Exodus

e Derde Wereld komt naar ons toe. Letterlijk, zoals met de East Sea, een schip met bijna duizend Koerdische vluchtelingen aan boord dat door de gewetenloze bemanning op de rotsen van de Côte d'Azur werd gezet. En figuurlijk, zoals afgelopen weekeinde met het spektakel van de Elpa, een schip op weg naar IJmuiden dat uiteindelijk geen lading verstekelingen bleek te vervoeren. Dat incident toonde hoe groot de ontreddering is: asielzoekers komen niet alleen over land verborgen in vrachtauto's, of in gammele bootjes over water op plekken waar de oversteek vanuit Marokko of Albanië het smalst is, maar nu ook over volle zee in vrachtschepen naar de welvaart van Europa.

De West-Europese landen weten zich met deze massa-immigratie geen raad. Europol, de Europese politiedienst die van de EU-lidstaten niet operationeel actief mag zijn, maar uitsluitend ondersteunend onderzoek mag doen, verwacht dat de stroom immigranten naar de EU zich zal stabiliseren op omstreeks een half miljoen vluchtelingen per jaar.

Mensensmokkelaars en criminele organisaties hebben zich meester gemaakt van de vluchtelingenroutes. Daarmee heeft het vraagstuk van de asielzoekers een andere context gekregen dan tijdens de Koude Oorlog, toen er sporadisch vluchtelingen binnendruppelden uit de landen achter het IJzeren Gordijn, of Zuid-Amerikaanse politieke gevangenen uit solidariteit werden uitgenodigd om naar Nederland te komen.

De volksverhuizing die gaande is, valt te vergelijken met de migratie van het platteland naar de stad in ontwikkelingslanden. De omstandigheden zijn bekend: uitzichtloosheid op het platteland en aantrekkingskracht van de stad waar familieleden wonen en de welvaart lonkt. Dat de praktijk vaak anders is – geweld in de steden, armoede in de volksbuurten – doet hier niets aan af. De uitstoot van de rurale bevolking en de trek naar steden als opstap naar sociaal-economische lotsverbetering zijn een maatschappelijk gegeven. Met als resultaat ontembare metropolen zoals Mexico Stad, Lagos, São Paulo, Nairobi of Jakarta.

De globalisering heeft dit verschijnsel op de stoep van de Westerse landen gedeponeerd. Mensen trekken weg uit perifere landen naar de centrumlanden, de VS, Australië en de EU. De effecten van burgeroorlogen, religieus obscurantisme, onderdrukking, armoede en overbevolking, de mislukkingen van de staatsvorming in Afrika, van de modernisering in de islamitische landen en van het economische omschakelingsproces in veel ex-communistische landen brengen vooral de beter opgeleiden in beweging. Deze uittocht van talent verzwakt de achtergelaten landen verder. Tegelijkertijd trekt ook het lompenproletariaat naar de Westerse welvaart, aangetrokken door het avontuur, het criminele milieu, zwart werk of familiebanden.

De Verenigde Staten hebben voor deze sociale, economische en demografische achtergronden van de migratiestromen aandacht. Het vormt een deel van het buitenlandse beleid. Met Mexico hebben de Amerikanen NAFTA opgericht, bedoeld om de handel in goederen in plaats van in mensen te bevorderen. Daarnaast voeren de Amerikanen een gericht immigratiebeleid. De EU en de afzonderlijke lidstaten zijn niet zo ver.

In een behartigenswaardig boek De verwarde natie, dwarse notities over immigratie beschrijft Hendrik Jan Schoo de onmacht van de Nederlandse overheid om met het immigratievraagstuk om te gaan. Hij noemt de immigratiegolf van de jaren negentig de grootste sociale schok die Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Zonder nadenken laat Nederland mensen toe `omdat ze het recht hebben hier te zijn'. Politiek en bestuur hebben volgens Schoo hun kop in het zand gestoken, zodat de immigratiekwestie gemonopoliseerd kon worden door gepassioneerd links, politiek bevlogenen, coterieën van deskundigen en belanghebbenden.

Na lang marchanderen tussen PvdA en VVD, met D66 en CDA als lijdzame toeschouwers, is er een nieuwe vluchtelingenwet gekomen, maar die zal de toestroom van 44.000 vluchtelingen per jaar niet substantieel terugdringen. Het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) wil zelfs dat het rijk gemeenten zal dwingen asielzoekerscentra op hun grondgebied toe te laten. In de opvangcentra zitten ondertussen zo'n 80.000 asielzoekers, vergelijkbaar met het aantal inwoners van de gemeente Hilversum, te kniezen.

Met verbazing wordt vastgesteld dat Nederland plotseling de snelst groeiende bevolking van Europa heeft. Onwelgevallige aspecten van de immigratie, zoals het disproportionele beroep op de sociale zekerheid door oudere immigranten, de afwezigheid van beheersing van de Nederlandse taal bij een half miljoen mensen of, recentelijk, het politierapport over criminaliteit in Groningen, worden onder de bestuurlijke pet gehouden. Ze zouden `het draagvlak' eens kunnen aantasten – alsof beleid gemaakt wordt ten behoeve van een draagvlak. Dat grote aantallen nieuwkomers ontwrichtend werken op de basisvoorzieningen van de overheid zal niemand verbazen. De knelpunten die zich vooral in het onderwijs, maar ook bij de openbare orde en de gezondheidszorg voordoen, vloeien deels voort uit immigratie.

Schoo heeft gelijk dat hij de politieke inertie in Nederland hekelt, maar daarmee verklaart hij niet waarom andere landen van de EU (uitzonderingen zijn de Scandinavische landen) met vergelijkbare problemen kampen. De exodus van de Derde Wereld is een vraagstuk op Europese schaal, maar de lidstaten geven hun soevereiniteit op het gebied van migratie, justitie, politie en binnenlands bestuur slechts mondjesmaat op. Misschien helpt de stranding van de East Sea voor de kust van de Côte d'Azur om die politieke onwil te overwinnen. Erg waarschijnlijk is dat niet en het zal in ieder geval lang duren. Ondertussen dient Nederland actiever een eigen beleid te voeren. Al was het maar omdat de migratie bínnen landen en de migratie tússen landen toch andere problemen met zich meebrengen.

rjanssen@nrc.nl