Haitink dirigeert grootse Bruckner

Klassiek in elk opzicht was gisteravond het concert van de Sächsische Staatskapelle Dresden (opgericht in 1548) onder leiding van Bernard Haitink, die op het podium van het Concertgebouw de indruk wekt dat hij in 1988 niet uit Amsterdam is vertrokken en dat alles bij het oude is gebleven. Ook het repertoire was klassiek: de vertrouwde en voortreffelijke combinatie van Mozart en Bruckner.

Meestal is het idee dat alleen een `lichte' Mozart kan voorafgaan aan een `zware' Bruckner. Maar dit concert stond haaks op die gedachte. Mozarts `Praagse' symfonie klonk in een constante afwisseling van licht èn zwaar. Ragfijne zilverdraden sponnen een weefsel tussen de donkere passages, met — in de pauken – roerige dramatiek geaccentueerd. Het klonk met het karaktervolle spel van de Dresdeners verre van conventioneel en ouderwets, het leek eerder Haitinks geserreerde maar uiterst muzikanteske antwoord op de `authentieke' Mozart-uitvoeringspraktijk van de veel impulsievere Harnoncourt.

Bruckners Derde symfonie in de lange versie uit 1877 leek daarna een soort uitvergroting van Mozarts Symfonie nr 38. Alsof de avantgardist Bruckner op deconstructivistische wijze de elementen van een Mozartsymfonie had losgekoppeld en op alternatieve wijze weer aan elkaar had geschroefd. Haitink presenteerde Bruckners eigenzinnige bouwwerk als de extreme versie van een Mozart-collage: hier onwaarschijnlijk fragiel, daar verpletterend massief. En vooral daartussen een weergaloos gedetailleerde schakering van dynamiek, tempi en klankkleuren. Het `lichte' van Bruckner veranderde bij elke beweging van glans en glim, het `zware' van Bruckner klonk als een staalkaart van tientallen nuanceringen van grijs, donker, duister en zwart.

Haitink, al decennia een uitzonderlijk Brucknerdirigent en hier uit het hoofd dirigerend, weet als weinig anderen gedurende zo'n meer dan een uur durende uitvoering de monumentale contouren van het geheel aan te geven èn onvermoeibaar gevarieerd in te vullen, ijle passages met fluit en hobo uit te lichten èn magistrale climaxen op te bouwen. Het lange eerste deel was al zeer imposant, maar Haitink kon dat laten volgen door een geweldig gedirigeerd Adagio dat de dramatiek verder verhevigde en intensiveerde, een verbluffend vitaal Scherzo met enerverende ritmiek en bijna jazzy scheurende koperpassages en een fenomenale Finale die soms leek te refereren aan de slotakte van Götterdämmerung — het werk is ook opgedragen aan Wagner. Voor zó'n Haitink op zijn best speelde de Sächsische Staatskapelle Dresden met onvoorwaardelijke inzet op zijn top – het resultaat was groots.

Concert: Sächsische Staatskapelle Dresden o.l.v. Bernard Haitink. Gehoord: 28/2 Concertgebouw Amsterdam.