De autofabriek als pretpark

Weinig machines hebben een ziel en worden aan het eind van de lopende band als een nieuw familielid verwelkomd. Neem de wasmachine. Welke koper van een Miele of Bauknecht zou voor de lol naar de fabriek reizen om zijn nieuwe wastrommel persoonlijk in ontvangst te nemen? Geen witgoedfabrikant die zo'n concept zelfs maar durft te overwegen.

Voor maar één machine gelden andere maatstaven: de auto. Een auto is geen levenloos gebruiksvoorwerp. Hij wordt vertroeteld met poetsbeurten en accessoires en heeft ondanks zijn roestvrije carrosserie vaak een overdekte parkeerplaats. Zelfs het feit dat een auto peperduur is – de kosten aan benzine, belasting, onderhoud en afschrijving bedragen al snel meer dan duizend gulden per maand – neemt de gemiddelde automobilist voor lief: het blikken familielid mág wat kosten.

De industrie koestert die sterke band tussen mens en auto. Steeds weer andere marketingtechnieken moeten daarbij helpen. Zo introduceerden Duitse autofabrikanten onlangs de autofabriek als pretpark, met als hoogtepunt van het moderne dagje-uit het in ontvangst nemen van een nieuwe auto.

Spaß rund ums Automobil – daar komt de Duitse Disney-aanpak van de wereld op wielen op neer. Opel opende twee jaar geleden naast de fabriek in Rüsselsheim als eerste een attractiepark, Opel Live. Vorig jaar volgde het Volkswagenconcern, dat in Wolfsburg voor 1 miljard gulden het themapark Autostadt bouwde. Audi bleef niet achter. Naast de enorme fabriek in het Beierse Ingolstadt opende de chique Volkswagen-dochter onlangs het Audi Forum. Het visitekaartje van de fabrikant met de vier ringen bestaat uit een museum, een aantal winkels en een aflevercentrum voor nieuwe auto's.

In architectonisch opzicht is het Audi-museum misschien wel het mooiste ter wereld: bescheiden van afmetingen, maar ingenieus van opzet. De historie van de vier merken (Audi, DKW, Wanderer en NSU) waar Audi uit is voortgekomen, wordt niet getoond in een stoffige, statische opstelling van oude voertuigen. Beweging is het basisthema van het drie etages tellende ronde gebouw, dat is ontworpen door het architectenbureau KMS uit München.

Rond de volledig glazen façade draaien met een omloopsnelheid van 24 uur grote zonwerende wanden. En ook in het gebouw verandert steeds het perspectief. Direct naast de hoofdingang verbindt een permanent circulerende paternosterlift de drie etages met elkaar. Op de platformen van de lift staan veertien bijzondere prototypes uit de geschiedenis van het merk. Ook zijn er op elke verdieping twee grote tentoonstellingswanden die, elektronisch gestuurd, met een frequentie van één omwenteling per uur rondgaan. Effect van deze dynamische omgeving is dat het lijkt alsof de tentoongestelde auto's en motorfietsen voortdurend in beweging zijn.

Hoogtepunt van de expositie zijn de vooroorlogse racewagens van Auto Union. Vooral de uit 1937 daterende Stromlinien-Rennwagen Typ C `Avus' is een industrieel icoon. Het enige exemplaar van deze zilvergrijze zetpil op wielen werd in 1945 in het kader van herstelbetalingen naar de toenmalige Sovjet-Unie vervoerd. Vanaf 1965 ontbreekt echter elk spoor van de gestroomlijnde bolide, waarmee bij recordpogingen snelheden van boven de 400 kilometer zijn gehaald. Speciaal voor het museum bouwden Engelse specialisten op basis van technische tekeningen en foto's een replica.

Maar fascinerender nog dan de oude automobielen is het bezoek aan de nabijgelegen productiehal van de A2 en A3, een vast onderdeel van een dagje Audi Forum. Een autofabriek is een wonder van logistiek en technisch vernuft. De rondleiding begint bij de stempelmachines die de carrosserieonderdelen in de gewenste vorm persen. Een paar kilometer verderop rollen startklare auto's van de band. Wie het ballet van robots en technici nog nooit heeft aanschouwd, komt ogen tekort.

Van de 240.000 Duitse Audi-kopers reisde vorig jaar al een kwart naar de fabriek om zijn nieuwe auto persoonlijk op te halen. Gemiddeld blijven bezoekers een halve dag op het fabriekscomplex. In het overdekte klantencentrum worden elk kwartier vijftien nieuwe auto's geparkeerd. Op een groot bord staan de namen van de betreffende Selbstabholers. De kopers verschijnen zelden alleen. Hele families, soms inclusief grootouders en hond, nemen de auto in ontvangst. Iedereen gaat met de nieuwe huisvriend op de foto. Na een korte instructie gaat vervolgens de deur van het klantencentrum open en beleven vijftien automobilisten het genoegen een nog maagdelijke kilometerteller voor het eerst te zien verspringen.

Museum Mobile in Audi Forum Ingolstadt, openingstijden ma t/m do 10-20u, vr/za 10-22u, zo 10-17u. Fabrieksbezoeken ma t/m vr 9-14u. Meer informatie: www.audi.de/museummobile. Voor Nederlandse Audi-klanten is het slechts bij uitzondering mogelijk een nieuwe auto in Ingolstadt op te halen.