriële bureau en uit Zuid-Afrika belt premier Kok op om met de minister te overleggen – is De Vries zich er welhaast pijnlijk van bewust dat de problemen van het openbaar bestuur geenszins eindigen met de arbeidsomstandigheden. ,,Ambtenaren komen enthousiast binnen bij de overheid, ze hebben er echt zin in om bij ons te komen werken.'' Toch gaat het na een aantal jaren fout. Mensen raken gedemotiveerd door de ,,parafencultuur'' bij de overheid, voelen zich weinig betrokken bij onderwerpen omdat ze ,,niet projectmatig'' worden ingezet. ,,De overheid zoals die nu functioneert is een drainage van inspiratie. Dat is zonde'', meent De Vries.

Dat verklaart ook deels waarom in bijvoorbeeld gemeenten weinig ambtenaren zich echt verantwoordelijk voelen voor hun werk. En dat verklaart weer mede dat rampen als Enschede en Volendam mogelijk zijn. Werken bij de overheid kan, nee, moet kwalitatief beter, meent De Vries. ,,Neem informatiebeheer, informatieverzameling. We weten te weinig over zaken als veiligheid. We behandelen informatie alsof die allemaal geschreven en aangereikt moet worden en in een kast moet worden opgeborgen. Maar het moet een open informatieagenda worden, de marktsector heeft dat al begrepen. De overheid moet razendsnel een been bijtrekken. We werken bij de overheid nog met een methodiek en met institutionele structuren van decennia geleden. We zijn in een tijdperk terechtgekomen waarin informatie, en beschikbaarheid en openbaarheid van informatie een kwalitatieve verandering in je werk tot gevolg moeten hebben.''

Het rapport van de commissie-Oosting ziet De Vries als ,,illustratiemateriaal voor onze exercitie''. ,,Het kost tijd om iemand uit te leggen wat je nu wel en niet van hem verwacht'', zegt hij.

Minister De Vries: ,,Er zijn kolossale problemen op lokaal niveau. Wetten moeten gehandhaafd worden, zodat de overheid waar kan maken waarvoor zij pretendeert te staan. Daar zijn de voorstellen van Van Rijn voor nodig, maar ook een strakke regie van bovenaf.''

Hij noemt de decentralisatie bij de politie als een voorbeeld van de manier waarop de overheid dichter bij de burger kan komen te staan. ,,Decentralisatie is goed, maar je moet wel dingen samen blijven doen. Als ik ze centraal duidelijk kan maken wat ze decentraal moeten doen, dan kunnen we het mooiste politiestelsel van de wereld hebben'', aldus De Vries.

Snel gaat het niet altijd. C2000, het nieuwe communicatiestelsel voor politie, brandweer en ambulancediensten, heeft jaren op zich laten wachten. In Enschede ging vlak na de ramp het mobiele netwerk plat, waardoor politie, brandweer en ambulance niet meer met elkaar konden communiceren via de mobiele telefoons. ,,We hebben net 300 miljoen bij Zalm losgemaakt, helemaal los van de reguliere begrotingsbesprekingen'', zegt De Vries. Maar hij erkent dat de trage invoering van zoiets cruciaals als een goed werkend communicatienetwerk voor veiligheidsdiensten te lang op zich laat wachten. Hoe dat komt? ,,Je hebt met veel spelers te maken, die allemaal mee willen praten.''

Maar die spelers zullen toch altijd blijven? ,,Zeker, maar je kunt ze anders aansturen. Rampen hebben als voordeel dat we gemeenten heel snel duidelijk kunnen maken dat die veiligheid hoog op de agenda moet staan. Het mag geen hype zijn om even wat aan veiligheid te doen. Alles wat er in Volendam heen en weer is gegaan tussen de gemeente en de heer Veerman (uitbater van café Het Hemeltje, red.) en in Enschede tussen S.E. Fireworks en de gemeente had ook, in dezelfde tijd, anders beoordeeld kunnen worden. Dat hoeft niet per se te betekenen dat er meer ambtenaren nodig zijn. Dat heeft meer te maken met strakke handhaving, met ambtenaren die weten waar ze over praten.'' Somber is hij niet, zegt hij. ,,In Nederland is een heleboel echt heel goed geregeld, maar het kan altijd beter.''

Toch is de daadkracht van De Vries ook de daadkracht van een rasbestuurder. De echte oplossing voor al deze problemen zit hem in ,,het oprichten van commissies die informatie anders gaan behandelen'', van het ,,stichten van innovatiecentra die voor de komende kabinetsperiode concrete plannen gaan maken hoe het beter kan''. Is dat nu de snelheid die gewenst en soms noodzakelijk is? ,,Ach, je kunt het op korte termijn allemaal wel willen oplossen, zeg in twee of drie jaar, maar dat is onverstandig. Dat is `dingetjes doen', `Hansaplast plakken', `probleempjes oplossen'. Ik wil dat we over een paar jaar terug kunnen kijken en dan kunnen zeggen: `Kijk in 2001 hebben we een mooi begin gemaakt met een kwaliteitsslag'. Dat is het doel.''

De kwaliteit van de ambtenaren, en daarmee van de overheid, moet kortom omhoog. Hij mijmert over opleidingsinstituten voor bestuurders. ,,In Frankrijk heb je de ambtenarenschool ENA (Ecole Nationale d'Administration). Zoiets zouden we in Nederland ook moeten willen. Daarmee geef je de professionalisering van het vak van bestuurder een duwtje in de rug.''

HOOFDARTIKEL: pagina 7

DOSSIER VUURWERKRAMP : www.nrc.nl