Een verhaal (1)

Vandaag en morgen vertel ik hier het verhaal van Simon en Anne. Het lijkt een sterk verhaal, maar er is niets aan verzonnen, behalve hun voornamen.

Simon en Anne zijn een jong echtpaar die met hun twee kinderen in een middelgrote provinciestad wonen. Simon heeft een elektrotechnisch installatiebureau, Anne is huisvrouw.

Vorig jaar, op een vrijdagmiddag in november, ging Simon naar de receptie van een vriend die een bedrijfspand had geopend. Hij zou er niet lang blijven, zo ongeveer van half zes tot zeven uur. Hij reed er met zijn auto heen, want hij zou toch niet in de gelegenheid zijn om veel te drinken.

Het liep allemaal anders – en hoe.

Er zou niets te eten zijn, dacht Simon, maar wat bleek? Zijn vrienden boden hun naaste vrienden toch een koud buffet aan. Dat kun je moeilijk weigeren, en bovendien was het erg gezellig. Simon bleef dus hangen. Een uurtje, nog een uurtje, we kennen dat. Zo werd het half elf zonder dat hij er erg in had. Dat kwam ook door de pilsjes waarvan hij er, wie zal het precies zeggen, vermoedelijk meer dan tien moet hebben gedronken.

Niets aan de hand, dacht Simon. Hij kon altijd met een taxi naar huis gaan, en bovendien had Ineke, de gastvrouw, aangeboden iedereen met haar auto thuis te brengen. Nog maar een pilsje dus.

Toen ging zijn mobiele telefoon. Anne.

Jezus, dat was schrikken. Hij kende Anne al vijftien jaar, maar haar stem had nog nooit zo'n schrille, opgewonden toon gehad. Ze klonk als iemand die volledig in paniek was.

Maanden later, toen ze voor de zoveelste keer op de bewuste avond terugkeek, kon Anne nog steeds niet goed begrijpen waarom ze zó overstuur was geraakt. Ze had zichzelf nooit een angstig type gevonden.

Ze was die avond tegen half elf de hond gaan uitlaten. Niet in hun eigen straat, maar verderop, over een bruggetje – daar was genoeg gras. Het was er ook donker en stil, maar dat had Anne nooit kunnen afschrikken. Op deze avond was het opeens anders, omdat een jongen van een jaar of twintig haar tegemoet fietste. Hij keek haar strak aan en ze dacht meteen: dit is niet goed. Ze liep door en toen fietste hij plotseling achter haar en om haar heen. ,,Ik wil je neuken, stom wijf'', zei hij.

Anne werd doodsbang. Als hij haar een zet gaf, zou ze zó in de bosjes liggen. Ze zou kansloos zijn. Ze zette het op een lopen, terug naar huis. Hij volgde haar aan de overkant van de straat en moet hebben gezien waar ze binnenging.

Anne kon niet tot bedaren komen. Wat moest ze? De buren waarschuwen? Het waren nieuwe mensen, ze hadden er nog geen contact mee. Ze zag maar één uitweg: Simon bellen.

Simon begreep haar noodkreet, stortte zich in zijn auto en begon aan zijn rit van ongeveer tien kilometer. Hij hield zijn mobieltje aan zijn mond en bleef met Anne in contact.